Het (niet afgebrande) huis van Hendrik van den Kieboom

In ‘t archief vond ik een koopakte uit 1907, opgesteld bij de Bergse notaris Schermer. Mijn voorvader Hendrik van den Kieboom (*Halsteren, West-Brabant, 1857, ✞ aldaar, 1938, kwartierstaatnummer 56) was er in betrokken, samen met Jacobus van Eekelen, op dat moment herbergier te Halsteren. Hendrik kocht een huis met erf en tuin van Jacobus aan de Waterstraat te Halsteren; tussen de Sint-Martinuskerk en de Beek, óp de Brabantse Wal. Het betrof twee kavels in de Halsterse kadastersectie C, met nummer 1250 en 1251. Het geheel was elf aren en vijftig centiaren groot. Jacobus verklaarde dat het niet meer met hypotheek bezwaard was, en liet een koopakte van het pand uit 1871 uit het kantoor van hypotheken te Breda bijvoegen. Laatste zegt iets over hoe oud het huis was op dat moment. Hendrik kocht het geheel voor zeshonderd gulden, een akte betreffende een nieuwe hypotheek werd eveneens bij notaris Schermer opgesteld.

Eerste deel van de koopakte. (Afbeelding: WBA Bergen op Zoom)

Verder was het een gebruikelijke koopakte, veel procedureel. Belangrijk is wel hoe ik weet dat het hier om de ‘juiste’ Hendrik van den Kieboom gaat. Allereerst werd er in de kantlijn vermeld dat ene Anna Maria Jaspers rond de tijd van de koop was overleden. Anna Maria was de echtgenote van verkoper Jacobus van Eekelen en een zus van Hendriks vrouw Johanna Jaspers (*Halsteren, 1864, ✞ aldaar, 1919, kwartierstaatnummer 57). Hendrik kocht het huis dus van zijn zwager. Tweede bewijs is zijn handtekening, deze is dezelfde als onder zijn trouwakte uit 1884. 

De handtekeningen onder Hendriks trouwakte (1884, boven) en onder de koopakte (1907, onder). Afbeeldingen: WBA Bergen op Zoom.

Opvallend vind ik hier dat, waar de generaties Van den Kieboom van nu nogal precies zijn op ‘t gebruiken van het goede tussenvoegsel (iets met naamvallen), Hendrik dat in zijn tijd duidelijk niet was, hij schreef zijn eigen naam met ‘de’, en dit werd dan ook overgenomen door de notaris. Zwager Jacobus was in 1884 ook zijn trouwgetuige, maar kon toen niet zijn naam schrijven, en dit was in 1907 ook nog zo.

Ik ben nieuwsgierig naar de precieze locatie van het gekochte huis, vooral omdat het me nooit helemaal gelukt is om te bepalen waar in Halsteren de familie Van den Kieboom woonde. Misschien kan de vermelding van de Waterstraat achtergrond geven over waar Hendrik vóór 1907 woonde met zijn familie. Ten tijde van de geboorte van zijn zoon (mijn betovergrootvader) Johannes Hendrikus (Jan) van den Kieboom (*gemeente Halsteren, 1888, ✞ Bergen op Zoom, 1957, kwartierstaatnummer 28), woonde de familie waarschijnlijk (!) in de wijk die de Oude Molen en Lepelstraat omvatte, laatste is op zich niet ver van de Waterstraat. Hendriks schoonouders, het echtpaar Judocus Jaspers (*Halsteren, 1819, ✞ Bergen op Zoom, 1899, kwartierstaatnummer 114) x Cornelia Nuijten (*Halsteren, 1822, ✞ aldaar, 1889, kwartierstaatnummer 115), woonde in het centrum van ‘t durrep. Judocus werd geboren in het Mussengevecht. Al met al net aan de andere kant van de Waterstraat dus. Waar het gekochte huis, percelen 1250 en 1251 in kadastersectie C lagen kan ik niet terugvinden; het gaat om sectie C1 en daarvan is geen kadasterkaart uit de periode 1880-1930 beschikbaar in ‘t archief. Wel van 1832, maar de percelen zijn hernummerd, dus ook daar niets terug te vinden.

Eigenlijk kwam ik op dit artikel door volgend krantenartikel, afkomstig uit ‘godsdienstig-staatskundig’ dagblad De Tijd van 29 september 1910. 

Afbeelding: Koninklijke Bibliotheek, ‘s-Gravenhage.

Oei. Het zou toch niet zo zijn dat Hendriks huis drie jaar na aankoop afgebrand is?

Uit ‘de Grondwet’, 30 september 1910. (Afbeelding: Koninklijke Bibliotheek, ‘s-Gravenhage)

Gelukkig, nee. Een derde artikel uit ‘Kleine Courant’ van 3 oktober 1910 luidde:

Afbeelding: Koninklijke Bibliotheek, ‘s-Gravenhage.

Een boerderij in ‘t Halsters Laag dus, aan de andere kant van het dorp. Dit wil niet zeggen deze brand niet Hendriks directe familie trof. Het Laag viel onder dezelfde Halsterse wijk als de Oude Molen, een wijk waar Hendriks familie eerder in vermeld werd. Zelf vermoed ik dat het hier gaat om de boerderij van Hendriks vader Hendrik van den Kieboom (*Halsteren, 1827, ✞ aldaar, 1915, kwartierstaatnummer 112). De beste man was ten tijde van de brand 83 jaar oud. Met zekerheid kan ik dit niet zeggen; door de overdreven privacywet van eerder dit jaar zijn de Halsterse bevolkingsregisters van na 1905 offline gehaald en kan ik bijvoorbeeld niet nagaan of Hendrik en vrouw bij een kind gingen inwonen in 1910. Hoe dan ook ben ik weer een aantal toponiemen rijker in mijn zoektocht naar waar de familie Van den Kieboom woonde.

Deel dit artikel

Plaatsaanduidingen in de Bergse Buitenpoorterij (1812)

In de Bergse bevolkingsregisters begin 19e eeuw werd bij de sectie Buitenpoorterij zelden een nadere plaatsaanduiding vermeld. Behalve in de Franse tijd. In half frans, half nederlands werd de naam van straat of nabije hoeve vermeld. De huisnummers zijn hetzelfde als die in de wijklijsten van 1814 en 1815; bij die registers werd weer een huiseigenaar genoteerd zodat de plaats te koppelen is aan het kadaster over 1811-1832. Hieronder zette ik de plaatsaanduidingen uit 1812 op een rij, voor mede-onderzoekers. Er werd begonnen met Oud-Borgvliet (omvatte in ieder geval ’t Fort-Zeekant, de Augustapolder, delen van de Wouwse Plantage en Antwerpschestraatweg e.o.) en de telling begint daarna op nieuw met ‘Wouwscheweg’, de huidige Wouwschestraatweg. Toponiemen als ‘Clavervelden’, ‘Zéesuiper’, de Kragge, Vreedenburg (bij camping Vreedenburg), de Bommesee, en Bloemendaal (zuidkant van Meilust) kennen we nu nog wel. De andere zijn bijna allemaal te koppelen aan de scans van ‘t kadaster van de Dienst voor ’t Nationaal Erfgoed.

Sectie K (1812)

  • 1 t/m 11: Borgvliet
  • 13 t/m 23: Borgvlied
  • 1 t/m 7: Wouwscheweg
  • 9 t/m 14: Wouwscheweg
  • 15: Waalequartier
  • 16 & 17: Wouwscheweg
  • 19 & 20: Wouwscheweg
  • 22: in de Leegt
  • 23: de Leegt
  • 25: Clavervelden
  • 26: Vijfhoek
  • 27: de Lint
  • 28: Zéesuiper
  • 29: Zeezuiper
  • 31: Eengsmeer
  • 33: Wouwscheweg
  • 34 & 35: Zeesuiper
  • 36: de Kragge
  • 37: Leeuwerk
  • 39: Middelkragge
  • 40: Dernier Kragge
  • 43: Middelkragge
  • 46 & 47: Klijnen Drol
  • 49: Zandstraat
  • 50: Laagelint
  • 53: Jagersrust
  • 56 t/m 61: Zandstraat
  • 63: Zandstraat
  • 68-2: Vreedenburg
  • 69: Vreedenburg
  • 70: Bloemendaal
  • 71: la ferme Bleekerij
  • 72: de Kraaij
  • 74: Bommesée
  • 75: Zoomrust
  • 77: Baarsvlied, dans la ligne
  • 79: Bloemendaal
  • 82 & 83: Meylust
  • 85: Steenhoven
  • 86 & 87: Bommesée
  • 89: Meylust
  • 90: Kragge
Deel dit artikel

Wouw met haar buurtschappen

Sinds Watwaswaar per 1 januari dit jaar opgeheven is, staat er een hoop online op de website van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Voor deze serie duik ik in het kadaster over de periode 1811-1832. Welke grond bezaten mijn voorouders? Waar op die grond woonden zij misschien? Aan de hand van de topografische atlas 1836-1843 probeer ik ook uit te leggen wat de “aardrijkskundige context” was van deze grond. Vandaag deel 13, (voorlopig) het laatste deel van deze serie: Wouw secties A t/m I en K: de hele gemeente Wouw maar dan zonder de dorpskern van Heerle, die deed ik eerder al. Sectie J heeft nooit bestaan. Klik hier voor de voorgaande delen en de overzichtskaart

De gemeente Wouw was tot het opheffen in 1997 vrij groot, en dan niet persé naar oppervlakte maar meer als men kijkt naar het grondgebruik: in het zuiden natuurlijk bos en heide (Wouwse Plantage), maar veel landbouwgrond. En de gemeente was ook relatief groot qua inwoners vergeleken met de rest van de regio.

In de ‘Looikensakker’, ten noorden van landgoed Altena en en ten oosten van Moerstraten, had een oude bekende een stuk weiland. Het gaat hier om Salomon Frank, en da’s waarschijnlijk dezelfde als uit het artikel over Hoogerheide: Salomon Nathan Frank (*Stabroek, Antwerpen, België, 2/12-1796, ✞ Woensdrecht, West-Brabant, 9/2-1879). Onder een net iets andere naam werd hij geregistreerd als eigenaar van een mooi groot pand aan de Bergsestraat in ‘t dorpscentrum. Hij werd eerder o.a. vermeld als winkelier, in dit register was hij leerlooijer. 

Salomon Frank, uit Bergen op Zoom

Looikensakker

  • C38: weiland

Salomon Junior Frank, looijer uit Wouw

het Dorp

  • L277: moestuin
  • L278: huis, looyerij en erf
frank

Let op: deze kaart is niet naar het noorden gezien! (Originele afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed)

frank3

Originele afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

In sectie D lag een hoek genaamd ‘Eijerdij’ (mooie naam, vind ik). Het lag ten oosten van de Spellestraat en ten noorden van de oude weg naar Roosendaal. In deze hoek lag een perceel dat eigendom was van ‘de weduwe van Cornelis Huijbs’.

weduwe Cornelis Huijbs, uit Roosendaal

Eijerdij

  • D185: bouwland

Dit kunnen volgens mijn bestand twee mensen zijn, twee weduwen van een Huijps die overleed in de periode die dit register omvat. De eerste is mijn voorouder Antonia van der Riet (*Wouw-Bulkenaar, West-Brabant, 8/3-1737, ✞ gemeente Roosendaal, 16/12-1817, kwartierstaatnummer 401). Zij was weduwe van Cornelis Gabriel Huijps (*Roosendaal, West-Brabant, 9/8-1736, ✞ Wouw-Bulkenaar, West-Brabant, 6/7-1802, kwartierstaatnummer 400). Een tweede mogelijkheid is Anna Maria Raaijmakers (*Wouw-Oostelaar, West-Brabant, 24/4-1774, ✞ Roosendaal, West-Brabant, 31/7-1834, schoonmoeder van B70), weduwe van Cornelis Huijps (*Wouw-Haïnk, West-Brabant, 28/11-1766, ✞ gemeente Roosendaal, West-Brabant, 4/4-1821, zoon van bovenstaande Cornelis en Antonia van der Riet en schoonvader van B70).

Een familielid Maryn Huijbs had veel grond om perceel D185 heen. Bij hem werd eveneens vermeld dat hij uit Roosendaal kwam, maar zoals ik bij mijn voorvader Jan Huijps schreef woonde deze familie op de Haïnk, een buurtschap daar vlakbij wat bestuurlijk onder Roosendaal en kerkelijk onder Wouw viel.

Maryn Huijbs, bouwman uit Roosendaal

Eijerdij

  • D180: bouwland
  • D181: weiland

Kleine Speldestraat

  • D214: bouwland
  • D215: hakhout
  • D216: bouwland
  • D217: bouwland
huijps

Afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

huijps2

Donkerrood omlijnd: de grond van de weduwe Cornelis Huijps. Lichtrood omlijnd de grond van Maryn Huijbs. De straat links is tegenwoordig bekend als de Kruislandseweg. De percelen zijn niet meer te herkennen op de kaart van nu. (Originele afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed)

Een ander familielid Huijps had grond op de Oostelaar. Dit was Antonia (Anthonetta) Jongeneelen (*Wouw-Haïnk, West-Brabant, 16/4-1775, ✞ gemeente Roosendaal of Wouw-Bulkenaar, West-Brabant, 26/11-1841, kwartierstaatnummer 201), weduwe van Gabriël Huijps (*Wouw-Bulkenaar, West-Brabant, 6/4-1775, ✞ gemeente Roosendaal, West-Brabant, 28/9-1819, kwartierstaatnummer 202). Belangrijk om te weten is hier dat er vijf buurtschappen zijn, Vroenhout, Vinkenbroek, Boeïnk, Haïnk en Bulkenaar, die kerkelijk onder Wouw vielen en bestuurlijk (in ieder geval na 1811) onder de gemeente Roosendaal & Nispen. Ik heb, voortbordurend op de DTB-boeken Wouw gebruikt als ‘voorvoegsel’ van deze buurtschappen. Soms vermeld ik ‘gemeente Roosendaal’, dit wijst erop dat iets plaatsvond onder ‘t bestuurlijk gebied van Roosendaal, en ik niet precies weet waar.

de weduwe Gabriel Huijps, uit Roosendaal

Oostlaar

  • E322: hakhout
  • E323: bouwland

Iets ten westen van de twee percelen lag een pad genaamd “Haïnksche Kerkpad”. De percelen zijn ook hier niet meer te herkennen op de huidige kaart, maar ze moeten ergens binnen het rode vierkant gelegen hebben. Het pad waar de pijl naar wijst loopt in dezelfde richting als het pad op de kaart uit 1811. Misschien een restant daarvan?

huijps4

Originele afbeeldingen: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed & Google.

In sectie E en F had een landbouwer genaamd Johannes Verbraak veel grond. Ik zag een overeenkomst met mijn voorouder Jan (Jean) Verbraak (*Wouw-Westelaar, West-Brabant, 13/3-1778, ✞ Roosendaal-Brembosch, West-Brabant, 16/3-1832, kwartierstaatnummer 202). Hij werd vermeld als landbouwer, werd geboren op Westelaar, maar woonde wel al sinds in ieder geval 1813 in de gemeente Roosendaal. Ik kan dus niet met zekerheid zeggen dat ‘t hier om dezelfde persoon gaat.

Johannes Verbraak, bouwman, ”landbouw” uit Westlaar

De Zaafzelsche akker

  • E807: bouwland
  • E808: bouwland
  • E809: bouwland

Westlaar

  • F668: hakhout
  • F680: bouwland
  • F689: weiland
  • F690: boomgaard
  • F691: moestuin
  • F692: huis, schuur en erf
  • F693: weiland
  • F706: bouwland

de Drietrap

  • F766: bouwland

In ‘de Vijfhoek’ in sectie I lag één stukje grond van Jan (Jean) van Eekelen (*Essen, Antwerpen, België, 29/4-1790, ✞ Heerle, West-Brabant, 10/4-1841, kwartierstaatnummer 236), eerder vermeld in ‘t artikel over Heerle. Misschien toevallig lag verderop in deze sectie, onder ‘t toponiem ‘Geizevelden’, had een naamgenoot een moestuin.

Joh’s van Eekelen, bouwman uit Bergen op Zoom

de Vijfhoek

  • I177: bouwland

Jan van Eekelen, arbeider van op Herel

Geizevelden

  • I286: moestuin
eekelenvanJ

Afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

Aan ‘t begin van dit artikel had ik het al even over de Bergsestraat in ‘t dorpscentrum. Een eindje verder naar het westen lagen aan deze straat huis, erf en moestuin van mijn voorouder Jacobus (Jakob) van Osta (*Wouw, West-Brabant, 5/1-1753, aldaar, 26/1-1829, kwartierstaatnummer 450). 

Jacobus van Osta, schoenmaker uit Wouw

het Dorp

  • L300: moestuin
  • L301: huis en erf
ostavanJ

Originele afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

Om ‘t artikel af te sluiten zet ik graag nog wat dingetjes die me opvielen op een rijtje. Zo was er in sectie A een grondeigenaar uit Bergen-Henegouwen (Mons hè), waarbij voor de zekerheid ‘provincie Henegouwen’ geschreven werd. Nederland had België immers nog niet erkend in 1832. Of in sectie G, waar een lap heide eigendom was van ‘t dorp Nispen. Nu was Nispen nooit een eigen gemeente, het was al sinds Napoleon samen met Roosendaal. Hoe omschrijf je ‘t dorp dan? Als “gehugt”, blijkbaar. 

bergenhenegouwen

Afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

nispen

Afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

begijntjes

Verder liepen er twee begijntjes rond in Wouw met een hoeveelheid grond waar ze waarschijnlijk goed van konden leven. Eén daarvan was Cornelia Kerstens, zij zat in Hoogstraten, de ander heette Elisabeth Vadde, uit Lier. Vadde is een achternaam die ik uit mijn eigen stamboom ken, en Elisabeth blijkt inderdaad uit Wouw te komen, zo bewijst een Vlaamse erfgoedsite. Een korte levensgeschiedenis: Elisabeth werd op 19 november 1743 gedoopt te Wouw als dochter van Dominicus Joosse Vadde en Maria Anna Janse Moerkints, werd op 24-jarige leeftijd in 1767 geprofest als begijn te Lier en ging daar wonen op het adres Grachtkant 14/15, in het huis ‘t Soete Naemke. Daar woonde ze tot haar overlijden te Lier op 31 oktober 1832, en was daarmee het laatste begijntje wat in het huis woonde. Elisabeth was trouwens een nicht van mijn voorouder Jacoba Anna (Jacqueline) Vaddé (zie nummer 369).

De vraag die mij opkwam was: hoe komt het dat een Wouwse die begijn wordt in Lier zoveel grond bezit in haar geboortedorp? Natuurlijk had de kerk meer wereldlijke macht (en dan bedoel ik hier vooral in de vorm van grond en goederen) in die tijd, maar je zou eerder verwachten dat Elisabeth dan eigendommen had in de omgeving van Lier. Het antwoord hierop lijkt te vinden in de familie van een andere Wouwse grondeigenaar, doctor Joh’s Jacobus de Ram, eveneens uit Lier. Hij komt meermaals voor in het register. Het artikel over het pand waar ze woonde vermeld het volgende:

“Elisabeth Vadden was verwant aan de gezusters Sanders en Adriana De Ram, die in Sint-Rosalia aan de Margaretastraat resideerden. In 1816 noteerde men er samen met Elisabeth Vadden, 72 jaar oud, haar nicht, Maria Godeschal (Goddichal), 42 jaar oud, ex-religieuze, als dochter van Jan Baptist Goddichal en Catharina Vadden, een zuster van de voornoemde Elisabeth.” 

De Roosendaalse notarissen J.J. Bosschart en J.C. de Bosson maakte in respectievelijk 1818 en 1838 akten op waarin Elisabeth Vadde samen met de familie de Ram vermeld werd. Eén daarvan (datum 26 mei 1818) is nogal belangrijk voor dit vraagstuk: 

“Verkoop door den Heer David de Ram Medicine Dokter wonende te Wouw, als gelaste van Mejuffrouw Elisabeth Vadden, begijntje wonende te Lier aan Adriaan Ruijten bouwman onder Wouw van een huis, schuur, hof, boomgaard en erf met omtrent een gemet zaailand, staande en gelegen op Oostelaar onder Wouw voor Vierhonderd en vijftig gulden.”

Een dokter David de Ram dus, ongetwijfeld familie van Johannes Jacobus de Ram en de familie de Ram in Lier. Het kan zijn dat alle grond die ze bezat in Wouw in deze verkoop inbegrepen was, of dat dit slechts een van meerdere verkopen door de familie de Ram aan Elisabeth Vadde was. Een interessant verhaal dat zeker nog een keer nader onderzoek verdient.

Elizabeth Vadde, begijn uit Lier

Oostlaar

  • E406: bouwland
  • E409: bouwland
  • E420: bouwland
  • E452: bouwland
  • E453: bouwland
  • E454: bouwland
  • E455: bouwland

Zuivelaar

  • E549: bouwland

de Bestert

  • E577: bouwland

de Donken

  • F56: bouwland (niet vermeld als begijn of als afkomstig uit Lier)

de Drooge Driessen

  • L28: weiland

Deel dit artikel