101 in 1885

Afbeelding: Google

Deze week was ik even tussendoor bezig met het verder uitzoeken van de achtergrond van ‘t Ossendrechtse echtpaar Magiels-Kwik (kwartierstaatnummers 218 en 219). Man Theodorus (Theodoor) Magiels kwam uit Overpelt in Belgisch Limburg, waar hij in 1779 geboren was als zoon van ongetrouwde moeder Maria Elisabeth Magiels. Van haar ontdekte ik pas nog dat zij bij haar overlijden in 1807 woonde in ‘de Riet’ te Overpelt. Theodoor trouwde in datzelfde jaar met Jacoba Kwik. Hij moet in de loop van de 19e eeuw een actief en bekend figuur zijn geweest op ‘t dorp. Hij woonde op de Aanwas aan de weg tussen Calfven en Zandvliet en was dagloner, tuinman, landbouwer, koopman én herbergier, waarschijnlijk deels ook tegelijkertijd. Daarnaast had hij ook allerlei percelen mastbos en struiken in eigendom. Hij werd stamvader van een grote familie Magiels en was vrij oud toen hij overleed in 1871 te Ossendrecht; 91 jaar.

Over zijn vrouw Jacoba was mij wat minder bekend, tot nog toe. Jacoba was een dochter van de Bergenaar Johannes Quick (1752-1789) en de Ossendrechtse Elisabeth Smout (1756-1829). De familie Quick kwam oorspronkelijk uit Moerstraten en had tussen ongeveer 1700 en 1800 van doen met de Balmakershoeve aan de Wouwsestraatweg in de Bergse Buitenpoorterij. Toen Theodoor in 1871 overleed was Jacoba 87 jaar oud. Op hun adres woonde ook zoon Johannes Machiels en zijn familie.

Inschrijvingen van J.B. Machiels en Th. Magiels/J. Magiels in ‘t Ossendrechtse bevolkingsregister 1863-1893. (Afbeelding: WBA Bergen op Zoom)

In dit geval moeten we dan kijken richting de grote stad; en voor Ossendrecht was dat toen Antwerpen (ik zou Bergen op Zoom willen zeggen, maar dat zou niet terecht zijn, haha). De industriële revolutie was in volle gang en het naburige Antwerpen was één van de ‘booming’ steden van Europa. Uit de hele Zuidwesthoek vertrokken er eind 19e eeuw gezinnen en ongehuwde meisjes naar Antwerpen, Rotterdam en Brussel. Zo ook Jacoba’s zoon binnenvaartschipper Jan Baptist Magiels en zijn gezin, in 1869, naar Antwerpen. Nadat Jacoba weduwe was geworden in april 1871 woonde ze nog een kleine maand in haar huis, samen met zoon Johannes en diens familie. Toen werd vermeld dat zij naar Deurne vertrok. Deurne was één van de gemeenten die in die tijd in razend tempo uitgroeiden tot voorsteden van ‘t Stad. Mijn vermoeden dat Jacoba die zoon twee jaar later achterna reisde bleek onjuist; ze had namelijk nóg een zoon die al langer in Deurne zelf woonde; smid Alexander Magiels.

Alexander kwam met zijn echtgenote al in 1855 voor op de kadastrale legger van Deurne; da’s toch wel net voor de gemeente zo groeide. Hij woonde in 1871 aan de Turnhoutsebaan in die gemeente, een doorgaande weg van Antwerpen via Borgerhout en Deurne de Kempen in. Bij hen ging Jacoba dus in dt jaar inwonen. Nog altijd was ik op zoek naar haar datum van overlijden; echter in ‘t bevolkingsregister werd tot 1880 geen datum vermeld. In de periode vanaf 1880 bestond het gezin uit hoofd Alexander Magiels, hoefsmid, weduwnaar van Petronella Daems (*Ossendrecht, 16/9-1822, ✞ Deurne, Antwerpen, 11/11-1882), Jacoba Kwik (zijn moeder), zonder beroep, weduwe van Theodoor Magiels, (*Ossendrecht, 13/12-1783, ✞ Deurne, 2/5-1885), Cornelius Josephus Cluytmans (stiefzoon), hoefsmid (*Deurne, 3/9-1848), Joannes Franciscus Cluytmans (stiefzoon), hoefsmid (*Deurne, 3/9-1850), vertrokken naar Turnhoutschebaan 188 te Borgerhout op 9/11-1883, Cornelia Magiels (dochter), zonder beroep (*Deurne, 9/3-1854), Antonius Ludovicus Magiels (zoon), hoefsmid (*Deurne, 20/6-1856), vertrokken naar Turnhoutschebaan 188 te Borgerhout op 11/11-1883 en getrouwd met Maria Merkens en Maria Catharina Magiels (dochter), huishoudster (*Deurne, 21/3-1862).

Afbeelding: Bevolkingsregister Deurne sectie B1 & B2 1880-1891 (via Rijksarchief België).

Het Cogelsplein in ‘t centrum van Deurne op een ansichtkaart van rond 1900. De straat waar de huizen aan liggen is de Turnhoutsebaan; ‘t is hetzelfde plein als op de screenshot van Google Streetview bovenaan dit artikel. (Afbeelding: Pinterest)

Zoals u misschien al las; Jacoba overleed op 2 mei 1885. Dat zou betekenen dat ze 101 jaar oud werd; een haast absurd hoge leeftijd voor die tijd, en iets wat me in eerste instantie verdacht lijkt. Na de akte opgezocht te hebben in de tienjarige tafels van Deurne en later in ‘t overlijdensregister blijkt alles toch echt te kloppen. In de akte werd vermeld dat zij overleed om half zes ’s middags in haar huis aan de Turnhoutschebaan wijk B nummer 105 te Deurne. Volgens de aangevers was zij weduwe van Theodorus Magiels en dat zij een dochter was van Adrianus Kwik en Elisabeth Smout. De aangifte werd gedaan door Cornelius Josephus Cluytmans, 36, smid, stiefzoon van haar zoon Alexander en door Antonius Ludovicus Magiels, 28, smid, kleinzoon, beiden woonachtig te Deurne. 

Dat de aangifte werd gedaan door twee kleinkinderen is op zich wel opvallend; gewoonte was toch dat een directe zoon van de overledene de aangifte ging doen; wanneer deze in de buurt woonde althans. In de akte werd ook haar geboortedatum vermeld: 19 december 1783. Die datum was mij reeds bekend; deze werd ook steeds vermeld bij inschrijvingen in bevolkingsregisters van Ossendrecht en later van Deurne. Overigens heb ik tot mijn spijt deze datum nooit kunnen ‘staven’ met een doopakte; ze werd niet vermeld in zowel RK als NH doopboeken te Ossendrecht, Woensdrecht, Huijbergen of Putte. Wel valt de datum netjes tussen die van haar broer Adrianus Quick (gedoopt te Ossendrecht op 7/12-1781) en van haar zus Maria Dijmphna Quick (gedoopt te Ossendrecht op 14/6-1785) en is de datum erg consistent vermeld in de loop der jaren, wat er toch op wijst dat ze correct is. 

Afbeelding: Overlijdensregister Deurne 1879-1890 (via Rijksarchief België).

Ergens is het wel jammer dat er bij ‘t opstellen van de akte een geboortedatum werd opgetekend en niet haar leeftijd; ik heb vaker gezien dat deze dan enigzins sierlijk en wat groter werd geschreven. Sowieso vraag ik mij af wat deze eeuwelinge ‘voor indruk’ achterliet op Deurne. In een klein dorp werd zoiets vast groots gevierd; maar zal dat in dit geval ook zo zijn geweest, zo zonder kinderen in de buurt? Is er misschien een vermelding geweest in een lokaal dagblad? 

In ieder geval heeft Jacoba bij dezen een mooie tweede plek te pakken in een tof lijstje; dat van al mijn voorouders die negentig jaar of ouder werden. Negentien zijn het er. Da’s zo’n lijstje zonder enige relevante waarde, maar wel leuk om te zien. Hieronder ziet u het lijstje, en hier wél wat sierlijk; in een stijlvol lettertype.

  • 1. Julia Catharina Linders-de Dooij, 102*Hoogerheide, West-Brabant, 1914, Bergen op Zoom, 2016
  • 2. Jacoba (Jaqueline) Magiels-Kwik, 101*Ossendrecht, West-Brabant, 1783, Deurne, Antwerpen, België, 1885
  • 3. Maria Catharina (Kaatje) van Dijke-Musters, 97*Ossendrecht, West-Brabant, 1867, aldaar, 1964
  • 4. Dirkje Luijten-Havelaar, 96*Woudrichem, Midden-Brabant, 1817, Oud-Gastel, West-Brabant, 1913
  • 5. Cornelia van Eekelen-Uijtdewilligen, 95*Bergen op Zoom, 1791, Wouw, West-Brabant, 1887
  • 6. Petrus Peeterssen (Pieter) Buermans, 95*Essen, Antwerpen, België, 1648 Nispen, West-Brabant, 1743
  • 7. Elisabeth (Liesbeth) Linders-Huijps, 94*Hoogerheide, West-Brabant, 1881, Bergen op Zoom, 1976
  • 8. Paulina (Pouwelina) Withagen-Schuurbiers, 94*Bergen op Zoom, 1818, aldaar, 1912
  • 9. Adriana Cornelia van den Kieboom-Loos, 93*Lepelstraat, West-Brabant, 1822, Halsteren, West-Brabant, 1915
  • 10. Hendrik de Frel, 93*Oudenaarde, Oost-Vlaanderen, België, 1672, Willemstad, West-Brabant, 1768
  • 11. Gijsbertus Adriaenssen Bernaerts (Gijsbrecht) van Agtmael, 92*Nispen, West-Brabant, 1642 aldaar, 1735
  • 12. Johannis (Wannes) van Dijke, 92*Poortvliet, Zeeland, 1864, Ossendrecht, West-Brabant, 1957
  • 13. Helena Coppens-van Geel, 92*Nieuwmoer, Antwerpen, België, 1737, Nispen, West-Brabant, 1829
  • 14. Theodorus (Theodoor) Magiels, 91*Overpelt, Limburg, België, 1779 Ossendrecht, 1871
  • 15. Cornelius Sebastiaenssen Simons, 91*Essen, Antwerpen, België, 1650 aldaar, 1741
  • 16. Catharina (Kaatje) Nuijten-Adriaansen, 91*Halsteren, West-Brabant, 1859 Bergen op Zoom, 1951
  • 17. Johanna Cornelia Eijzermans-van Eekelen, 90*Wouw, West-Brabant, 1843 Bergen op Zoom, 1933
  • 18. Renerius (Reinier) de Bie, 90*Eckelrade, Zuid-Limburg, 1764, Bergen op Zoom, 1855
  • 19. Elizabeth van Merriënboer-van Nispen, 90,*Oud-Gastel, West-Brabant, 1765 aldaar, 1855

 

Bronnen gebruikt voor dit artikel: 1028, 3028, 3027, 2612, 1268, 1269, 836, 3036, 3037, 3038, 3034, 117, 2524.

Deel dit artikel

Ongeluk met een paard

Even een verhaal tussendoor. Bij ‘t nalopen van de stamboom Linders komt men al gauw uit op Jan Linders (*Woensdrecht, 1711, ✞ aldaar, 1779, nummer LW3/KW192), al was ‘t maar omdat zover bekend alle nakomelingen Linders van hem afstammen. Jan Linders was twee keer getrouwd; in 1743 met Barbarina Sanders uit Putte en in juni 1749 met mijn voorouder Cornelia Kerstiaanse uit Loenhout. Een trouwerij was altijd een feest, maar ik kan me voorstellen dat dat in dit geval iets minder ‘t geval was..

Jan Linders had met Barbarina drie kinderen: Maria Linders (*1743, LW13), Elisabeth Linders (*1745, LW14) en Leonardus Linders (*1747, LW15), allen gedoopt te Woensdrecht (dat wil zeggen in de schuurkerk te Hoogerheide). In de gerechtelijke archieven van Woensdrecht vond ik een akte uit januari 1749. De Huijbergse chirurgijn Balthazar Johannes Frits verklaarde aan de schepenen van Woensdrecht, Gerrit van Putte en Maghiel Verreesen, dat hij langs Jan Linders was geweest. “Gevisiteerd het doode lighaem van een kint van Jan Leenderts, arbeijder, woonende onder deese jurisdictie, genaemt Elisabet Leenderts oudt over de drie jaeren.”

Het betrof Jans dochter Elisabeth Linders; ze was dodelijk gewond geraakt. De chirurgijn schreef dat hij een wond vond in haar rechterslaap, in de rondte zo groot als een rijksdaalder, hevig bebloed. De doodsoorzaak, zo stelde hij vast, was een ‘schuring in het cranium (is de schedel) op de petrosa‘. Ook verklaarde hij dat de aanleiding “slaen, stooten off vallen” moest zijn. In een volgende akte van 4 januari 1749 compareerden nog een aantal mensen: Lucia Geijlis, weduwe van Stoffel Kerstens, Catarina Crijnen, huisvrouw van Jacobus Jansen en Barbel Maghielsen, dienstmeid bij vader Jan Linders, allen woonachtig te Woensdrecht.

Deze getuigen gingen verklaren over hoe dochter Elisabet om ‘t leven was gekomen. Zij schetsten de situatie. Het was ‘eergisteren’, donderdag tweede januari 1749, tijdens of net na zonsondergang. Dat moet rond tien over half vijf ‘s middags zijn geweest. ‘t Was bewolkt en wat koud. Lucia en Catarina bevonden zich in een huis aan de westzijde van de ‘s-Heerenstraete in Woensdrecht, Barbel in het huis van Jan Linders daar recht tegenover. Op dat moment hoorden zij een hollend paard over straat rennen, en schreeuwende kinderen; een dochter van Lucia en een dochter van Jan; Maria.

Lucia rende naar buiten, achter de twee meisjes aan die het huis van Jan Linders binnenrenden. Toen zag ze Elisabet liggen, in de “kant van het spoor van de weg” op haar rug. Ze stak haar hand uit en kreunde zachtjes. “Waerop zij deponente het selve kint heeft opgenomen en gevonden dat het selve aen het hooft was geraekt, en eenig bloet in de mont hadde, veroorsaekt soo het naderhant bleek, dat het kint op zijn tong had gebeeten”. Catarina en Barbel kwamen ook af op het geluid, en vonden Elisabet in de armen van Lucia. De verklaring moest volgens de getuigen zijn dat het hollend paard Elisabet geraakt of getrapt had. Het kindje werd naar binnen gebracht en overleed daar rond tien uur ‘s avonds. Het paard kwam niet uit het niets; de getuigen verklaarden dat zij van horen zeggen hadden dat die middag een paard van Nicolaes van Pageé op hol geslagen was, en had gelopen vanaf het huis ‘de Swaen’ tot aan de gemeentewerf. 

Op 28 mei van dat jaar werd er een voogd aangesteld over het minderjarige kind van Jan Leendertse, Maria. Dat betekent dat zijn vrouw Barbarina inmiddels was overleden, en dat ook zoon Leonardus niet meer leefde. 1749 moet een rampjaar geweest zijn voor mijn voorvader.. 

Deel dit artikel

Het grootste raadsel

haar

Op de kaai, tot ver in de 20e eeuw dé protestantse wijk van Bergen op Zoom, vinden we in de decennia rond 1800 mijn voorouders Jan Noorthuysen en Geertruij Noorthuysen-Knoest (kwartierstaatnummers 148 en 149). We hebben ‘t dan specifiek over de Dubbelstraat, een straat waar in die tijd de bevolking een mix lijkt te zijn van protestantse pottenbakkers en katholieke hoveniers. Jan wordt vermeld als pottenbakker in 1824, Geertruij als pottendraagster in 1830. Ze woont dan trouwens samen met het jonge hoveniersechtpaar Musters-Nuijten, ook voorouders (zie kwartierstaatnummers 124 en 125).

Jan Noorthuysen of Noordhuize, Noorthuisen, Noordhuijzen (1768-1824) kwam uit een soldatenfamilie. Zijn vader was een hervormde Groninger, zijn moeder was half Duits en uit een soldatenfamilie waarin voordurend huwelijken tussen protestanten en katholieken terug te vinden zijn. De 80-jarige oorlog was tenslotte al zó lang geleden, en van verzuiling was natuurlijk ook nog geen sprake.

Als we naar zijn vrouw Geertruij Knoest, waarmee hij in 1792 in Bergen op Zoom trouwde, kijken, begint pas echt een groot raadsel. Misschien wel het grootste raadsel uit mijn stamboom.. Het is regelmatig gebeurd tijdens ‘t uitzoeken van mijn kwartierstaat dat ik een soldaat tegenkwam. Da’s tof want die komen vaak van ver, in Duitsland, Wallonië en zelfs Zwitserland heb ik op die manier wortels. Maar meestal is ‘t na een uurtje wel duidelijk dat je aldaar verder niets gaat vinden. Er zijn geen bronnen, of door vervorming van de oorspronkelijke achternaam is verder zoeken onbegonnen werk. Bij de familie van Geertruij ligt dat anders. Elke keer als ik deze familie naging, kwam er weer een ander detail aan ‘t licht dat totaal niet aansloot op wat ik verwachtte (ook tijdens het schrijven van dit artikel, waardoor ik zo’n drie keer hele stukken tekst heb moeten herschrijven). Het lijkt hier niet te gaan om één soldaat, maar om een grote familie vol met soldaten die allemaal ergens anders woonden. Ik zal hier proberen zo uitgebreid mogelijk mijn onderzoek naar dit echtpaar uiteen te zetten.

Dus, Geertruij of Geertrui, Gertrude Knoest of Knoets (kwartierstaatnummer 149) werd op 15 februari 1765 hervormd gedoopt in Bergen op Zoom. Zoals ik eerder schreef was zij pottendraagster en gehuwd met pottenbakker Jan Noorthuysen. Ze was eerder gehuwd, vóór 1785, met Lambrecht Lammers of Lammerse. Op 28 augustus 1785 werd te Bergen op Zoom hun dochter Cornelia Lammers hervormd gedoopt te Bergen op Zoom, met Jan de Waal en Cornelia West als doopgetuigen. Vader Lambrecht Lammers werd toen als Jacobus Lammers vermeld. Op 8 september 1785 vermeldde de krankenbezoeker dat het kindje was overleden, veertien dagen oud. Opvallend genoeg was haar naam in die akte Cornelia Knoest.

knoest1

De overlijdensinschrijving van dochtertje Cornelia Knoest of Lammers, 1789. (Afbeelding: Overlijdensregister krankenbezoeker Bergen op Zoom 1769-1801/RHC ‘t Markiezenhof)

De ouders van Geertruij waren Johann Joseph Knoest en Huijberdina van der Haar (kwartierstaatnummers 298 en 299). Vader vond ik ook onder de schrijfwijzen Joseph, Jooseph, Joost en Jan Joost. Moeders naam werd geschreven als Hubertina, Huijberdina en Huberdina, en had zoals in de overzichtsafbeelding te zien is twee achternamen, naast van der Haar werd zij ook vermeld als Sitters, Van Sitteren en Citters. Wat in ieder geval zeker is over dit echtpaar komt voornamelijk uit hun trouwakte. Zij huwden op 2 mei 1764 te Bergen op Zoom, voor de hervormde kerk (afbeelding van deze akte hieronder).

“Jan Joost Knoest, j.m. corporaal in de compagnie van de major van Keppel, onder het tweede bataljon van Zyne Doorluchtige Hoogheid, den Heere Prince van Nassau Weilburg te Tholen in garnizoen.”

De compagnie had ook een nummer: infanterieregiment 632b. Er stond “alhier in garnizoen”, maar dit werd gecorrigeerd. Hij woonde dus op Tholen, in het garnizoen. Zoals later in de kantlijn geschreven werd werd het huwelijk met attestatie van Tholen voltrokken op 23 mei 1764, zoals ook beloofd werd onderaan de akte: “de gebooden moeten ook gaan Te Tholen”. Naar een ondertrouw of huwelijk (vooral in Tholen) heb ik ook nog gezocht, in de trouwboeken aldaar in de periode oktober 1763 tot april 1765, in de ondertrouwboeken van de Bergse schepenbank, in het lutheraanse lidmatenboek van Bergen op Zoom en in het hervormde lidmatenboek van Bergen op Zoom, allemaal zonder resultaat. De ‘doorluchtige hoogheid’ waar Knoest voor vocht was trouwens vorst Karel Christiaan van Nassau-Weilburg, hoog militair, hoog diplomaat, militair gouverneur van Maastricht en Bergen op Zoom en natuurlijk aanhang van de Oranjes.

Verder in de akte Hubertina van der Haar, weduwe van Willem Klaarhamer, “woonende te Bergen op den Zoom”. De bruidegom was lutheraan, de bruid gereformeerd. In Bergse hervormde trouwakten werd alleen het geloof van ‘t echtpaar genoteerd wanneer één of beiden echtelieden bij een andere kerk dan de hervormde hoorden, zoals bij katholieken, wiens geloof gedoogd werd, maar in bezet Staats-Brabant wel voor de hervormde kerk moesten trouwen. De Lutherse kerk was niet algemeen in de calvinistische Nederlanden: de aanhang zat meer in Pruisen en de Scandinavische landen. Dit zou dus op een buitenlandse afkomst van Jan Joost kunnen duiden, maar daarover later meer.

knoest2

De trouwakte van Jan Joost Knoest en Huijberdina van der Haar, 1764. (Afbeelding: NH Trouwboek Bergen op Zoom 1751-1772/RHC ‘t Markiezenhof)

Terzake. Er zijn nog wat feiten over deze mensen. Jan Joost overleed op 4 januari 1786 te Bergen op Zoom aan tuberculose. De krankenbezoeker noteerde geen leeftijd. Huijberdina overleed op 15 augustus 1789 te Bergen op Zoom; zij overleed aan een galziekte. De krankenbezoeker wist haar leeftijd wel: 66 jaar, wat zou betekenen dat ze in of rond 1723 geboren werd. Ook is van dit echtpaar zeker dat ze in 1768, zo’n drie jaar na de geboorte van dochter Geertruij, in Kampen woonden, een garnizoensstad in Overijssel. Over het testament waar dit uit blijkt later meer. Ook niet onbelangrijk: zij kregen nog een dochter: Johanna Knoest. Geboortegegevens onbekend, alleen dat ze af en toe getuige was.

Laten we eerst kijken naar de aanknopingspunten m.b.t. Jan Joost Knoest. Van hem is dus geen plaats van afkomst bekend. Ik vond wel een mogelijke zuster, Anna Catharina Knoest. Zij was getuige bij de doop van Geertruij in 1765. Dat een familielid van Jan Joost aanwezig is bij de doop van zijn kind wijst er in principe al op dat zijn familie niet heel ver weg woonde. Een Anna Katharina Knoets komt ook in 1759 voor, in Bergen op Zoom, wat mijn vermoeden versterkt dat het hier gaat om familie. Zij laat op 19/12-1759 hervormd een zoontje Kristiaan dopen, van haar en Wessel Donjaou. Getuige is dan ene Kristiaan Brenniman. Dit echtpaar is nog twee keer vermeld in garnizoensstad Zutphen in de Achterhoek. Op 24 oktober/7 november 1756 huwen Wessel Donjaou, “grenadier onder de lijff compagnie van ‘t Regiment van den Generaal Graave van Pretorius in g.a.” (waarbij laatste dan staat voor “in garnizoen alhier” geloof ik), en Catharina Knoest, jongedame woonachtig te Zutphen, voor de gereformeerde kerk aldaar. De baas van Wessels compagnie was graaf Andreas August van Praetorius, generaal-commandant van de vesting Bergen op Zoom in 1742, wat zou kunnen verklaren dat Wessel Donjaou en zijn gezin met het regiment in 1759 te Bergen op Zoom verbleven. In 1772 zijn ze in ieder geval weer in Zutphen, dan wordt zoon Christoffel Donjou te Zutphen gedoopt, gereformeerd op 2 februari 1772.

knoest3

De doopakte van Geertruij Knoest waarbij Anna Catharina Knoest als getuige werd vermeld, 1765. (Afbeelding: NH Doopboek Bergen op Zoom 1753-1796/RHC ‘t Markiezenhof)

Knoest4

De trouwakte van Wessel Donjaou en Catharina Knoest, 1756. (Afbeelding: NG Trouwboek Zutphen 1751-1763/Zoekakten)

In Zutphen kon ik verder niets over de familie vinden in de NH lidmatenboeken tussen 1705 en 1769. De naam komt er verder wel voor in de 18e eeuw, zij het vrij sporadisch. Op 18/11-1723 wordt Gardina van Wilsen gedoopt (NG) als dochter van Gerrit van Wilsen en Anneke Knoest, en op 26/4-1730 vond de doop (NG) plaats van Antonij Kranoek, zoon van Coenraed Kranoek en Anna Maria Knoest. De naam Knoest komt verder maar heel gering voor in Nederland, ook na de invoering van de burgelijke stand. 

Tot zover wat ik weet over Jan Joost Knoest. Volgt u het nog? Voor de zekerheid nog even het overzichtskaartje. 

haar

Dan zijn vrouw Huijberdina van der Haar of Sitters. Zoals u eerder kon lezen werd zij bij haar trouwen vermeld als Van der Haar, en bij de doop van dochter Geertruij Knoest als Sitters. Deze namen werden door elkaar gebruikt: datums en getuigen bewijzen dat het bij deze verschillende akten gaat om hetzelfde persoon. Ik begin met de huwelijken. Zover nu bekend is was Huijberdina waarschijnlijk maar liefst vier maal getrouwd, en werd ze ook vier keer weduwe. Bij haar trouwen in 1764 werd ze vermeld als weduwe van Willem Klaarhamer. Over hem weet ik helemaal niets, ik heb zelfs geen trouwakte kunnen vinden. Het enige wat we mogen aannemen is dat hij dus overleed vóór 1764, en dat zij een dochter kregen, Janna Klaarhamer. Janna en haar man Bernardus Vis komen meermaals voor als getuige bij akten m.b.t. Geertruij Knoest. Over haar is iets meer bekend: ze overleed op 28 januari 1827 te Middelburg, en was twee keer gehuwd, de eerste keer dus met Bernardus Vis of Nijs, Visser, Vissers, met wie ze in 1790 te Sluis (Zeeuws-Vlaanderen) een kind kreeg, de tweede keer met Jacobus Free. Met Jacobus ging ze op 5 januari 1799 te Bergen op Zoom in ondertrouw. Free is een bekende achternaam onder de Bergse protestanten, het betreft daar in ieder geval geen soldatenfamilie. In 1827 was Jacobus ook reeds overleden.

knoest5

De overlijdensakte van Janna of Johanna Klaarhamer, 1827. Haar ouders werden niet vermeld. (Afbeelding: Zeeuws Archief, Middelburg)

De verdere achtergrond van de familie Klaarhamer is ook onbekend. Ook deze familie komt maar heel sporadisch voor, en het is maar de vraag of zij vandaag de dag überhaupt nog voorkomt in Nederland (als iemand mij het tegendeel kan bewijzen, graag!) [Update 22/3-2016: berichtje gehad van dhr. Kees Klaarhamer: de familie bestaat gelukkig nog altijd]. Feit is wel dat ze in de Randstad nog regelmatig voorkwam afgelopen eeuw. Het lijkt hier te gaan om een kleine soldatenfamilie die in ieder geval voorkwam te Gorssel in 1877, Den Haag in 1853, Bloemendaal in 1899, Weesp in 1844, Utrecht in 1913, Grave in 1834, Middelburg in 1898, Amersfoort in 1939, Oosterhout in 1834, maar voornamelijk in Amsterdam en Deventer. In Amsterdam gaat het om verschillende losse eindjes in voornamelijk de 19e eeuw. In Deventer eigenlijk ook, al is daar één tak die terug te voeren is tot 1724. Ik laat deze familie verder even voor wat ‘t is.

Er worden nog twee eerdere huwelijken toegeschreven aan Huijberdina. Hier zie ik wat problemen. Haar kind met Wenzel Markus (hieronder) werd katholiek gedoopt, en bij hun huwelijk werden zij ook vermeld als “beide Roomsch” (zie onderstaande afbeelding). Ook werd ze in beiden akten vermeld als Anna Maria. Haar eerste twee huwelijken zijn te koppelen doordat zij bij haar huwelijk met Markus als weduwe van Jan Allo werd vermeld, aan haar laatste twee huwelijken ook, doordat ze bij haar huwelijk met Knoest als weduwe van Willem Klaarhamer werd vermeld. Het zou in principe kunnen: volgens haar overlijdensakte werd ze 66 jaar oud, en dat zou betekenen dat ze trouwde op respectievelijk 19, 27, onbekende, en 41-jarige leeftijd. Een andere aanwijzing was dat bij het huwelijk met Jan Allo Sittard als plaats van afkomst werd genoemd, waarbij achternaam “Sitters” dus als verwijzende naar Sittard kan worden beschouwd. De connectie tussen de vier huwelijken ontbreekt dus echter. Ik beschrijf hieronder haar veronderstelde eerste twee echtgenoten als zijnde ‘waar’, maar helemaal zeker is het niet.

Haar tweede huwelijk was met Wanceslaus (Wenzel) Markus of Marcus. Met hem trouwde ze op 30 december 1750/20 januari 1751 te Bergen op Zoom. Wenzel Markus was afkomstig uit Keulen, soldaat “in het Regiment van Orange Drenthe onder de kompagnie van den Heer kapitein Dapper” en woonachtig in ‘t Bergs garnizoen bij zijn huwelijk. Met hem kreeg ze drie kinderen (zie bericht van 11 december 2014), waaronder Joanna Allegundis Marcus, katholiek gedoopt (!) te Bergen op Zoom op 24 februari 1752. Zij komt verder niet voor als getuige later.

knoest6

De (onder)trouwakte van Wenzel Markus en Anna Maria van der Haar, 1750 en 1751. (Afbeelding: NH Trouwboek Bergen op Zoom 1734-1750/RHC ‘t Markiezenhof)

Het eerste huwelijk was met Jan Allo of Aloi, Alloo, Alo. De ondertrouw vond plaats op 21 maart 1742 te Bergen op Zoom, met een attestatie van het Land van Vlake van 29 mei 1742. Hij kwam uit Loon op Zand (geen garnizoensplaats), en was bij het huwelijk soldaat “onder het Regiment van den Heer Kolonel Godelliere in de kompagnie van de Heer Majoor Kavalier” en woonachtig in het Bergs garnizoen. Ook hier was haar voornaam Anna Maria, en werd genoteerd dat beiden katholiek waren. Waarom Vlake hierbij betrokken was is een volslagen mysterie. 

knoest 7

Afbeelding: NH Trouwboek Bergen op Zoom 1734-1750/RHC ‘t Markiezenhof

De belangrijkste vraag blijft al met al toch ook hier wie haar ouders waren. Er zijn eigenlijk drie opties, waarbij de derde optie “overig” is: helaas ook de waarschijnlijkste optie. Optie is dat Huijberdina uit Bergen op Zoom kwam. Dan is er slechts één aanknopingspunt. Ene Hendrik Cornelis van der Haar en Marie Dombre laten op 8 mei 1743 hervormd te Bergen een zoon dopen; eveneens Hendrik Cornelis genaamd. Marie Dombre was waals-gereformeerd en een dochter van Claude d’Ombre en Marie Sabouré of Chabourez, Saboret. Zij waren hugenoten, respectievelijk afkomstig uit Saint-Hippolyte in Languedoc-Rousillion (Zuid-Frankrijk) en Poitou-Chan, en huwden te Bergen op Zoom op 23 augustus 1699. Hij werd meester-broodbakker en komt o.a. notarieel voor in 1707 met betrekking tot een pand in de Kremerstraat. Voor deze optie zijn verder weinig aanwijzingen, behalve dan dat deze waarborgt dat Huijberdina van protestante oorsprong was en waarschijnlijk eveneens uit een soldatenfamilie kwam, althans aan vaderszijde.

De tweede optie gaat er mede vanuit dat Anna Maria van der Haar als vermeld in de eerste twee huwelijken dezelfde persoon is, en dus van oorsprong katholiek. Deze optie focust ook op de naam “Sitters”. Hierbij sluit ik overigens een connectie met de Zeeuwse patriciërsfamilie Van Citters, die overigens wel voorkwam in Bergen op Zoom in de 18e eeuw, nagenoeg uit. Van Sittert of Van Sittaert betreft een katholieke West-Brabantse familie (met een waarschijnlijke oorsprong in Zundert) die ik toevallig in mijn vorig artikel behandelde. Deze familie kwam in de gehele 18e eeuw voor te Steenbergen, Heerle, en de Bergse buitenpoorterij (zie de zoekresultaten te Bergen op Zoom). Probleem hier is dan niet dat deze familie of families katholiek waren, maar ook dat zij waarschijnlijk niet binnen de muren van de stad woonden (wat een wezenlijk verschil maakt), en dat het hier gaat om boerenfamilies, wat op haar beurt ook weer een groot verschil maakt met een soldatenfamilie of een traditie van huwelijken met een soldaat.

Ik sluit af met het ene wat wél zeker is over Huijberdina’s afkomst. Op 19 september 1768 maakt Cornelia de Raad voor notaris Pieter de Geep te Bergen op Zoom haar testament op. In deze akte worden Huijberdina en Jan Joost Knoest bij naam genoemd als erfgenaam, met daarbij enkele andere familieleden. Dit is een ontzettend belangrijk aanknopingspunt, betrouwbaar ook, doch tot op heden zonder vervolg. De akte begint als volgt:

“Heden den 19e september 17e acht en sestig compareerde voor mij Pieter de Geep, openbaar notaris bij den Edele Mogende Raden en Leenhove van Braband en Landen van Overmaaze, in ‘s Gravenhagen geadmitteert, binnen Bergen op ten Zoom resideerende, en voor de getuigen nagenoemt, de Eerbare Cornelia de Raad ongehuwde, dog bejaarde dochter woonende binnen deze stad, mij notaris bekend, zijnde gezond na den lichaame, haar verstand volkoomen machtig, en dus tot het passeeren dezes ten vollen bewaam, dewelke verklaarde te maken haar Testament ende uiterste wille inder manieren naar volgende.”

Allereerst vind ik ‘t het vermelden waard hoeveel woorden men een hoofdletter waardig achtten in de achttiende eeuw. Dit begin vertelt dus over Cornelia de Raad, dat zij bejaard was en ongehuwd. Haar nalatenschap begon met Aagje van Dort, dochter van Cornelis Jobse van Dort en Adriana van der Heijde. Van Dort is, zoals mogelijk minder bekend is buiten Berrege, een protestantse vissersfamilie die vaak genoemd wordt als oudste Bergse familie na Verdult. Aan haar laat Cornelia het volgende na:

“alle de boeken welke bij haar overlijden in haaren boedel gevonden worden daar ouder niet begreepen de kerkboeken met zilver beslag, beneevens drie van haare beste vrouwe rokken, na haar begeerten te verkiezen, als meede nog daar en boven eene zomme van een hondert guldens, welk legaat aan haar door haare kies na te noemen erfgenaam en su… moeten worden voldaan, drie maanden na het overlijden van de Testatrice”

Ik weet niet wat Cornelia in haar leven deed, maar honderd gulden was oprecht een heel hoog bedrag in de achttiende eeuw. Het verband tussen Aagje en haar is mij ook niet bekend, maar omdat haar ouders vermeld werden vermoed ik dat het om een minderjarige gaat. Het volgende stuk betreft een nalatenschap aan haar volle zuster Marie de Raad, “huisvrouw van” Mackelhoud. Zijn voornaam was duidelijk onbekend, gezien ‘t feit dat de notaris acht puntjes voor zijn naam plaatste. Zus Marie woonde te Nijmegen en voornamelijk al het goud en zilver. De akte vervolgt zich dan over de overige nalatenschap, als volgt beschreven:

“Ende overgaande tot de justitutie van alle haare Testatrices verdere na te laatene goederen, roerende ende onroerende actien ende crediten geene uitgezondert, zoo als die bij het overlijden van de Tesatrice sullen bevonden worden, daar (june..) verklaarde zij Testatrice tot haare erfgenaamen te nomineeren en te stellen, soo als zij Testatrice nomineert ende steld bij dezen, haare voormelde suster Maria de Raad, Huisvrouw van …… Mackelhoud, woonde te Nijmegen, voor een derde part, haare suster van halve bedde met name Hubertina Sitters, huisvrouw van Joost Knoest, woonde te Campen, meede voor een derde part. En het kind van wijlen haaren Broeder Johan de Raad, met name Johan de Raad woonende te ‘s Gravenhagen voor het resteerende een derde part.”

Hier verdeelt ze, wat ik eruit op kan maken, de rest. Die komt toe aan voormeldde volle zus Maria de Raad en Hubertina Sitters, “huisvrouw van Joost Knoest”. Hieruit blijkt dus, zoals ik in ‘t begin schreef, dat Huijberdina en Jan Joost in Kampen woonden in 1768. Zij kregen allebei en derde deel. Hubertina was echter geen volle zus, maar een “suster van halve bedde”. Deze stokoude notarishandleiding op Google Books suggereert dat deze term slaat op ‘halfzus’. Hubertina had dus dezelfde moeder als Cornelia, Maria en Johan de Raad. Laatste is al overleden in 1768, maar zijn zoon, een neef van Cornelia, woonachtig in Den Haag en ook Johan de Raad genaamd, krijgt ook een derde part. Tenslotte kregen ook de diaconiearmen en de weeskamer en stukje. De akte werd getekend door getuigen Gelijn Schellekus, woonachtig in Bergen op Zoom, en Henderik Krimp, dragonder, woonachtig in ‘t Bergs garnizoen.

knoest7

Cornelia kon haar naam schrijven, maar wel met een T. Schellekus en Krimp konden dat niet, en tekenden met een kruisje. (Afbeelding: Minuutakten notaris Pieter de Geep, 1768/RHC ‘t Markiezenhof)

Dit testament leert ons ook dat deze twee halfzussen en halfbroer waarschijnlijk uit ‘t eerste huwelijk van haar moeder kwamen. Cornelia was “bejaard” in 1768. De krankenbezoeker vermeldde het overlijden van een Cornelia de Raad op 24 september 1773 te Bergen op Zoom. Er werd geen leeftijd vermeld, alleen dat ze “jonge dochter” was. Dit kan inderdaad slaan op haar leeftijd: als ze jong was gaat het hier niet om dezelfde persoon. Het kan ook “juffrouw” betekenen, in de zin dat ze ongehuwd gebleven was. Laatste wordt misschien ondersteund door de begraafakte opgenomen in ‘t Bergs register van begraven en overluiden 1678-1776, waarin genoteerd werd dat ze op 29 september 1773 begraven werd in de kerk en de klokken 3,5 uur geluid werden. Dat wijst op aanzien of in ieder geval een behoorlijk vermogen: iets wat ook blijkt uit het testament. In ieder geval was zij dus in 1768 ouder dan Huijberdina. Een huwelijk tussen een Sitters en een De Raad heb ik verder niet kunnen vinden: sowieso in Bergen op Zoom geen aanknopingspunten. Een Johan de Raad komt wel voor als militair in Den Haag. Ik denk ook dat Huijberdina elders geboren werd, maar misschien dat de familie De Raad haar oorsprong wél in Bergen op Zoom vond: waarom zou Cornelia anders ongehuwd (dus niet meegekomen met een soldaat die tussen regimenten reist) in Bergen op Zoom wonen?

Ik zou graag eindigen met nóg een keer het overzichtskaartje. En ‘t lijkt een beetje alsof ik veel informatie heb, maar de ouders Knoest en de ouders Sitters blijven onbekend. En da’s jammer: er zijn genoeg aanknopingspunten, en ik vermoed dat de werkelijke geschiedenis van deze families nog verbazender is dan ik me nu kan voorstellen. Dus: weet u ietsje meer, aarzel niet en neem contact met mij op!

haar

PS: al die tags hieronder zijn voor de SEO. Waarom zou ik ‘t niet doen?

Deel dit artikel