de Sint-Helenamedaille

Vorige maand kreeg ik mail van collega-onderzoeker Willem Kruf. Hij is, net als ik, met Napoleon bezig (zie dit bericht uit november 2017). Een eerste verband tussen mijn voorouders en Napoleon vond ik reeds een aantal jaren terug, met een document waarin Cornelis van Ginneken de Sint-Helenamedaille kreeg. In mijn onderzoek van vorig jaar vond ik nog meer voorouders terug die voor de Franse keizer vochten, maar of zij uiteindelijk de erkenning kregen hiervoor bleef wat vaag. Als ik mezelf mag citeren:

“Wat kan ik hier als slot opschrijven? In 1857 had Frankrijk weer een koning, Napoleon III. Hij loste in dat jaar één van de punten uit ‘t testament van de keizer in; alle veteranen uit de periode 1792-1815 werden onderscheiden met de Sint-Helenamedaille. Tenminste, dat was de bedoeling. Als deze medaille al uitgereikt werd aan een Nederlandse veteraan, was het niet gebruikelijk dat hij ‘m droeg. Geschiedenis wordt tenslotte geschreven door overwinnaars. “Aux compagnons de gloire Napoleon 1er” stond er op ‘t doosje. En er zat een certificaat als op de afbeelding hierboven bij. Jean Hopmans zou er als ‘t goed is een gehad moeten hebben. Ik beeld ‘t me even in: “le grand chancelier de l’ordre impérial de la Legion d’Honneur certifie que Monsieur Hopmans, (Jean), de Berg-op-Zoom (Pays-Bas) ayant servi durant la période de 1792 à 1815 a reçu la Medaille de S’te Hélène.” Natuurlijk, de keizer was hard en rücksichtlos te werk gegaan, en zijn enorme leger heeft veel moeten doorstaan voor zijn vrij idiote plannen met Europa. Maar ‘t continent is er niet slechter op geworden; ‘t Ancienne Régime was definitief voorbij. En de band tussen Napoleon en zijn soldaten was altijd goed geweest. Dit was tenslotte geen huurleger, deze soldaten hoorden bij het land waar ze voor vochten. Ik denk dat als je één van deze voorouders die teruggekomen waren zou vragen terug te kijken, dat ze best trots waren.”

Ik sloot dus af met de brede vraag: hebben mijn voorouders die voor Napoleon vochten deze medaille gekregen, en zo ja, mochten ze ‘m (met enige gepaste trots) dragen? En Willems onderzoek gaf antwoord op deze vraag. Zijn hele onderzoek kunt u hier lezen; hij kan nog hulp gebruiken van met name genealogen die ervaring hebben met onderzoek in Amsterdam! 

De Franse koning Napoleon III op een daguerrotype van rond 1850/1860. (Afbeelding: Bibliothèque nationale de France/Wikimedia Commons)

De Fransen verloren hun megalomane oorlog, en waren dus wat ‘t nieuwe koninkrijk der Nederlanden betreft de verliezer. Toch is het moeilijk dat vol te houden als zoveel landgenoten voor die verliezer gevochten hadden. Dit kwam tot uiting toen Napoleon III de medaille instelde en deze door Frankrijk naar Nederlandse stadhuizen gestuurd werd. 

Uit de Groninger Courant, 14 oktober 1857. (Afbeelding: W. Kruf)

De Groningers en wat Antwerpenaren vonden het dragen van de medaille niet gepast (zie bovenstaand artikel), maar er zal toch een bepaalde druk zijn geweest van de andere kant want men kon, mits er een vergunning was verleend na het overleggen van het certificaat wat bij de medaille geleverd werd, de onderscheiding gewoon met trots dragen. En die vergunningen werden ook verleend; in juni 1858 waren er al zevenhonderd uitgegeven.

Uit de Nederlandse Staatscourant (links) en Rotterdamsche Courant (rechts) van 17 januari 1858. (Afbeeldingen: W. Kruf)

Op de vraag of ook soldaten uit mijn lijstje van november 2017 een medaille ontvangen hadden, komt antwoord uit een Bossche krant van mei 1858 (links), iets wat bevestigd werd in een ander artikel uit ‘t Bergse nieuwsblad van die tijd (midden en rechts).

Afbeeldingen: WBA Bergen op Zoom/W. Kruf

Daar rechts staat het al; mijn voorouder Jean Hopmans (*Bergen op Zoom, 1789, aldaar, 1862, kwartierstaatnummer 252), en Cornelis Schuurbiers (broer van Pieter Schuurbiers) uit het lijstje dat ik vorig jaar opstelde, kregen de medaille. Uit datzelfde lijstje waren Jean Jacques Knoet en Theodore Piquet gesneuveld, en de anderen reeds overleden of niet uit Bergen op Zoom afkomstig.

Dan rijst bij mij ook de vraag, mede nu we het eerste artikel lazen: wat was in Berrege het sentiment rond de medaille? In het artikel hierboven waarin ook de namen van de gedecoreerden werden vermeld schreef men:

‘terregt zich daarmee verrijkt gevoelende daar de inscriptie: “a ses compagnons de Gloire St. Helene 5 Mai 1821 dernière Pensée”, als ‘t ware den laatsten wil van den grooten man op zijn sterfbed uitdrukt, ook als eene verzoening voor alle de met hem in het groote leger gediend hebbende militairen en diens landgenooten in diebare herinnering zal blijven”

Dit is onomwonden positief geschreven. Woorden als ‘terrecht’ en ‘grote man’ laten dat zeker blijken.

Afbeeldingen: WBA Bergen op Zoom/W. Kruf

Er zijn meerdere artikelen die Willem vond over de medaille; allen van rond de zomer 1858. Het bovenste artikel heeft het over een ‘zucht om begiftigd te worden’, beduidend minder positief. En op 20 juni werd de overwinning op Napoleon bij Waterloo herdacht. Ik krijg een beeld van een stad in dubio wanneer men terugkeek op de oorlogen veertig jaar daarvoor. Willem schreef erover dat ‘t beleg door de Fransen in 1747 en hun acties bij ‘t Britse beleg van de stad in 1814 mogelijk nog gevoelig lagen bij de Bergenaren. En tenslotte was Frankrijk de verliezer, ook in de ogen van het nieuwe koninkrijk der Nederlanden waar Berrege onder viel; zie dus de herdenking van ‘de overwinning’ bij Waterloo.

Daar staat tegenover dat er dus heel wat jonge Bergenaren voor de keizer vochten en dit toch een sentiment los gemaakt moet hebben bij hun naasten. Daarbij markeerde de Franse tijd een einde aan de status van Staats-Brabant als bezet gebied; Brabanders kregen meer zelfbestuur en katholieken kregen weer geloofsvrijheid onder Napoleon. De veertig gedecoreerde veteranen kwamen op 15 augustus 1858 samen in een besloten bijeenkomst. Daar bracht men een wat tegenstrijdige toost uit: “leve de keizer, leve Napoleon III, leve Willem III”. 

Afbeelding: W. Kruf/WBA Bergen op Zoom.

Deel dit artikel

Gageldonk, de Klavervelden en de Zeezuiper van weduwe De Bère

Sinds Watwaswaar per 1 januari dit jaar opgeheven is, staat er een hoop online op de website van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Voor deze serie duik ik in het kadaster over de periode 1811-1832. Welke grond bezaten mijn voorouders? Waar op die grond woonden zij misschien? Aan de hand van de topografische atlas 1836-1843 probeer ik ook uit te leggen wat de “aardrijkskundige context” was van deze grond. Vandaag deel 6 van deze serie: Bergen op Zoom sectie D: de Klavervelden, de huidige wijken Gageldonk-west en Gageldonk-oost en landgoed Lievensberg. Klik hier voor de voorgaande delen en de overzichtskaart

Untitled kopie 2

Uitsnede van de overzichtskaart. (Originele satellietbeelden: Google)

Ik begin met de grond van ene Bastiaan Schuurbiers, een grondeigenaar die ik volgens mij ook al bij ‘t doorlezen van de sectie Hoge en Lage Meeren gezien heb. En dat zou kunnen, want ik vond ‘m terug in sectie D, helemaal in het noordwesten aan de Wouwsestraatweg bij de Bloemkool. De belangrijkste vraag voor mij is hier of het gaat om Sebastianus (Bastiaan) Scheurbiers (*Bergen op Zoom, 28/12-1751, ✞ aldaar, 1/6-1810, kwartierstaatnummer 348). Ik kan die vraag eigenlijk al gelijk zelf beantwoorden: waarschijnlijk niet. Bastiaan was in 1810 reeds overleden terwijl ‘t register in 1811 begint, en nergens staat ‘de weduwe van’ of ‘de erven van’ vermeld. De voornaam Bastiaan vond ik al in 1618 in de familie Schuurbiers en dus zullen er nogal wat leden die naam gehad hebben. Het gaat hier misschien om Sebastianus Schuurbiers, gehuwd met Maria Hertogs (✞ Bergen op Zoom, 3/6-1831) of om Sebastianus Schuurbiers, gehuwd met Cornelia Lammers (✞ Bergen op Zoom, 23/11-1836). Als ‘t huis waar zij in woonden nummer drie had in 1815 (kans is vrij groot), dan gaat het hier om ‘t laatste echtpaar.

schuurbiers3

Het rechterrijtje geeft de eigenaar van ‘t pand aan, in dit geval hemzelf. (Afbeelding: Wijklijst Bergen op Zoom-wijk K (Tiende Wijk, Buitenpoorterij) 1815, huisnummers 1-89/RHC ‘t Markiezenhof)

Bastiaan Schuurbiers, uit Bergen op Zoom

de Schuurbroeken

  • D14: bouwland
  • D16: bouwland

‘t Hol

  • D65: huis, schuur en erf
  • D67: moestuin
SchuurbiersB1

Originele afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

Deze lapjes grond lagen in de ‘Schuurbroeken’, aan de zuidwestkant van de huidige Kastanjelaan. De straat onderaan is de Balsebaan, links van deze sectie werd een aantal jaren later de spoorlijn naar Goes aangelegd.

SchuurbiersB2

Originele afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

Ook deze kaart lijkt (ongeveer) naar ‘t noorden gezien te zijn. Restaurant de Bloemkool (zie de hoeve rechts) bestaat nog altijd. Het toponiem wat aan het stukje land gegeven werd was ”t Hol’; de Vijverberg bestond nog niet.

De hele sectie D was vernoemd naar de Klavervelden, maar de ‘echte’ Klavervelden was/is maar vrij klein, de omgeving van de huidige Jeugdherberg aan ‘t einde van de Balsedreef. Ergens in dat stukje woonde Maria Catharina Melsen (*Woensdrecht-Zuidgeest, West-Brabant, 27/9-1755, ✞ Bergen op Zoom-buitenpoorterij, 31/7-1829, kwartierstaatnummer 505) of althans haar eerste man Walterus (Wouter) Hopmans (*Bergen op Zoom-buitenpoorterij, 30/3-1746, ✞ Heerle, West-Brabant, 13/12-1796, kwartierstaatnummer 504). In ‘t eerste Bergse bevolkingsregister uit 1815 staan de huis- of grondeigenaren vermeld, maar de secties/wijken en nummering uit dat register komen niet overeen met die van het kadaster. Toevallig wist ik van Wouter wel dat hij in ieder geval vóór 1796 dus in de Klavervelden woonde, en in 1815 komt Maria Catharina Melsen, inmiddels hertrouwd met Michaël (Machiel) Verdult (*Oud-Borgvliet, West-Brabant, ✞ gemeente Bergen op Zoom, 23/7-1828).

melsen

Afbeelding: Wijklijst Bergen op Zoom-wijk K (Tiende Wijk, Buitenpoorterij) 1815, huisnummers 1-89/RHC ‘t Markiezenhof

Even terzijde: het lijkt wel alsof als leeftijd van Magiel Verdult ’17 jaar’ vermeld is, maar dat kan niet kloppen: hij trouwde met Maria in 1798. Het gezin bestond uit hem, Maria Catharina Melsen, haar zonen Pieter en Mattijs Hopmans en kinderen Adriaan Withagen, Anna Giels en Anna van der Plas. Belangrijkste informatie is de huiseigenaar: “erre van der Schriek”, en dat is het laatste puzzelstukje om de ligging van hun huis ongeveer te kunnen bepalen. Ene J.J.J.H. van der Schriek uit Antwerpen bezat nogal wat grond in sectie D (en andere secties overigens). Deze Van der Schriek kwam ik niet tegen in de archieven van Bergen op Zoom én niet in die van het Rijksarchief België. Wie ‘t was is dus een beetje een raadsel. Let op! Hieronder heb ik enkel de gebouwen die hij in sectie D bezat en zijn grond in het toponiem Klavervelden vermeld.

J.J.J.H. van der Schriek, uit Antwerpen

Lievenshove

  • D132: huis, schuur en erf

Klavervelden

  • D202: bouwland
  • D203: hakhout
schriek1

Afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

schriek2

Afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

Boven: het enige huis dat Van der Schriek in deze sectie bezat, onder de grond van Van der Schriek in ‘t toponiem Klavervelden. Dat huis was boerderij de Laagsche Hoef, waar tegenwoordig de Rooseveltlaan ligt tussen de kruising met de Marconilaan en de rotonde met de Meidoornlaan (bij sporthal Gageldonk). De twee lapjes grond die wél in ‘Klavervelden’ lagen, waren onbebouwd. Het blijft dus nog even een raadsel waar de weduwe Hopmans precies woonde.

hopmans

Links: de Laagsche Hoef en Lievenshove op de kadasterkaart, rechts de locatie van bovengenoemde grond op de grote kaart. (Afbeeldingen: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed/Historische Topografische Atlas Noord-Brabant 1836-1843, uitgeverij Nieuwland)

De zoon van ‘t echtpaar Hopmans-Melsen, Johannes (Jean) Hopmans (*Bergen op Zoom-buitenpoorterij, 24/10-1789, ✞ Bergen op Zoom, 6/9-1862, kwartierstaatnummer 252) en zijn echtgenote Maria Raaijmakers (*Bergen op Zoom-buitenpoorterij, 22/10-1790, ✞ Bergen op Zoom, 16/2-1847, kwartierstaatnummer 253) woonden ook in de buitenpoorterij, op nummer 30, vanaf in ieder geval 1815 tot 1824, het jaar waarin ze gingen wonen in huis ‘de Croon’ op de hoek van de Korenmarktstraat en de Wouwsestraat in de Bergse binnenstad. Vermeld werd dat zij in 1815 al negen maanden in dat huis woonden en dat het pand eigendom was van ene mevrouw de Beere. Deze eigenaresse komt in sectie D veel voor. Sterker nog, ze bezat zowat het halve Bergse bos, waaronder de Zeezuiper en het land eromheen. In ‘t kadaster werd ze vermeld als ‘weduwe Cypriaan de Bere’, en dat sluit aan op een overlijdensakte die in ‘t archief te vinden is.

bere

Afbeelding: RHC ‘t Markiezenhof

“Du quatorzième jour du mois de Mars l’an dix-huit cent quatorze à dix heures du matin. Acte de décède de Cyprien De Bère, Capitaine en service britannique, Epoux de Jeanne Elisabeth Van Hoek, décédé le Jour d’hui à une heure du matin, natif de Steenbergen âgé de cinquante deux ans, domicilié à Berg-op-Zoom, Département des Deux-Nèthes, y demeurant Section huit numero cent Cinq, fils de Daniel et de Dame Van Eck, conjoints Décédé. Sur la déclaration de Jean Alder, agé de Vingt Sept ans, particulier, demeurant Section deux numéro dix sept et de Adrien Verdult, agé de quarante un ans, particulier, demeurant, section huit numéro cent quatre comme dessus, qui ont Signé avec nous. Constaté par moi Jean Drabbe, adjoint maire délégué Officier de l’etat-civil, soussigné, duquel acte il a été donné lecture.”

Cyprien De Bère dus, afkomstig uit Steenbergen, kapitein in een Britse legerafdeling (en dan waarschijnlijk een Franse legerafdeling die zich op Groot-Brittanië richtte), echtgenoot van Jeanne Elisabeth Van Hoek (de weduwe), overleden op 14 maart 1814 te Bergen op Zoom, woonachtig aldaar in wijk 8 nummer 5, zoon van Daniel De Bère en Dame Van Eck. Zijn doopakte vond ik ook, niet te Steenbergen maar te Halsteren (ik dreig een beetje af te dwalen).

debere2

Afbeelding: NH Doopboek Halsteren 1751-1810/RHC ‘t Markiezenhof

“Den 8 november was gebooren op saturdag den 7 novem namiddagh: zen soontije gedoopt waar van de vader De Heer Daniel de Bere kapitein in dienst van deesen staet De moeder vrouwen adriana maria de Bere gebooren van Eck van Teijsterband meeter was mevrouw Rachel Marta adeleijda d abbadie en is genaemt Cijprianus”

Deze Cypriaan de Bere kwam dus uit een welgestelde militaire familie. Mogelijk bezat hij de grond als jachtgebied of om neveninkomsten te verdienen uit verhuur. Ik zet de panden die zijn weduwe Jeanne Elisabeth Van Hoek bezat in dit gebied op een rijtje:

weduwe Cypriaan de Bere

Jagershoek

  • D332: schuur

de Heinoord

  • D340: huis en erf
  • D346: huis en erf
  • D348: schuur en erf

De kans is groot dat Jan Hopmans met zijn familie op D340 of D346 woonde. Wat blijkt: beiden huizen lagen op een soort van landgoed bij Zoomvliet, helemaal aan de oostkant van het bos tegen de Zoom en de gemeente Wouw aan.

hopmans2

Originele afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

hopmans4

Originele afbeelding: Historische Topografische Atlas Noord-Brabant 1836-1843, uitgeverij Nieuwland

 

Deel dit artikel