De familie Huismans op de foto

Mijn collega-raadslid (en politieke mentor) Gertjan Huismans is zijn zolder aan het opruimen. Hij komt daarbij vooral veel foto’s tegen. Eén daarvan was bovenstaande. Deze versie heb ik trouwens door een AI-app gedaan die ‘m wat scherper en helderder maakt. Daarbij kijk ik wel naar of het origineel goed tot z’n recht komt (de echte staat verderop, oordeelt u zelf). De foto is heel bijzonder. We zien het gezin van Gertjans betovergrootvader, schoenmaker Jan Huismans in 1905, met allerlei familie; kinderen, kleinkinderen, schoonkinderen, schoonzus en schoonmoeder. Ze is gemaakt bij ‘beloken pasen‘ ter ere van de communie van zijn jongste zoon Nelis Huismans (die zoals linksonder te zien ook een prachtige taart kreeg) Dat maakt dat de foto tot op de dag precies te dateren is, en dat is vrij ongebruikelijk. Pasen viel dat jaar op 23 april, dus de foto is gemaakt op zondag 30 april 1905; in een achtertuin, misschien die van Jan zelf in de Wassenaarstraat of Koepelstraat in Bergen op Zoom.

En over Bergen op Zoom gesproken. Eén van de leukste dingen van genealogie vind ik niet het puur verzamelen van datums en feiten, maar hoe die datums en feiten de geschiedenis uit de boekjes laten zien; en in dit geval die geschiedenis letterlijk een gezicht geven. In mijn kwartierstaat zitten verschillende ‘Bergse groepen’; hoveniers, soldatenfamilies. Daar heb je er meer van: de protestantse vissers, de katholieke elite van fabrikanten, winkeliers. Het leuke van dit gezin is dat het alle kanten op gaat. We zien arbeiders, voornamelijk in de staalindustrie, écht de haarvaten van de Bergse samenleving aan het begin van de 20ste eeuw. Ik ga proberen dat te laten zien door te vertellen over de mensen op de foto.

NB: ik heb wat problemen met het goed weggezet krijgen van broncitaties. Daarom heb ik voor dit artikel een algemene bronnenlijst gebruikt, die is te vinden onderaan dit schrijven. De precieze citaties staan in mijn bestand en zijn uiteraard opvraagbaar.  

De originele ‘documentatie’. Het is best bijzonder dat van een foto uit die tijd zo gedetailleerd bewaard is gebleven wie erop staan. (Afbeelding: J.G. Huismans)

 


 

We beginnen met de vader van het gezin, links op de foto. Johannes (Jan) Huismans, Geboren op 27 juni 1847 te Ouwerkerk (Schouwen-Duiveland, Zeeland), overleden op 4 augustus 1935 te Bergen op Zoom, 88 jaar oud. Hij was arbeider (periode 1872-1880, 1885, 1913), Brouwersknecht (periode vanaf 1880), Bierbrouwersknecht (1889). – Hij werd geboren om drie uur ’s middags op adres A nummer 1 te Ouwerkerk, de aangifte werd gedaan door zijn vader met als getuigen Hendrik Schoo(..)z, veertig, schoolonderwijzer en Adriaan Heule, 26, arbeider, beiden woonachtig te Ouwerkerk. Hoewel Jan geboren werd op Schouwen-Duiveland, kwamen zijn ouders en zijn familie toch echt van Oud-Vossemeer. De adressen van zijn ouders, verderop omschreven, duiden erop dat zijn vader elders tijdelijk werk vond. Om die reden is Jan waarschijnlijk geboren te Ouwerkerk. Overigens is die plaatsnaam niet blijven hangen, in latere registers komt nog vaak Vossemeer of Zierikzee voor als geboorteplaats. Men was vaak afhankelijk van wat de geregistreerde zelf of zijn naasten opgaven. 

Adressen Huismans x Weijdt:
  • tot aan huwelijk in 1872: Bergen op Zoom; ouderlijk huis aan de Mosselstraat. Jan en zijn latere vrouw woonden toen al onder één dak, aangezien zijn vader en haar moeder getrouwd waren.  
  • periode vanaf 5/9-1872: Bergen op Zoom; Molstraat wijk A46/E71.
  • periode vanaf 1/1-1880: Bergen op Zoom; Wassenaarstraat L122.
  • 1885: Bergen op Zoom; Wassenaarstraat L64.
  • 1892: Bergen op Zoom.
  • periode 1900-1920: Bergen op Zoom; Wassenaarstraat L122, daarna Koepelstraat M34, daarna Sint Catharinagesticht (waarschijnlijk na overlijden vrouw).
  • periode tot ca. 1916: Bergen op Zoom: Sint Catharinagesticht (Ketrientje). Als contactadres werd zoon Sjef Huismans opgegeven, Koepelstraat 60 te Bergen op Zoom.
  • 1913: Bergen op Zoom.
  • 9/12-1919: Bergen op Zoom; Sint Catharinagesticht.
  • 1920: Bergen op Zoom: Sint Catharinagesticht (Ketrientje); ambtshalve ingeschreven bij de volkstelling van 1920.

De geboorteakte van Jan Huismans, 1847. (Afbeelding: Zeeuws Archief)

Jan was een zoon van Antonius (Anthonie) Huijsmans en Catharina Hommel. Anthonie Huijsmans werd geboren op 21 januari 1821 te Oud-Vossemeer (Tholen, Zeeland), en overleed in het Ketrientje te Bergen op Zoom op 4 januari 1890. Hij was dienstplichtig militair bij de 6de afdeling infanterie (1840-1845), schoenmakersknecht (1844, 1846), schoenmakersbaas (1846), schoenmaker (1847, 1872, periode vanaf 1880) en arbeider (1850). – Hij was een zoon van Johannis Huismans en Petronella van Reijen, beiden overleden te Oud-Vossemeer vóór het huwelijk in 1846. – Hij werd in 1840 met lotnummer 4 ingeloot voor de nationale militie. Hij was toen 159,2 meter lang, had een ovaal aangezicht, rond voorhoofd, brede ogen, ordinaire (gewone) neus en mond, ronde kin, zwart haar en zwarte wenkbrauwen. Geloof: rooms-katholiek. Ook vermeld als: Antoni, Anthonij – Huismans. 
.
Hier zien we voor het eerst een verschil tussen Huijsmans geschreven met een ij en Huismans met een i. Bij Anthonie werden beide varianten nog door elkaar gebruikt. De simpele verklaring is dat Huijsmans de gebruikelijke schrijfwijze was uit het ancienne régime (dus voor 1811), en nu nog de meest voorkomende schrijfwijze. In dit geval zijn er ergens een of meerdere ambtenaren van burgelijke stand geweest die de naam ‘aanpasten’ aan een nieuwe spelling. Een beetje zoals Bernaerts Bernaards werd. De familie Huismans is overigens geen oer-Bergse familie. Dat zien we hier ook terug. De ‘thuisbasis’ ligt een beetje rondom Vossemeer, in dit geval in de Zeeuwse katholieke enclave Oud-Vossemeer. De vroegste voorouder kwam uit ‘t naburige Kruisland. De naam Huijsmans is een beroepsnaam, ze verwijst naar een beroep. In dit geval een vrije boer. En waar boven de rivieren een beroepsnaam vaak letterlijk gebruikt werd, bijvoorbeeld Bakker, Schoenmaker, Brouwer of Huisman, werd in Brabant meestal de naamval -s gebruikt. Dus Bakkers, Schoenmakers, Brouwers of.. Huismans. 

Ook ambtenaren zelf hadden soms moeite met de schrijfwijze. Hier een verbeterde inschrijving in een Bergs bevolkingsregister eind 19de of begin 20ste eeuw. (Afbeelding: WBA)

Het militiecertificaat van Anthonie uit de bijlagen van zijn huwelijksakte. Links werd zijn uiterlijk opgenomen, wat interessant is, zeker bij gebrek aan een foto. (Afbeelding: Mormoonse kerk)

Anthonie trouwde op 20 juni 1846 te Ouwerkerk (Schouwen-Duiveland, Zeeland) en Oud-Vossemeer (Tholen, Zeeland) met Catharina Hommel, geboren op 25 april 1820 te Oud-Vossemeer (Tholen, Zeeland), overleden aldaar op 13 november 1867 op 47-jarige leeftijd. Zij was arbeidster (1846, 1847, 1851). – Zij was een dochter van Jacobus Hommel en Catharina Plasgaard, en de jongste van achttien kinderen. – Zij werd geboren om zes uur ‘s avonds in huis nummer 138 te Oud-Vossemeer. – Haar grootouders vaderszijde waren de lutherse Joannes Daniel Hommel en de waarschijnlijk katholieke Joanna Jork (Jorek, Jurd, Jeurt). Beiden kwamen uit de Elzas naar Oud-Vossemeer ergens vóór 1750. Haar moeder stamde uit de familie Plasschaert die vanuit Zandbergen (Oost-Vlaanderen) naar Vossemeer kwamen, waar ik ook vanaf stam (zie kwartierstaatnummer 694). Na het overlijden van Catharina gebeurde er iets bijzonders: Anthonie hertrouwde in 1872 met Helena Elisabeth Baartmans, de moeder van Adriana Weijdt met wie zijn zoon Jan eveneens in 1872 zou trouwen. Daarover later meer.
.
Adressen Huijsmans x Hommel x Baartmans:
  • vóór 1/3-1844: Sint Maartensdijk.
  • vanaf 1/3-1844: Brouwershaven; wijk C nummer 8a. Hij woonde als schoenmakersknecht in bij het gezin van schoenmaker Willem Johannes van Irhoven Cotius uit Renesse x Hermina Viergever uit Duivendijke. Hij was de enige katholiek in een hervormd huishouden.
  • tot 14/4-1846: Brouwershaven; wijk C nummer 6. Hij woonde als schoenmakersknecht in bij het gezin van schoenmaker Iman de Jonge x Adriana Constandse uit Brouwershaven. Hij was de enige katholiek in een hervormd huishouden.
  • vanaf 14/4-1846: Ouwerkerk.
  • 20/6-1846: Ouwerkerk (bruidegom), Oud-Vossemeer (bruid).
  • 1847: Ouwerkerk: wijk A nummer 1. Op dat adres vond ik ze niet terug in het Ouwerkerkse bevolkingsregister 1835-1861.
  • 1851, 1855: Oud-Vossemeer.
  • vóór 14/2-1872: Oud-Vossemeer.
  • periode vanaf 14/2-1872: Bergen op Zoom; wijk E Mosselstraat.
  • periode vanaf 1/1-1880: Bergen op Zoom; Cromwielstraat E260.
  • tot 4/1-1890: Bergen op Zoom; Sint Catharinagasthuis (Ketrientje), Nonnenstraat E196/7 ofwel Geweldigerstraat EW271 (is waarschijnlijk zelfde adres).

Jan Huismans trouwde op 2 september 1872 te Bergen op Zoom met de moeder van het gezin: Johanna Cornelia of Adriana Weijdt. Zij werd geboren op 1 februari 1850 aan de Nieuwmarkt te Bergen op Zoom. Johanna is overleden op 13 januari 1907 aan de Beverwijckstraat te Dordrecht (Zuid-Holland), 56 jaar oud. Zij werd geboren om vijf uur ’s morgens in huis Nieuwmarkt wijk B nummer 83. De Nieuwmarkt lag ter hoogte van het Mineurplein en is verdwenen bij de aanleg van de Westersingel. De aangifte werd gedaan door haar vader met als getuigen Adrianus Meeuwes, 37, voerman en Jacobus Baartmans, 23, pruikmaker, beiden woonachtig te Bergen op Zoom. – Zij overleed om acht uur ’s avonds op Beverwijckstraat 1 te Dordrecht, de aangifte werd gedaan door Arien Kuijper, 53, beambte in het ziekenhuis en door Jan Jacobus Nicolaas Cornelis de Ligt, 39, gemeenteambtenaar, beiden woonachtig te Dordrecht. Aan de Beverwijckstraat zit tegenwoordig een polikliniek. Dat, in combinatie met de ziekenhuisbeambte die aangifte deed, maakt het waarschijnlijk dat ze overleed in een hospitaal. Geloof: rooms-katholiek. Ook vermeld als: Johanna, Adriana – Wijdt. Verwarrend: door haar leven heen was ze afwisselend bekend als Johanna Cornelia of Adriana. 
.

Een passage over de wisselende voornamen van moeder Huismans in de huwelijksakte van één van haar kinderen. Afbeelding: WBA.

Adriana Weijdt was een dochter van Barend Weijdt en Helena Elisabeth Baartmans. Bernardus (Barend) Weijdt werd geboren op 29 augustus 1813 te Bergen op Zoom. Hij overleed op 26 januari 1855 in Bergen op Zoom, 41 jaar oud. Hij was dienstplichtig militair bij de 7de afdeling infanterie (1841-1846) en voerman (1847, 1850). – Het huwelijk in 1847 ging op 11 november met ondertrouw op 31 oktober en 7 november. Getuigen waren Johannes Kegie, oom van de echtgenote, 69, zonder beroep, Lambertus Johannes Weijdt, broer van de echtgenoot, 23, kannonier in het tweede regiment artillerie, Cornelis Franciscus van Dijk, 44, timmerman en Christiaan van Nispen, zeventig, herbergier, allen woonachtig te Bergen op Zoom. – Hij werd in 1841 met lotnummer 12 ingeloot voor de dienstplicht. Zijn uiterlijk werd opgenomen: 1,605 lang, ovaal aangezicht, hoog voorhoofd, blauwe ogen, gewone neus en mond, ronde kin, blond haar, blonde wenkbrauwen en geen merkbare tekenen. – Hij werd geboren om negen uur ’s morgens op sectie 2 nummer 75 te Bergen op Zoom. De aangifte werd gedaan door zijn vader Lambertus (Lambert) Weijdt, bediende, 33 met als getuigen Martin (Maartinnus) Voorhans, 46, dagloner, woonachtig Bergen op Zoom sectie 2 nummer 66 en Jurien Pikaar, 43, dagloner, woonachtig Bergen op Zoom sectie 4 nummer 150. Zijn moeder was Adriana Dekkers (1780-1859), een dochter van mijn voorouders Jan Deckers en Barbara Stoef. Dat was een soldatenfamilie met wortels in fort Sint Anna bij Saeftinghe en het Vlaams-Brabantse Tervuren. – Hij overleed om acht uur ’s avonds. De aangifte werd gedaan door Christiaan Weijdt, 37, arbeider, broer en door Lambertus Johannes Weijdt, 31, arbeider, broer, beiden woonachtig te Bergen op Zoom. Geloof: rooms-katholiek. Ook vermeld als: Berend. Zijn vader werd door zijn leven heen vermeld als Wijth, Weijt, Weyt, Weydt, Wijdt en Wijt.

Adressen: 
  • 1847: Bergen op Zoom (bruid en bruidegom). 
  • 1850: Bergen op Zoom; Nieuwmarkt wijk B nummer 83. 

De geboorteakte van Barend Weijdt uit 1813, in de Napoleontische tijd dus in het frans. Let erop hoe getuige Voorhans zijn voornaam spelde. (Afbeelding: WBA)

Weijdt trouwde op 11 november 1847 met een ondertrouw op 31 oktober en 7 november te Bergen op Zoom met Helena Elisabeth Baartmans. De ‘mater familias’ op de foto. Zij werd geboren op 21 november 1821 te Bergen op Zoom en is overleden op 17 maart 1909 in het ‘erremenblok’ aan de Goudenbloemstraat te Bergen op Zoom, 87 jaar oud. Zij was verpleegde (periode vanaf 1900). Ook vermeld als: Helena. En het bijzondere: ze hertrouwde op vijftigjarige leeftijd op 15 februari 1872 te Bergen op Zoom met Anthonie Huijsmans, de vader van haar schoonzoon Jan. Die Jan en haar dochter Adriana trouwden op 2 september van dat jaar. Eerder schreef ik al dat Jan en Adriana dus ongetrouwd samenwoonden, maar de echte vraag is: wie kenden elkaar het eerst, de ouders of de kinderen?

Adressen:

  •  periode vanaf 1900: Bergen op Zoom; Rooms-katholiek armhuis (Erremenblok), Goudenbloemstraat wijk E nummer 254/hernummerd 2.
  • 1907: Bergen op Zoom.

Helena was een dochter van Jacobus (Jacques) Baartmans, geboren op 10 juni 1790 te Bergen op Zoom, aldaar overleden op 25 december 1860, zeventig jaar oud. Hij was winkelier (1830) en schoenmaker (1840). – Hij was een zoon van Mattheus Baartmans uit Bergen op Zoom en Joanna van Hartom uit Steenbergen. Geloof: rooms-katholiek. Hij trouwde, 25 jaar oud, op 29 juli 1815 te Bergen op Zoom met de eveneens 25-jarige Anna Maria de Klerk, geboren op 11 april 1790 te Bergen op Zoom, aldaar overleden op 21 december 1875, 85 jaar oud. Zij was een dochter van Adrianus de Klerk uit Utrecht en Anna Catharina van der Ven uit Bergen op Zoom. Geloof: rooms-katholiek. Ook vermeld als: Catharina – de Klerck. 

Adressen:

  • 1830: Bergen op Zoom; Vischmarkt wijk E nummer 20.
  • 1840: Bergen op Zoom; Steenbergsestraat wijk B 133.
Ook op de foto: de zus van Adriana, Maria Johanna Weijdt. Zij was geboren op 9 april 1854 te Bergen op Zoom en overleed daar op 6 april 1907, 52 jaar oud. Dat betekent dat beide zussen twee jaar na het maken van deze foto zouden overlijden; Adriana januari 1907 en Maria in april 1907. Hun moeder overleefde hen dus met twee jaar. Maria trouwde op 30 juli 1877 te Bergen op Zoom met winkelier Johannes Petrus van de Watering (*Bergen op Zoom, 5/10-1851, ✞ aldaar, 9/9-1940). Van de Watering kwam uit de houthandelfamilie die ook voorkomt in kwartierstaatboeken. Zijn moeder was arbeidster Catharina Maria Jaspers (*Bergen op Zoom, 31/7-1817, ✞ aldaar, 26/1-1900), zijn vader was arbeider en houthandelaar Daniël van de Watering (*Wouw, 13/3-1819, ✞ Bergen op Zoom, 31/8-1902). Daniël was een broer van mijn voorouder Johanna Catharina Hopmans-van de Watering (zie kwartierstaatnummer 67) en bekend van onderstaande iconische foto.   

Afbeelding: Bergs Kwartierstatenboek.


Dan komen we bij de kinderen en hun aanhang. Het echtpaar Huismans-Weijdt kreeg tussen 1873 en 1893 tien kinderen, van wie de meesten relatief oud geworden zijn. Eén zoontje overleed heel jong, van een dochter kon ik geen overlijdensdatum vinden. Acht van de tien kinderen staan op de foto uit 1905. Op een rijtje:
  • Helena Isabella (Leentje) Huismans, 31 jaar.  
  • Antonius (Antoon) Huismans, dertig jaar.  
  • Bernardus Huismans, overleden met drie maanden.
  • Bernardus (Berend) Huismans, 27 jaar.
  • Josephus (Sjef) Huismans, 25 jaar.
  • Catharina Huismans, 23 jaar.
  • Laurinus Huismans, negentien jaar.
  • Maria Johanna Huismans, zeventien jaar.
  • Anna Maria Huismans, niet op de foto, toen vijftien jaar.
  • Cornelis (Nelis) Huismans, elf jaar.
Hierin zie je dat voornamen als Helena Isabella, Antonius, Berend en Catharina terugkomen door vernoeming. Voor de duidelijkheid hieronder het overzicht.

We beginnen bij Helena Isabella (Leentje) Huismans, geboren op 27 juni 1873 in de Molstraat te Bergen op Zoom, overleden op 16 maart 1966 te Schoten (Antwerpen, België), 92 jaar oud. Zij was dienstbode in 1892. Geloof: rooms-katholiek. Ook vermeld als: Hélène Isabelle – Huysman. Zij trouwde op 26 oktober 1892 met een ondertrouw op 20 oktober dat jaar te Bergen op Zoom met Josephus de Wit, geboren in de Moeregrebstraat te Bergen op Zoom op 23 januari 1871, overleden te Merksem (Antwerpen, België) op 2 augustus 1964, 93 jaar oud. Josephus staat niet op de foto uit 1905. Misschien moest hij de tram besturen! Hij was dienstplichtig militair, stoker op de stoomtram (1892), bestuurder op de interlokale tram tussen Antwerpen en Breda (1897), smid (1900), ajusteerder (1903) en bankwerker (1918). – Voor het huwelijk werd toestemming gegeven door de chef van zijn corps en zijn twee voogden: gepensioneerd militair Roelof van Beek en schoenmaker Jacobus Koolen, beiden woonachtig te Bergen op Zoom. – Getuigen bij het huwelijk waren Wilhelmus Jacobus Fukker, 31, timmerman, oom van de bruid, Cornelis Jonas, 52, kleermaker, Jacobus Weijdt, 47, negociant, oom van de bruid en Franciscus Bakx, 51, winkelier, allen woonachtig te Bergen op Zoom. – Zij kwamen op 26 oktober 1918 in uit Delft te Bergen op Zoom, waar ze werden opgenomen in het register van Belgische vluchtelingen. Dat was een paar weken voor wapenstilstand op 11 november 1918. Aan de geboorteplaatsen van de kinderen is af te leiden dat het gezin vanuit Merksem vluchtte, mogelijk naar Delft en later Bergen op Zoom, en na wapenstilstand weer terugkeerde naar Merksem. – Grootste deel van de kinderen bleef rondom Merksem en Brasschaat. Eén eindigde in Delft en één in La Louvière. – Hij werd geboren om drie uur ‘s middags in de Moeregrebstraat wijk B nummer 94. De aangifte werd gedaan door Maria Cornelia Deschamps, 49, vroedvrouw, met als getuigen Gerardus Arnoldus Hubertus Kuijpers, 27 en Johannes Wilhelmus Mulkens, veertig, bedienden, woonachtig te Bergen op Zoom.

Josephus de Wit en Leentje Huismans op latere leeftijd. Misschien werd deze foto wel gemaakt in hun huis in Schoten. En ik zeg foto enkelvoud, want kijkende naar het behang rijst het vermoeden dat dit twee uitsnedes van dezelfde foto zijn, óf dat ze in één keer door dezelfde fotograaf werden genomen. (Afbeelding: Stamboom de Crom).

Tramlijn 64 stopt voor de kerk van Brasschaat rond 1905. Dit is de lijn waarop de Wit machinist was. (Afbeelding: M. Broos)

Duitse soldaten leiden een grote groep krijgsgevangen naar de Scheldekaaien in Antwerpen, september 1914. Josephus en Leentje waren twee van de velen die het te gevaarlijk vond worden en de grens over vluchtten. (Afbeelding: Het Laatste Nieuws)

Adressen de Wit x Huismans:

  • 1892: Bergen op Zoom (bruid en bruidegom).
  • periode tot 17/8-1897: Bergen op Zoom; Arnoldus Asselbergsstraat 122.
  • periode vanaf 17/8-1897: Antwerpen; Bredastraat 112.
  • 1898: Merksem.
  • 1900: Merksem; Achterstraat 67.
  • 1900, 1903, 1909, 1910: Merksem (Antwerpen).
  • 1903: Merksem: Nieuwdreef 9.
  • periode tot 26/10-1918: Delft.
  • periode 26/10-1918 tot 5/12-1918: Bergen op Zoom; Auvergnestraat 2.
  • periode vanaf 5/12-1918: Merksem.
  • 1952, 1953: Schoten; Churchilllaan 252.

Josephus was een onecht kind van Catharina Petronella Frederika Martina de Wit. Zij werd geboren op 16 maart 1846 te Amsterdam en overleed vóór 17 augustus 1897. Zij werd in de periode tot mei 1853 vermeld als woonachtig bij haar ouders in de kazerne te Leeuwarden. Vermeld werden haar vader Mathijs de Wit, geboren in 1819 te Leiden, soldaat, moeder Catharina Schöning, geboren in 1824 te ‘s-Gravenhage, wasvrouw, en haar broer Jan de Wit, geboren in 1848 te Leeuwarden. Over haar beroep of verdere geschiedenis weet ik niets. Geloof: Nederlands Hervormd. Ook vermeld als Frédérique Martine Cathérine Petronelle. 

Josephus werd begin jaren ’50 vier keer opgenomen in het Sint Elisabethgasthuis te Antwerpen. Afschriften daarvan werden opgenomen in zijn Belgisch vreemdelingendossier, omdat hij niet genaturaliseerd was. Hierin werd hun adres van die tijd vermeld: Churchilllaan 252 te Schoten. (Afbeelding: Mormoonse kerk)

Voorblad van hun vreemdelingendossier. (Afbeelding: Mormoonse kerk)

Churchilllaan 252 is het huis met de rode bloemetjes. Ik zou de archictectuur typeren als ‘Belgisch robuust’, haha. (Afbeelding: Google Streetview)

Ik ga in dit artikel niet in op alle kleinkinderen, maar focus ligt op de mensen op de foto. Vooraan op de foto zitten drie kinderen. Het meisje in het midden is Joke Tange. Daar kom ik later bij. Links en rechts zijn zoontjes van Leentje Huismans. Nu is het bekend wanneer de foto gemaakt is. Het ventje links zit hoger, maar doet ouder aan dan het ventje rechts. 100% zeker is het niet, maar ik ben begonnen met het op een rij zetten van de kinderen van het echtpaar de Wit-Huismans van vóór 1905. Dat zijn Rudolf de Wit (*Bergen op Zoom, 1893), Johanna de Wit (*Bergen op Zoom, 1895), Catharina de Wit (*Bergen op Zoom, 1897), Johannes de Wit (*Merksem, 1898), Bernard de Wit (*Merksem, 1900) en Johannes Franciscus de Wit (*Merksem, 1903). Mijn inschatting is dus dat de jongste twee erbij waren, en de rest bij vader in Antwerpen. Bernard de Wit werd geboren op 30 mei 1900 in de Achterstraat te Merksem. Hij werd geboren om negen uur ‘s avonds. De aangifte werd gedaan door zijn vader met als getuigen Marinus Van Aelst, fabriekwerker, 22 en Felix Van Gool, politieagent, 35, beiden woonachtig te Merksem. Ik heb verder niets over Bernard kunnen vinden. Wel is er een belangrijke wetenschapper met die naam uit Bergen op Zoom. Zou daar een verband zitten? Josephus Franciscus de Wit werd geboren op 14 juni 1903 aan de Nieuwdreef te Merksem. Hij werd geboren om tien uur ‘s avonds, zijn ouders woonden op dat moment op Nieuwdreef 9 te Merksem. De aangifte werd gedaan door zijn vader met als getuigen Franciscus Doms, ajusteerder, 31 en Constantinus Doms, smid, 29, beiden woonachtig te Merksem. – Hij verkreeg de Belgische nationaliteit voor de rechtbank van Antwerpen in 1952. De Wit trouwde met Rosalie Verwilt (1905-1994). Hij overleed op 19 december 1993 te Brasschaat. Leuk detail: hun dochter Elisa Josepha de Wit (1928-1971) trouwde met een Amerikaan van Italiaanse afkomst uit Brooklyn: Gregorio Garmine Salomone (1925-1981). Met hem ging ze wonen in Hampton, Virginia. De vraag is: zou dit een bevrijdingsliefde zijn? Nu werd Merksem niet bevrijd door de Amerikanen, maar ik vermoed dat vanwege de Slag om Merksem de bevolking geevacueerd was. 

De twee geboorteakten van de kinderen uit Merksem. In de kantlijn rechts staat dat J.F. de Wit op latere leeftijd genaturaliseerd werd tot belg. (Afbeelding: Mormoonse kerk)

Van links naar rechts: Josephus Franciscus de Wit, Rosalie de Wit-Verwilt, Elisa Josepha Salomone-de Wit en Gregorio Garmine Salomone. (Afbeeldingen: Stamboom de Crom)


Het tweede kind van Huismans en Weijdt was Antonius (Antoon) Huismans. Hij werd geboren op 30 januari 1875 in de Molstraat te Bergen op Zoom, en overleed op 25 juli 1962 te Noordwijkerhout (Zuid-Holland), 87 jaar oud. Hij was dienstplichtig militair (1894), timmerman (1895), smid (1899, periode 1900-1904), metaalslijper (1904), bankwerker (1921), vernikkelaar (rond 1926) en winkelier in sigaren (periode rond of vanaf 1926). – Hij werd met nummer 22 ingeloot voor militaire dienst en ingelijfd bij het bekende 3de regiment infanterie. Op 1 augustus 1903 ging hij over naar de Landweer, werd gepasporteerd op 31/7-1910 en achteraan werd stamboeknummer 45 vermeld, met de tekst “‘als dit no na vertrek naar Dordrecht niet veranderd is?’, wat veel zegt over zijn verhuizing. – Getuigen bij hun huwelijk in 1899 waren Johannes Petrus van de Watering, 48, houthandelaar, oom van de bruidegom, Leonardus Wilhelmus Meerman, 36, smid, zwager van de bruid, woonachtig te Schiedam, Marinus Keij, 24, smid en Franciscus Wuijts, 41, kleermaker. Op Meerman na woonde alle getuigen te Bergen op Zoom. – Hij overleed om twee uur ‘s middags, de aangifte werd gedaan door Johannes Nicolaas van Duin, 29, portier, woonachtig te Noordwijkerhout. De overledene zelf woonde te Rotterdam.
Hij trouwde op 20 november 1899 met Elisabeth Goossens, geboren op 31 augustus 1878 in de gemeente Halsteren, overleden op 5 september 1925 in de Lange Breestraat te Dordrecht, 47 jaar oud. Zij was dienstbode (1899). – Ze overleed om vijf uur ‘s nachts, de aangifte werd gedaan door Joannes Adrianus van Dooremalen, 32, en door Matthijs Kleijn, 48, aansprekers, beiden woonachtig te Dordrecht. Beide echtelieden waren rooms-katholiek.
 
Adressen Huismans-Goossens:
  • periode 24/11-1899-1900: Bergen op Zoom, Coehoornstraat M47.
  • periode 1900-1904: Bergen op Zoom, Coehoornstraat M47, Lindebaan I146, Moeregrebstraat B78.
  • 1/2-1904: Bergen op Zoom.
  • periode vanaf 16/4-1904: Dordrecht.
  • 1921: Dordrecht.
  • periode vanaf 26/6-1926 tot 21/9-1929: Dordrecht; Lange Breestraat 14, Lange Breestraat 16.
  • vanaf 21/9-1929: Schiedam; Broersveld 6.

De omschrijving van Antoons uiterlijk in de militieregisters. Zijn dienst zorgde ervoor dat veel van zijn jongere broers niet in dienst hoefden. (Afbeelding: WBA)

De Lange Breestraat te Dordrecht, waar Antoon en Elisabeth woonden. Hier op de foto in 1920. Elisabeth overleed er in 1925. (Afbeelding: Regionaal Archief Dordrecht).

Elisabeth was een dochter van Wilhelmus (Willem) Goossens, geboren op 19 maart 1838 te Bergen op Zoom, aldaar overleden op 12 augustus 1880 op 42-jarige leeftijd, en Anna Maria Balk, geboren op 26 februari 1840 in de Konijnenstraat te Amsterdam en overleden te Bergen op Zoom op 8 januari 1927, 86 jaar oud. Zij waren met elkaar getrouwd op 8 september 1866 te Baambrugge (Utrecht), en waren beiden katholiek. Willem was metselaar (periode 1869-1880). Anna Maria was particulier (periode 1869-1878) en werkvrouw (1899). Zij woonde in 1899 te Bergen op Zoom. – Zij werd geboren op Konijnenstraat 10 te Amsterdam.

Adressen Goossens-Balk:

  • 1867: Bergen op Zoom; Bruinevisstraat C20.
  • 1869, 1871, 1874, 1875, 1878: Halsteren; wijk B nummer 94.
  • 1880: Bergen op Zoom; wijk B nummer 116.

Het derde kind van Jan en Adriana staat niet op de foto want hij overleed in de wieg. Bernardus Huismans, geboren op 6 juni 1876 in de Molstraat te Bergen op Zoom, en in datzelfde huis overleden op 20 september 1876, drie maanden oud. Verdrietig.


Het vierde kind kreeg dezelfde naam als zijn overleden broer. Dat was niet ongebruikelijk. Bernardus (Berend) Huismans werd geboren op 7 oktober 1877 in de Molstraat te Bergen op Zoom. Hij overleed te Dordrecht op 2 april 1955, 77 jaar oud. Hij was metaalslijper (1904, 1913, 1914, in of net na 1917), ijzergieter (1913) en vernikkelaar (1917). – Hij overleed om half drie ‘s nachts, de aangifte werd gedaan door Wilhelmus Adrianus van Dooremalen, 56, aanspreker, woonachtig te Dordrecht. Geloof: rooms-katholiek. Ook vermeld als: ome Berend.

Berend trouwde op 3 november 1902 te Bergen op Zoom met Cornelia (Keetje) Sio, geboren in de Lindebaan te Bergen op Zoom op 9 november 1879, overleden te Dordrecht op 4 augustus 1969, 89 jaar oud. Zij werd geboren om zes uur ‘s morgens op Lindebaan I77c. De aangifte werd gedaan door haar vader met als getuigen Lambertus Sio, 45 en Stephanus Sio, 34, schoenmaker. Geloof: rooms-katholiek. Hoewel dit echtpaar erg Bergs was, eindigden ook zij in Dordrecht.

Adressen Huismans-Sio:

  • 1904: Bergen op Zoom.
  • periode tot 27/6-1913: Bergen op Zoom.
  • periode 27/6-1913 tot 27/7-1914: Breda; Van Bergenstraat 10a.
  • vanaf 27/7-1914: gemeente Princenhage.
  • periode vóór 12/7-1917: Princenhage.
  • periode vanaf 12/7-1917 tot 22/11-1918: Dordrecht; Alexanderstraat 34.
  • periode vanaf 22/11-1918: Dordrecht; A.C.W. Staringstraat 10.

Keetje kwam uit de (vind ik) interessante familie Sio en was een dochter van Antonius Sio, geboren te Bergen op Zoom op 31 maart 1849 en overleden op 46-jarige aldaar aan het Geertruidaplein op 25 november 1895, en Maria Catharina Bakx, geboren te Bergen op Zoom op 29 juli 1852, en aldaar op 45-jarige leeftijd overleden aan het Geertruidaplein op 21 april 1898. Zij waren op 30 juni 1870 te Bergen op Zoom getrouwd, respectievelijk 21 en zeventien jaar oud. Antonius was arbeider (1872, 1874, 1876, 1879, 1882, 1888, 1889, 1892, 1894, 1895). – Hij overleed om half vijf ‘s nachts, de aangifte werd gedaan door Lambertus Sio, 61, schoenmaker, broer en door Johannes Eijsermans, 63, arbeider, zwager, beiden woonachtig te Bergen op Zoom. – Hij was een zoon van metselaarsknecht Johannes Sio en Cornelia Visser. Geloof: rooms-katholiek. Zijn grootmoeder Catharina Josepha Sio (*Maastricht, 1780, +Bergen op Zoom, 1855) was stammoeder van deze bijzondere familie waar onder meer een oudoom van mij uit stamde. Haar ouders waren mineur Joannis Seau (c1740-1807) uit Namen en Maria Barbe Paquet (c1748-1796) uit Wépion bij Namen. Ik zie een opvallende overeenkomst met een andere Bergse familie van Waalse origine: Crusio. Oorspronkelijk was dat waarschijnlijk de familie Cruseau; in BoZ verbasterd naar Crusio. Hetzelfde zien we hier met Seau naar Sio. Dit soldatenechtpaar kreeg meerdere kinderen, waarvan ook een andere in Bergen op Zoom bleef: Joanna Maria Scio (1778-1861), die trouwde met de stamvader van de verdwenen Bergse familie Stubenrouch. Catharina was stammoeder, en da’s op zich ook bijzonder. Zij had in haar leven vier relaties, waarvan er één, met Samuël Gee, er bevestigd een huwelijk was. Ze kreeg twee kinderen bij een heer Joannes Schasselé (de kinderen heetten Dessessain), en in 1810, 1813 en 1815 drie kinderen bij een onbekende vader. Zo werd ze stammoeder.

Adressen Sio-Bakx:

  • periode 1870-1880: Bergen op Zoom; Dorp wijk D nummer 181. Ik heb geen idee welk Dorp er hier bedoeld werd. Wijk D sloeg in eerdere decennia op de Kaai e.o. Mogelijk bedoelde men Nieuw-Borgvliet in de eerste jaren van haar ontstaan of de oude kern van Oud-Borgvliet.
  • 1872: Bergen op Zoom; aan het Dorp wijk D nummer 181.
  • 1874: Bergen op Zoom; aan het Dorp wijk D nummer 184.
  • 1876: Bergen op Zoom; Lindebaan wijk I nummer 77c.
  • 1879: Bergen op Zoom; Lindebaan wijk I nummer 77c.
  • periode 1880-1898: Bergen op Zoom; Fluwelenbroekstraat I77c, Straat zonder Eind I170 (is Johannesstraat naast de Ponderoos), onleesbaar, Geertruidaplein M208.
  • 1882: Bergen op Zoom; Lindebaan wijk I nummer 77c.
  • 1888: Bergen op Zoom; Fluwelenbroekstraat wijk I nummer 77. Het lijkt erop dat dit hetzelfde huis als in de Lindebaan was of er in ieder geval vlakbij.
  • 1889: Bergen op Zoom; Fluwelenbroekstraat wijk I nummer 81.
  • 1892: Bergen op Zoom; Fluwelenbroekstraat wijk I nummer 81.
  • 1894: Bergen op Zoom; Geertruidaplein wijk M nummer 208.

Nou is de foto Huismans vrij uitzonderlijk, van de familie Sio bestaat er een die zo mogelijk nog specialer is. Het was grofweg vóór de eerste wereldoorlog oprecht niet gebruikelijk dat ‘lagere standen’ op de foto gingen, laat staan dat er informele gezinsfoto’s gemaakt werden. Deze foto is waarschijnlijk gemaakt in 1896. We zien moeder Maria Catharina Bakx, weduwe, temidden van al haar kinderen. Keetje Huismans-Sio staat uiterst rechts. De oudsten hadden al door dat je in die tijd niet moest lachen op de foto, de jongere kids nog niet. Wat het geheel extra tragisch maakt is dat hun moeder twee jaar later ook zou komen te overlijden. (Afbeelding: stamboom Jungbeker-van den Broek).  

Het Geertruidaplein in 1904, acht jaar nadat het gezin er woonde en bovenstaande gezinsfoto werd genomen. Opmerkelijk: het plein heeft bestaan tot er een aantal jaar geleden een stock américain op werd gebouwd. (Afbeelding: WBA)


Komen we bij het vijfde kind, de overgrootvader van Gertjan. Josephus (Sjef) Huismans werd geboren op 28 oktober 1879 in het ouderlijk huis aan de Molstraat te Bergen op Zoom, en overleed op 4 december 1950 aldaar, 71 jaar oud. Hij was met zijn overleden oudere broertje en zijn jongere broer Laurinus de enige die in Bergen op Zoom zou blijven. Sjef was arbeider (1904, in de periode 1915-1920), metaalslijper (in de periode 1915-1920) en machinevormer (1921). – Getuigen bij het huwelijk in 1904 waren Bernardus Huismans, 26, metaalslijper, broer van de bruidegom, Cornelis Tange, 21, timmerman, zwager, Gerardus Withagen, 71, pottenbakker, oom van de bruid en Johannes Withagen, vijftig, pottenbakker, oom van de bruid, allen woonachtig te Bergen op Zoom. – Hij werd met lotnummer 15 op 16 maart 1899 ingeloot voor dienst en ingedeeld bij het Bergse 3de regiment infanterie. – Hij overleed om zes uur ‘s avonds, de aangifte werd gedaan door Guillaume Pierre Fukken, 68, lijkdienaar, woonachtig te Bergen op Zoom. Geloof: rooms-katholiek. Ook vermeld als: ome Sjef. Hij trouwde op 26 mei 1904 te Bergen op Zoom, respectievelijk 24 en negentien jaar oud, met Catharina (Kaat) Parijs. Kaat werd geboren op 28 juni 1884 te Bergen op Zoom, en overleed aldaar op 19 juli 1966, 82 jaar oud. Zij overleed om half vijf ‘s middags, de aangifte werd gedaan door Cornelis Johannes Adrianus Bakx, begrafenisondernemer, 42, woonachtig te Bergen op Zoom.

Adressen Huismans-Parijs:

  • vóór 1904: ouderlijk huis.
  • vóór 29/7-1915: Dordrecht.
  • periode 29/7-1915-1920: Bergen op Zoom; Lindebaan 25 (inwonend bij schoonouders, J. Parijs-Withagen), Koepelstraat M66 hernummerd 58.
  • 1921: Bergen op Zoom.

Naast Kaat op de foto, nauwelijks zichtbaar, ligt een baby. Het is haar oudste zoon, Gertjans opa Johannes Gerardus (Jan) Huismans, geboren op 16 februari 1905 in de Lindebaan of Koepelstraat te Bergen op Zoom. Hij was op dat moment dus net twee maanden oud. Jan was later zandvormer en zou overlijden op 5 juni 1983 te Bergen op Zoom, 78 jaar oud. Hij trouwde op 24 september 1931 te Bergen op Zoom met Cornelia Antonia Dietvorst, geboren op 25 maart 1909 te Bergen op Zoom, aldaar overleden op 18 mei 2003, 94 jaar oud. Zij was weer een dochter van Franciscus Dietvorst en Catharina Pirée. Jan Huismans was het oudste kleinkind die de achternaam Huismans droeg en daarmee een beetje de ‘stamhouder’.

Gaan we terug naar Kaat zelf. Zij was een dochter van Johannes Jacobus Parijs, geboren op 14 februari 1860 te ‘s-Hertogenbosch, overleden te Bergen op Zoom op 30 september 1925, 65 jaar oud. Hij trouwde op 21 november 1881 te Bergen op Zoom met Geertrui Withagen, geboren te Bergen op Zoom op 18 februari 1857, aldaar overleden op 22 januari 1922, 64 jaar oud. Zij was een achter-achterkleindochter van Jan Withagen (1697-1768), de man die de familie Withagen van Vlaanderen naar Berrege bracht, en die in mijn eigen kwartierstaat terug te vinden is onder nummer 688. We maken een klein uitstapje om de familie Parijs wat nader onder de loep te nemen. Joh’ Jac’ Parijs werd in Den Bosch geboren maar had een Bergse moeder. Hij was zoon van Johannes Parijs (1834-1860) en Cornelia Klaassens (1835-1873). Johannes was een buitenechtelijke zoon van Maria Catharina Parijs (* ‘s-Hertogenbosch, 23/6-1808, ✞ aldaar, 3/10-1873). Zij was eerder getrouwd geweest met stoffenverver Abraham Johannes Peterson (*Amsterdam, 21/4-1799, ✞ ‘s-Hertogenbosch, 4/8-1853), maar dat huwelijk was in 1846, en hij erkende Johannes Parijs niet als zijn zoon. En.. dat was niet haar enige buitenechtelijke kind. Sterker nog, ongehuwde kinderen waren een soort van gebruik in de familie. Begin 19de eeuw werden in Den Bosch vele kinderen uit de familie Rabechon geboren zonder bekende vader. 

Maria Catharina Parijs was een dochter van Cornelis Parijs, geboren te Brielle (Zuid-Holland) op 5 april 1771, aldaar ook gedoopt, en overleden in het pesthuis te Brielle op 28 december 1822, 51 jaar oud. Cornelis was militair (1813) en smidsknecht (1821). – Hij hertrouwde met Dirkje Beijer, met wie hij twee kinderen kreeg te Zwartewaal bij Brielle. Zij kregen de dubbele achternamen Beijer Parijs en Beijer Prijs. – Hij overleed in huis wijk 6 nummer 90 te Brielle. – Hij zou volgens sommige bronnen zijn gesneuveld in Dresden in oktober 1813, wat zou betekenen dat hij diende onder Napoleon. Dit is echter niet te verenigen met de geboorte van dochter Maria Emilia Parijs in 1815. – Hij overleed om drie uur ‘s morgens in het Pesthuis te Brielle, wijk C nummer 90. Vermeld werd dat hij weduwnaar was van Maria Rabichon en zoon van Dirk Prijs en Pieternella Rombout. De aangifte werd gedaan door Dirk de Graaff, 22, schoenmaker en door Jan Wuijster, 38, winkelier, beiden woonachtig te Brielle. Geloof: Nederlands Hervormd. Hij trouwde een eerste maal met arbeidster Maria (Marie) Rabechon op 22 november 1801 te ‘s-Hertogenbosch. Zij was geboren op 27 april 1777 te ‘s-Hertogenbosch, en overleed aldaar op 23 april 1820, 42 jaar oud. We kunnen concluderen dat Cornelis waarschijnlijk als militair naar Den Bosch kwam, daar trouwde met Rabechon, na haar overlijden terugkeerde naar Brielle en daar hertrouwde. Eerst over de naam Parijs: Cornelis was een zoon van Dirk Prijs en Pieternella Johannesd van Egge. Het lijkt erop dat Parijs niet meer is dan een verbastering van Prijs. Aan de andere kant doet de naam Rabechon ook wel wat exotisch aan. In combinatie met een soldatenachtergrond die deze familie lijkt te hebben kan dat duiden op een afkomst van elders in Europa. Marie was een dochter van Joannes Jacobus Robichon (ook vermeld als Johannes Jacobus – Rabechon, Robbenson) en Anna Catharina d’Anvers (ook vermeld als Catharina, Maria – Danvers). Robichon doet frans aan, maar ik kan verder niets over haar vader vinden, dus ook niets wat dat kan bevestigen. De andere schrijfwijzen duiden erop dat de naam ook engels zou kunnen zijn. Ook over moeder is verder niets bekend, behalve dat zij op 18 januari 1810 overleed te ‘s-Hertogenbosch. Een Sara d’Anvers overleed op 4/1-1832 te ‘s-Hertogenbosch. Zij was 78 jaar oud. De leeftijd in combinatie met aanwezige getuigen in eerdere akten maakt het waarschijnlijk dat Sara een zus van Catharina was. Vermeld werd dat Sara weduwe was van Joost Henrich Kesper, net als Marie Rabichon woonde aan de Weversplaats te ‘s-Hertogenbosch en geboren was te Zutphen (gedoopt op 22/7-1753). Dit kan ik bevestigen a.d.h.v. het RK-doopboek van Zutphen. Dat wijst erop dat de waarschijnlijke ouders Gerardus Franciscus d’Anvers en Catharina Carolina de Meur waren. Maar buiten dat ene Joan Anvers in 1765 een zitplek had in de kerk van de Lutherse gemeente te Zutphen, en dat op 4/12-1755 in Den Bosch een Petrus d’Anvers werd gedoopt, met als getuigen Josephus de Bogij en Catharina d’Anvers, is er niets te vinden.

De overlijdensakte van Marie Rabechon, ‘s-Hertogenbosch, 1820. (Afbeelding: BHIC)


Het zesde kind was Catharina Huismans. Zij was de eerste die geboren werd in het nieuwe ouderlijk huis aan de Wassenaarstraat te Bergen op Zoom op 14 april 1882. Catharina overleed op 21 januari 1951 te Noordwijk (Zuid-Holland), 68 jaar oud. In het bevolkingsregister (inschrijving met C.H. Tange) werd vermeld dat zij op 12/4-1917 hertrouwde en dat zij ‘ongevallenrente’ ontving. – Getuigen bij het huwelijk in 1917 waren Josephus Huismans, 37, vernikkelaar, broer van de bruid en Laurinus Huismans, 31, metaalslijper, broer van de bruid, beiden woonachtig te Bergen op Zoom. Geloof: rooms-katholiek. Catharina overleed te Noordwijk, haar broer Antoon te Noordwijkerhout. In het register van overlijdensextracten van Rotterdam vond ik vrij veel mensen die overleden in die buurt maar woonden in Rotterdam. Een reden heb ik niet gevonden.

Adressen Huismans-Tange-Schoof:

  • periode 1904-1917: Bergen op Zoom; Mosselstraat E116, Wassenaarstraat L204, Rozemarijnstraat H49/hernummerd 1a, Wouwsestraat H32/hernummerd nummer 11a.
  • 1917: Rotterdam (bruidegom), Bergen op Zoom (bruid).
  • periode voor 2/3-1921: Bergen op Zoom.
  • periode vanaf 2/3-1921: Rotterdam; Heer Daniëlstraat 7.
  • 1927: Rotterdam.

Catharina trouwde op 1 februari 1904 te Bergen op Zoom met Cornelis Hendricus (Kees) Tange. Kees werd geboren op 8 september 1883 aan de Scholiersberg te Bergen op Zoom en overleed op 15 november 1912 in het Algemeen Burger Gasthuis (ABG) te Bergen op Zoom, 29 jaar oud. Hij was timmerman (periode 1900-1912, 1904). – Getuigen bij het huwelijk in 1904 waren Johannes Gerardus Tange, dertig, timmerman, broer van de bruidegom, Cornelis Tange, 62, koopman, oom van de bruidegom, Bernardus Huismans, 26, metaalslijper, broer van de bruid en Antonius Huismans, 29, metaalslijper, broer van de bruid, allen woonachtig te Bergen op Zoom. – Hij overleed om tien uur ‘s morgens, de aangifte werd gedaan door Bernardus Huismans, 35, metaalslijper, zwager en Josephus Huismans, 33, arbeider, zwager, beiden woonachtig te Bergen op Zoom. Bij de beide getuigen werd de naam eerst geschreven met een ij, maar uitgegumd. Twee maanden na zijn overlijden overleed zijn zoon Johannes Gerardus, vijf maanden oud. – Hij werd geboren om twee uur ‘s nachts op Scholiersberg wijk E nummer 36. De aangifte werd gedaan door zijn vader met als getuigen Gerardus Kools, 52, kleermaker en Johannes Martinus Musters, veertig, herbergier, beiden woonachtig te Bergen op Zoom. Geloof: rooms-katholiek.

Kees was een zoon van Antonius Tange, geboren op 16 december 1845 te Bergen op Zoom en aldaar overleden op 28 mei 1927, 81 jaar oud. Antonius was timmerman (periode 1880-1900, 1883, 1904, 1912). – Zijn grootvader vaderszijde kwam uit Sluis. De familie Tange kwam oorspronkelijk uit Zuienkerke in West-Vlaanderen. – Hij werd om elf uur ‘s avonds geboren, de getuigen bij de aangifte waren Philippus Bechtholt, 48, schoenmaker en Anthonij Wolmershouzen, 52, arbeider, beiden woonachtig te Bergen op Zoom. Getuigen bij het huwelijk in 1872 waren Machiel Tange, 33, negociant, broer van de bruidegom, Gerardus Withagen, 39, pottenbakker, zwager van de bruidegom, Pieter Kersten, 67, bezembinder, oom van bruid en Jacobus Johannes Huijgens, 38, hovenier, allen woonachtig te Bergen op Zoom. Hij overleed om acht uur ‘s avonds, de aangifte werd gedaan door Johannes Gerardus Tange, 53, timmerman, zoon van de overledene en Antonius Tange, 22, metaalbewerker, kleinzoon van de overledene, beiden woonachtig te Bergen op Zoom.

Antonius Tange trouwde op 6 mei 1872 te Bergen op Zoom met Lena Jacoba Kersten, geboren 7 augustus 1850 te Middelburg (Walcheren, Zeeland), en overleed op 7 mei 1918 in de Sint Antoniusstraat te Bergen op Zoom, 67 jaar oud. Zij was naaister. – Zij werd geboren om negen uur ‘s avonds, getuigen daarbij waren Petrus Otte, 56, loods en Marinus Adriaansen, 43, schipper, beiden woonachtig te Middelburg. Zij overleed om half twaalf ‘s avonds, de aangifte werd gedaan door Johannes Gerardus Tange, 46, zoon van de overledene en Wilhelmus Johannes Huffmeijer, 53, beiden timmerlieden en woonachtig te Bergen op Zoom.

Adressen Tange-Kersten:

  • 1883: Bergen op Zoom; Scholiersberg wijk E nummer 36.
  • 1904: Bergen op Zoom.
  • periode 1880-1900: Bergen op Zoom; Scholiersberg wijk E nummer 67, 54, 53 en Sint Antoniusstraat E92a.
  • periode 1900-1920: Bergen op Zoom: Sint Antoniusstraat E92a/hernummerd naar 14.
  • 1912: Bergen op Zoom.

Terug naar hun zoon Kees. We zien dat Catharina Huismans ‘ongevallenrente’ ontving en dat Kees op jonge leeftijd in het ABG overleed. Wat is daar gebeurd? Een zoektocht in de krantendatabank van de Koninklijke Bibliotheek helpt. Een eerste artikel wat ik vond was uit de Volksstem van 4 december 1912.  Daarin wordt Tange specifiek genoemd. Het artikel voorspelt niet veel goeds.

Afbeelding: WBA.

Bovenstaande dia is waarschijnlijk rond 1970 vanaf de Peperbus gemaakt door de bekende Bergse architect Jan Weyts. We zien de Sint Josephkerk of Joorenkerk, niet lang voordat ze in 1972 na zestig jaar bestaan te hebben weer werd afgebroken. Op de plaats ligt nu het Pastoor Joorenplein, maar de kleine spits links staat tegenwoordig langs de Markiezaatsweg en ook het Jezusbeeld staat er nog. We zien ook de V&D op de voorgrond en aan de horizon rechts Roosendaal, in het midden Wouw en links Heerle, waar één van de timmermannen die ook bij het ongeluk betrokken was vandaan kwam. De grote torenspits was niet origineel, die is na de oorlog heropgericht nadat de oorspronkelijke spits stukgegaan was bij een V2-inslag. Het priesterkoor waarover gesproken wordt is het middelste deel van het ronde achterste van een kerk, waar het altaar in staat zeg maar.

Bovenstaande artikelen komen uit ‘de Nieuwe Courant’ van 15 november 1912 (links) en de Nederlands-Indische ‘Sumatra Post’ van 19 december 1912 (rechts). Over timmerman De Kok werd geschreven dat hij uit Heerde of Heerlen kwam, maar ik hou het op Heerle. Ik heb even opgezocht wat een schenkel is. Op een website vond ik het: met een schenkel werd een ronde boog, zoals dus bovenin het priesterkoor, ondersteund, volgens mij tijdelijk. In ‘de Grondwet: Roosendaals Nieuws- en Advertentieblad’ van 16 november 1912, vond ik de meest gedetailleerde beschrijving van het ongeluk. Deze krant werd immers wat dichter bij huis uitgegeven. Het gaat hier om het wegnemen van de laatste spant die de schenkels ondersteunde. Misschien dat schenkels dus niet tijdelijk waren. In onderstaand artikel wordt niet gesproken over de ‘geringe droging’ in de lucht, zoals wel in dat van de Sumatra Post. Dat kan liggen aan het feit dat die reportage van een later datum was en er dus meer onderzoeksresultaten bekend waren. Ik vond echter niet terug dat het veel regende rond de 15de november. Hoe dan ook een tragisch ongeluk, meer nog omdat het Tanges laatste werkdag aan de Joorenkerk was voordat hij een winter werk had op Vrederust

Deze vrij zeldzame foto laat zien waar het ongeluk plaatsvond. We zien de achterkant van de Joorenkerk in aanbouw, met rechts de Peperbus, genomen vanaf ongeveer waar nu cafétaria ‘t Luifeltje zit. (Afbeelding: WBA)

 

Op deze foto zien we pastoor Jooren, naar wie de kerk in de volksmond vernoemd werd, rond 1910 in de noodkerk Sint Joseph (of Smitskerkje). Pastoor Jooren was in 1912 rap ter plaatse bij het ongeluk. (Afbeelding: WBA)

Het leed werd nog groter voor Catharina. Twee maanden na het verongelukken van haar man verloor ze ook haar jongste zoontje, slechts vijf maanden oud. (Afbeelding: WBA)

We keren terug naar Catharina. Zij bleef verweduwd met vijf jonge kinderen achter in de Rozemarijnstraat, en dit is niet het tijdsvak waarin vrouwen alleen het gezin onderhielden. Ik vermoed dat vader Jan Huismans tegen die tijd reeds inwoonde bij één van zijn zoons of opgenomen was in de Ketrien, en dat Catharina met haar kinderen ging inwonen bij een van haar broers te Rotterdam. Op 12 april 1917 te Rotterdam trouwt ze, dan 34 jaar oud met de 29-jarige Dirk Bernardinus Schoof. Dirk werd geboren op 14 januari 1888 te Rotterdam. Een overlijden kon ik van hem niet vinden. Dirk was een horecaman, hij was buffetchef (1917) en buffetbediende (periode vanaf 1921). Geloof: rooms-katholiek. Hij was een zoon van Gerardus Schoof (* Delfshaven, Zuid-Holland, 17/6-1848, ✞ Rotterdam, 29/6-1921) die op 28 mei 1873 te Rotterdam trouwde met Hanna Rijneker (* Rotterdam, 13/9-1847, ✞ aldaar, 3/2-1932). Ook vermeld als: Rijncker. Geloof van beiden: rooms-katholiek. Gerardus was aannemer (periode na 1880) en timmerman (1917). 

Onderaan de foto, tussen de zoontjes van Leentje, zit Johanna (Joke) Tange, de oudste dochter van Kees en Catharina. Zij was geboren op 16 juli 1904 te Bergen op Zoom, waarschijnlijk in de Mosselstraat. Joke ging als kind mee naar Rotterdam en zou daar op 23 februari 1927 trouwen met Constant Antonius Verweij. Constant was geboren in 1903 in de Vijverhofstraat te Rotterdam. Hij was smid-stoker (1927). – Getuigen bij het huwelijk in 1927 waren Wilhelmus Gijsbertus Anthonius Verweij, 31, rijwielmonteur, broer van de bruidegom en Simon Stierman, 23, klerk bij de politie, beiden woonachtig te Rotterdam. – Hij werd geboren om tien uur ‘s morgens in een huis aan de Vijverhofstraat te Rotterdam. De aangifte werd gedaan door Maria Louisa Wachter, huisvrouw van Jacob Bikkers, 45, vroedvrouw, woonachtig te Rotterdam, met als getuigen Anthonie Dirk van Luijn, veertig, gemeentebode en Leendert Arnold, 36, gemeentebode, beiden woonachtig te Rotterdam. Geloof: rooms-katholiek.

Adressen Verweij-Tange:

  • periode tot huwelijk 23/2-1927: ouderlijk huis Rotterdam, Heer Daniëlstraat 7 (Joke)
  • 1927: Poortugaal (Zuid-Holland, bruidegom), Rotterdam (bruid).
  • vanaf 23/2-1927: Poortugaal; Kruisdijk.

Constant was een zoon van Gijsbertus Petrus Verweij (*Arnhem, Gelderland, 3/8-1962, ✞ Rotterdam, Zuid-Holland, 1/4-1944), die op 21 mei 1890 te Arnhem getrouwd was met Anna Adriana Kamerling (*Maastricht, Zuid-Limburg, 22/5-1865, ✞ Rotterdam, Zuid-Holland, 22/3-1942). G.P. Verweij was kellner (1903), koffiehuisbediende (1927) en bediende. – Het echtpaar Verweij-Kamerling kwam uit een bijzondere familie van over heel Nederland. Verweij zelf was zoon van Jakobus Verweij uit Sluipwijk bij Gouda, overleed te Amersfoort en was ziekenvader in de garnizoensinfermerie. Zijn moeder Theodora Jacobs kwam uit Grave. De vader van Anna Adriana, de Bossenaar Wilhelmus Joannes Kamerling, was stafmuzikant en soldaat bij het 2de regiment infanterie en getrouwd met Anthonetta Gerardina Cornelia Bognetteau uit Middelburg. Laatste overleed in Maastricht. Ik vraag mij af of Joke en Constant elkaar kenden doordat hun (stief)vaders beiden in de Rotterdamse restaurantwereld werkten.

 Adressen Verweij-Kamerling:

  • 1903: Rotterdam; Vijverhofstraat.
  • 1927: Rotterdam.

 


Het zevende kind uit het gezin was Laurinus Huismans. Hij kijkt heel stoer in de lens. Laurinus werd geboren op 17 juni 1885 in de Wassenaarstraat te Bergen op Zoom, en zou overlijden op 10 januari 1918 te Bergen op Zoom, waarschijnlijk in de Rozemarijnstraat, slechts 32 jaar oud. Hij was arbeider (1907, periode 1907-1918), slijper (1913) en fabrieksarbeider (1918). – Hij werd geboren om één uur ‘s nachts in de Wassenaarstraat op L64. De aangifte werd gedaan door zijn vader met als getuigen Franciscus Bakx, 43, arbeider en Jacobus Hoedelmans, 35, arbeider, beiden woonachtig te Bergen op Zoom. – Hij overleed om twee uur ‘s nachts, de aangifte werd gedaan door Petrus van Huffel, 56, kuiper, schoonvader en Adrianus Petrus Huijgens, 39, luchtschommelhouder, beiden woonachtig te Bergen op Zoom. – Getuigen bij het huwelijk in 1907 waren Bernardus Huismans, 28, arbeider, broer van de bruidegom, Josephus Huismans, 26, arbeider, broer van de bruidegom, Cornelis Tange, 23, timmerman, zwager van de bruidegom en Jacobus Wilhelmus Soeters, 31, arbeider, allen woonachtig te Bergen op Zoom. – Hij was 154,8 cm lang en werd vrijgesteld van militaire dienst wegens broederdienst. Geloof: rooms-katholiek. Ook vermeld als: Huysmans.

Adressen Huismans-van Huffel:

  • periode 1907-1918: Bergen op Zoom; Sint Antoniusstraat wijk E, Vuilbeek G136 (is de Pastoor Lancrietstraat), Rozemarijnstraat L261, Roskamstraat I56, Koepelstraat M385/hernummerd 46, Rozemarijnstraat 38.

Een stukje Bergse kermisgeschiedenis. De aangifte van Laurinus’ overlijden werd mede gedaan door Adrianus Petrus Huijgens, met als prachtige beroep ‘luchtschommelhouder’. Die luchtschommel zien we op de foto rechts. (Afbeelding: WBA)

Laurinus trouwde op 27 juni 1907 te Bergen op Zoom met de 17-jarige Dina Sophia van Huffel, geboren op 5 september 1889 te Bergen op Zoom, waarschijnlijk in de Rozemarijnstraat, en overleden op 26 augustus 1942 te Bergen op Zoom, 52 jaar oud.Dina was koopvrouw (1919). – Zij kreeg op 19/3-1919, na het overlijden van Laurinus, een onechte dochter genaamd Pieternella van Huffel. – Zij hertrouwde op 30/10-1919 met werkman Willem de Koning, 29, uit Bergen op Zoom, zoon van Jan de Koning en Petronella Suijkerbuijk. Zij was een dochter van Petrus van Huffel (*Bergen op Zoom, 8/9-1861, ✞ aldaar, 16/10-1942), die op 24 april 1884 te Bergen op Zoom trouwde met Helena Susetta Franken (*Bergen op Zoom, 27/4-1865, ✞ aldaar, 21/4-1913). Petrus was kuiper (1918, 1919). – Zijn vader was wannenmaker Johannes Baptist van Huffel uit Klinge, zoon van het echtpaar van Huffel-van den Bosch uit respectievelijk Zichem en Fléron bij Luik. Ook wanlapper werd vermeld als beroep binnen de familie van Huffel, maar ik heb echt niet kunnen vinden wat dat was voor beroep, evenmin wannenmaker. Interessant over de familie van moeder Franken: zij stamde niet uit de grote Bergse familie Franken maar uit een Oosterhoutse familie, waar haar vader ook geboren werd. Die familielijn komt wel uit bij Lenaert Franck Verbunt, de Tilburgse stamvader van de Essense familie Franken die ook in veel Bergse kwartierstaten voorkomt.

Adressen van Huffel-Franken:

  • periode vóór 17/4-1886: Bergen op Zoom; Rozemarijnstraat 44.
  • periode vanaf 17/4-1886: Oosterhout.
  • ergens tussen 1886 en 1914: Bergen op Zoom; Rozemarijnstraat 16.
  • vanaf 18/2-1914: Halsteren.
  • 10/7-1915: verhuisd van Halsteren naar Bergen op Zoom.
  • ergens tussen 1915 en 1924: Bergen op Zoom; Rozemarijnstraat 30.
  • 1918: Bergen op Zoom.
  • 1919: Bergen op Zoom.
  • periode vanaf 24/4-1924: Middelburg.
  • periode tot 27/5-1924: Middelburg.
  • periode vanaf 27/5-1924: Bergen op Zoom.

Het achtste kind was dochter Maria Johanna Huismans. Opvallend vind ik dat zij op de foto zeventien moet zijn geweest, maar er wat ouder uitziet. Maar dat kan ook door de lage kwaliteit zijn. Zij was geboren op schrikkeldag 29 februari 1888 in de Wassenaarstraat te Bergen op Zoom, en zou overlijden op 26 mei 1969 te Breda (West-Brabant), 81 jaar oud. Het lijkt erop dat één van haar kinderen te Breda woonde en zij daar na het overlijden van Pieter de Bruin ging inwonen. – Zij overleed om zeven uur ‘s avonds, de aangifte werd gedaan door Arend Zwiep, 37, koster, woonachtig te Breda. Geloof: rooms-katholiek. Zij trouwde op 27 oktober 1913 te Bergen op Zoom met een ondertrouw op 11 oktober met Lambertus Jacobus (Lambert) Oosterwaal. Getuigen bij het huwelijk in 1913 waren Johannes Theodorus Nicolaas Oosterwaal, 27, krattenmaker, broer van de bruidegom, Johannes Marie Oosterwaal, 22, polijster, broer van de bruidegom, Bernardus Huismans, 36, ijzergieter, broer van de bruidegom, en Laurinus Huysmans (met Y), 28, slijper, broer van de bruid, allen woonachtig te Bergen op Zoom. Getuigen bij het huwelijk in 1939 waren Cornelis Huismans, 45, smid-bankwerker, broer van de bruid, woonachtig te Rotterdam en Jacobus Petrus de Bruin, 32, rijkswerkman, zoon van de bruidegom, woonachtig te Bergen op Zoom.

Adressen Oosterwaal-Huismans:

  • periode 1913-1919: Bergen op Zoom; Auvergnestraat wijk M 67/hernummerd 2.
  • vanaf 26/7-1919: Breda.

Lambert werd geboren op 22 augustus 1887 aan de Kaai te Bergen op Zoom, en zou overlijden op 2 juli 1935 te Bergen op Zoom, 47 jaar oud. Hij was zetschipper, arbeider (1913, periode 1913-1919) en metaalslijper (1935). – Hij overleed om half vier ‘s nachts, de aangifte werd gedaan door Johannes Sio, 55, schoenmaker, woonachtig te Bergen op Zoom. – Hij kwam uit een Bergse familie van schippers, beurtschippers en stoombootondernemers. – Hij werd geboren om zes uur ‘s morgens ‘aan de Haven’ wijk D nummer 82. De aangifte werd gedaan door zijn vader met als getuigen Adrianus Stadhouders, herbergier, 52 en Bernardus Peijenborg, 29, smid, beiden woonachtig te Bergen op Zoom. Hij was een zoon van Cornelis Johannes Oosterwaal (*Bergen op Zoom, 30/11-1861, ✞ aldaar, 7/2-1933), die op 18 juni 1885 te Bergen op Zoom trouwde met Helena Henning (* ‘s-Hertogenbosch, Oost-Brabant, 24/11-1859, ✞ aldaar, 7/3-1930). C.J. Oosterwaal was schipper (1887, 1913) en schipper aan boord van de ‘Irma’ (1900). In 1913 woonden zij te Bergen op Zoom.

Maria Johanna hertrouwde op 13 februari 1939 te Bergen op Zoom, met een ondertrouw op 28 januari 1939, met Pieter de Bruin. Pieter werd geboren op 8 augustus 1881 te Steenbergen (West-Brabant), hij overleed op 30 april 1961 te Bergen op Zoom. Hij was weduwnaar van Isabella Cornelia Dietvorst (1882-1934) in 1939. – Hij overleed om kwart over twee ‘s middags, de aangifte werd gedaan door Guillaume Pierre Fukken, 78, lijkdienaar, woonachtig te Bergen op Zoom. Pieter was een zoon van Steenbergenaren Jacobus de Bruin en Petronilla Baartmans. Zijn moeder hertrouwde na het overlijden van zijn vader in 1882 met Petrus de Koning uit Kapellen. Haar vader was een neef van Helena Elisabeth Baartmans, de oma van haar schoondochter Huismans. Volgt u het nog?

Adressen de Bruin-Dietvorst:

  • 1902, 1904, 1906, 1909: Bergen op Zoom.
  • 1911, 1913: Hamborn, Duisburg, Noordrijn-Westfalen, Duitsland.

Het negende kind staat niet op de foto. Het is ook het enige van de kinderen waarvan ik niet kon achterhalen hoe oud ze is geworden. Toch wil ik haar niet vergeten in het rijtje. Anna Maria Huismans werd op 20 juli 1889 geboren in het ouderlijk huis aan de Wassenaarstraat te Bergen op Zoom. Zij werd ook vermeld als Huysmans en overleed na 24 maart 1937, mogelijk te Boom (Antwerpen). Anna Maria was dienstbode en werd in ieder geval als zodanig vermeld in 1916. Waarom zij niet op de foto staat weet ik niet. Zij was bij het maken ervan vijftien jaar oud, en werd tot 4/4-1907 vermeld als inwonend bij haar ouders. Mogelijk werkte zij illegaal als dienstbode elders en kon ze daarom niet komen. Anna Maria leefde een vrij stereotype leven voor een dienstmeid. Ze woonde op een onwaarschijnlijke hoeveelheid adressen en beviel twee keer van een onecht kindje. 

Adressen:

  • tot 4/4-1907: Bergen op Zoom; ouderlijk huis.
  • vanaf 4/4-1907: Antwerpen.
  • waarschijnlijk vanaf april 1907: Antwerpen; Wiegstraat 11.
  • 20/4-1907: Antwerpen; Terliststraat 18.
  • tot 20/12-1913: Antwerpen; Kraamvrouwengasthuis (waarschijnlijk vanwege geboorte zoontje Marcel).
  • vanaf 20/12-1913: Antwerpen; Lentestraat 30.
  • 8/1-1914: Antwerpen; Provinciestraat 33
  • 1915: Antwerpen.
  • 11/1-1916: Bergen op Zoom (bij geboorte dochter te Leiden).
  • 19/1-1916: ambtshalve ingeschreven in ouderlijk huis Bergen op Zoom, komende uit Antwerpen.
  • tot 11/2-1916: Bergen op Zoom; ouderlijk huis.
  • vanaf 11/2-1916: ‘s-Gravenhage.
  • 12/2-1916 tot 7/7-1916: ‘s-Gravenhage; Annastichting aan de Mariastraat 2a.
  • 7/7-1916 tot 22/5-1918: ‘s-Gravenhage; Blankenburgstraat 71, inwonend bij Barnou.
  • 22/5-1918 tot 23/11-1918: ‘s-Gravenhage; Gentschestraat 117, inwonend bij Droeve.
  • 23/11-1918 tot 6/10-1919: Scheveningen; Stevinstraat 173, inwonend bij Hartog.
  • vanaf 6/10-1919: Antwerpen; Jozef de Bomstraat 50.
  • tot 10/11-1919: ‘s-Gravenhage; Hugo de Grootstraat 73 (officieel woonadres).
  • vanaf 10/11-1919: Antwerpen; Nationalestraat 103.
  • vanaf 15/5-1923: Boom; Schommestraat 4. De Schommestraat kon ik niet vinden maar een toponiem ‘de Schomme’ wel.
  • 1937: Boom.

In 1913 verbleef Anna Maria in het kraamvrouwengasthuis te Antwerpen vanwege de geboorte van haar zoontje Marcel Huismans op 9 december 1913 in dezelfde stad. Daar werd aantekening van gemaakt in haar Belgische vreemdelingendossier. Marcel zou overlijden na zijn eerste verjaardag in Bergen op Zoom, op 19 februari 1915. Hij overleed om vijf uur ‘s nachts, de aangifte werd gedaan door Prudentus Hubertus Geirnaerdt, 26, adjunct commies-secretaris en Cornelis Wanrooij, 35, bediende van het gasthuis, beiden woonachtig te Bergen op Zoom. Het kindje woonde in Antwerpen, net als zijn moeder. Waarom Marcel in Bergen overleed, waarschijnlijk bij een oom of tante, is mij niet duidelijk.

Van Marcel werd melding gemaakt door de politie in Anna Maria’s Belgische vreemdelingendossier. (Afbeelding: Mormoonse kerk)

In hetzelfde dossier werd een verzoek gedaan of het klopte dat Anna Maria na verlaten van het kraamvrouwenhuis in Antwerpen verbleef. Het antwoord begon met een correctie op haar achternaam; een terugkerend thema binnen de familie Huismans, zo lijkt. (Afbeelding: Mormoonse kerk).

Het wordt nog verwarrender. Op 8 januari 1916 werd in het Rijksziekenhuis te Leiden (Zuid-Holland) buitenechtelijke dochter Juliëtte Huismans geboren. Ook vermeld als: Juliette – Huysmans. Moeder woonde toen in Bergen op Zoom, maar dat zal slechts op papier geweest zijn. Juliëtte werd geboren om half tien ‘s ochtends. De aangifte werd gedaan door August Adrien de Mazure, waarnemend directeur van het Rijksziekenhuis, 57, woonachtig te Leiden, met als getuigen Gerardus van Bellen, 56, bediende, woonachtig te Leiden en Cornelis Vlaardingerbroek, 48, bediende, woonachtig te Zoeterwoude. In de kantlijn werd vermeld dat moeder op 2 oktober 1916 ten overstaan van de burgelijke stand te Den Haag haar dochter erkende. Ik heb nog nooit gezien dat de moeder het kind nog moest erkennen op een later moment. Niet lang na de geboorte van haar dochtertje verbleef in ieder geval moeder in Huize Sint Annastichting in Den Haag. Dat zal vermoedelijk met kind geweest zijn, want de nonnen verzorgden daar werkende ongehuwde moeders en hun kinderen. Na een tijd in Scheveningen is Anna Maria teruggegaan naar Antwerpen, van waaruit ze in 1923 verhuisd naar Boom bij Mechelen. Juliëtte werd zelf ook dienstbode en zou teruggaan naar haar geboortestreek. In 1937 is ze dienstbode in Loosduinen (Zuid-Holland). Ze trouwt dan met Dirk Looije. Dirk was los werkman en een zoon van Philippus Martinus Marinus Looije en Adriana Frederika van der Sluijs. Het huwelijk was op 24 maart 1937 in Den Haag. Moeder Anna Maria woonde toen in Boom. Dat is de laatste keer dat ik haar terugvond. Dirk was geboren in Monster (Westland, Zuid-Holland) op 21 februari 1916, en zou overlijden in Den Haag op 19 juni 1986, zeventig jaar oud. Juliette zou overlijden op 19 november 2008 in Den Haag, 92 jaar oud. Ik ben heel benieuwd naar meer verhalen over deze tak van de familie!

De Sint Annastichting in Den Haag in 1919. (Afbeelding: Tijdschrift Prins der Geïllustreerde Bladen)

Het echtpaar Looije-Huismans. Deze foto’s zijn toegevoegd aan een Amerikaanse database zonder bronvermelding. Meldt u vooral!


Ik sluit het artikel af met tiende en jongste kind van het gezin, en de reden dat iedereen bij mekaar was voor de foto. Cornelis (Nelis) Huismans werd geboren op 27 oktober 1893 in de Wassenaarstraat te Bergen op Zoom. Hij zou overlijden op 11 juli 1980 te Amsterdam, 86 jaar oud. Hij was kachelsmid (1913), plaatwerker (1918, 1919, 1920), bankwerker (1921) en bankwerker bij de NS. – Het huwelijk in 1921 ging met een afkondiging op 16 en 23 april 1921 te Rotterdam en Halsteren. In de akte werd Nelis abusievelijk vermeld als 37 jaar oud. Getuigen bij het huwelijk waren Antonius Huismans, 46, bankwerker, broer van de bruidegom, woonachtig te Dordrecht en Josephus Huismans, 41, machinevormer, broer van de bruidegom, woonachtig te Bergen op Zoom. Geloof: rooms-katholiek. Ook vermeld als: ome Nelis. Nelis trouwde op 9 mei 1921 te Bergen op Zoom, met een ondertrouw op 16 april 1921 te Rotterdam en 23 april 1921 te Halsteren, met Maria van Geel. Maria werd geboren op 29 juli 1898 te Halsteren (West-Brabant), en zou overlijden op 4 mei 1960 te Rotterdam, 61 jaar oud. Zij was een dochter van Pieter van Geel (*Klundert, West-Brabant, 6/9-1864, ✞ Bergen op Zoom, 3/12-1944), die op 14 april 1894 te Nieuw-Vossemeer (West-Brabant) trouwde met Johanna Catharina de Leeuw (*Nieuw-Vossemeer, West-Brabant, 26/7-1868, ✞ aldaar, 15/7-1902). Pieter was werkman (1921). – Hij hertrouwde op 21/9-1904 te Hoogvliet (Zuid-Holland) met Maria Visser uit Pernis. Dit kan de latere banden met Rotterdam verklaren, ondanks dat beide echtelieden overleden te Bergen op Zoom. Pieter woonde in Halsteren in 1921.

Adressen Huismans-van Geel:

  • 1913: Bergen op Zoom; Auvergnestraat 67.
  • tot 8/2-1918: Haarlem.
  • periode 8/2-1918 tot 15/11-1920: Bergen op Zoom; Auvergnestraat 2. Hij werd ingeschreven in een soort register van dienstboden.
  • vanaf 15/11-1920: Rotterdam.
  • 1921: Rotterdam; ‘laatstelijk Bergen op Zoom’ (bruidegom), Bergen op Zoom, ‘laatstelijk Halsteren’ (bruid).

Nelis zou op 68-jarige leeftijd hertrouwen met de negentien jaar jongere Elisabeth Engeliena Catharina de Jong, op 2 oktober 1962 te Breda. Zij was geboren op 5 januari 1913 in de Schooterboschstraat te Rotterdam, en zou overlijden op 17 november 2004 te Amsterdam, 91 jaar oud. De gezegende leeftijden blijven een rode draad door dit artikel, ondanks de vaak tragische uitzonderingen. Zij was hulp in de huishouding te Apeldoorn. – Zij werd geboren om drie uur ‘s middags, de aangifte werd gedaan door haar vader met als getuigen Johan Hubertus de Graaff, 29, gemeenteklerk en Louwrens Rikkers, veertig, gemeenteklerk, beiden woonachtig te Rotterdam. Zij werd geboren in het huis van haar ouders op Schooterboschstraat 96 te Rotterdam. Haar ouders waren Lieuwe de Jong, expeditieknecht in 1913, en Catharina Hendrika Fukker.


Dat was het hele artikel. Toch mooi hoeveel onderzoek je kan doen aan de hand van één foto!

Bergen op Zoom, 8 maart 2024. 

 

Gebruikte bronnen:

  • Mevr. N. Knipsadeler-van Huffel (Geneanet).
  • Volkstelling Bergen op Zoom 1840.
  • Volkstelling Bergen op Zoom 1830.
  • Stamboom Baartmans.
  • Bevolkingsregister Bergen op Zoom 1860-1880.
  • Huwelijksregister Bergen op Zoom 1847.
  • Huwelijksbijlagen Bergen op Zoom 1846-1847. 
  • Bevolkingsregister Bergen op Zoom 1880-1900. 
  • Overlijdensregister Dordrecht 1907. 
  • Bevolkingsregister Brouwershaven 1843-1848.
  • Burgerlijke standregisters Oud-Vossemeer (via Zeeuws Archief).
  • Overlijdensregister Bergen op Zoom 1855.
  • Geboorteregister Bergen op Zoom 1850.
  • Bevolkingsregister Bergen op Zoom 1900-1920.
  • Geboorteregister Ouwerkerk 1847.
  • Stamboom de Crom.
  • Huwelijksregister Bergen op Zoom 1892. 
  • Bevolkingsregister Belgische vluchtelingen te Bergen op Zoom 1900-1920.
  • Vreemdelingendossiers Antwerpen 1886-1915.
  • Geboorteregister Bergen op Zoom 1871.
  • Inschrijvingsregister voor de nationale militie Bergen op Zoom, lichting 1895, klasse 1875. 
  • Huwelijksregister Bergen op Zoom 1899.
  • Overlijdensregister Noordwijkerhout 1962.
  • Gezinskaarten Dordrecht.
  • Bevolkingsregister Bergen op Zoom 1880-1900.
  • Huwelijksregister Bergen op Zoom 1904.
  • Huwelijksregister Bergen op Zoom 1921. 
  • Overlijdensregister Dordrecht 1925.   
  • Overlijdensregister Dordrecht 1955.
  • Huwelijksregister Bergen op Zoom 1913.
  • Bevolkingsregister Breda 1900-1920.
  • Geboorteregister Bergen op Zoom 1879.
  • Stichting Online Verleden.
  • Stamboom van Geel.
  • Overlijdensregister Bergen op Zoom 1950.
  • Overlijdensregister Bergen op Zoom 1966.
  • Gezinskaarten Rotterdam tot 1940 (via Stadsarchief Rotterdam). 
  • Bevolkingsregisters Rotterdam.
  • Huwelijksregister Bergen op Zoom 1917. 
  • Overlijdensregisters Rotterdam. 
  • Huwelijksregisters Rotterdam.
  • Geboorteregister Bergen op Zoom 1883.
  • Geboorteregister Bergen op Zoom 1885.
  • Huwelijksregister Bergen op Zoom 1907. 
  • Stamboom Schepers-Bergmans.
  • Overlijdensregister Bergen op Zoom 1918. 
  • Lotingsregister voor de nationale militie, lichting 1905, klasse 1885.
  • Huwelijksregister Bergen op Zoom 1939. 
  • Overlijdensregister Breda 1969.   
  • J. de Crom (via Geneanet).
  • W. Oosterwaal (via Geneanet).
  • Geboorteregister Bergen op Zoom 1887. 
  • Overlijdensregister Bergen op Zoom 1935.
  • R. Ripmeester (via Geneanet).
  • Overlijdensregister Bergen op Zoom 1961.
  • Geboorteregister Bergen op Zoom 1889. 
  • Bevolkingsregisters Den Haag. P. Looije.
  • Huwelijksregisters ‘s-Gravenhage.
  • Geboorteregister Leiden 1916.
  • Overlijdensregister Bergen op Zoom 1915.
  • Inschrijvingsregister voor de nationale militie Bergen op Zoom, lichting 1913, klasse 1893.
  • M. van Britsom (via Genealogie Online). 
  • E.A. Harmsen (via Genealogie Online). 
  • Geboorteregister Merksem 1897-1900.
  • Geboorteregister Merksem 1901-1903.   
  • Geboorteregister Bergen op Zoom 1904. Stamboom de Wit

101 in 1885 (2)

In 2018 schreef ik over mijn betbetbetbetovergrootmoeder Jacoba (Jacqueline) Kwik, die in 1885 aan de Turnhoutsebaan te Deurne overleed. Dat was zeer uitzonderlijk: alhoewel ik denk dat de meeste mensen een overdreven beeld hebben van hoe jong mensen in vroeger tijden overleden, was het alleszins danig minder gebruikelijk om de honderd te bereiken dan nu. Met hulp van W. Buysse vond ik de volgende passage uit 1883 in ‘de Werkman‘, een diep katholiek weekblad dat elke vrijdag verscheen in Aalst in Oost-Vlaanderen. ”Een feest van geen strooi, met orde luisterlijkheid en deftigheid.”

 

De dood van knecht Kees

We schrijven zondag 23 januari 1774. Het was drie graden en helder. Mijn directe voorvader Cornelis Bernaerts (*Wuustwezel, Antwerpen, 1735, +Halsteren, West-Brabant, 1800) ging op weg naar de lokale herberg, een kwartiertje lopen. De 38-jarige Cornelis kwam oorspronkelijk uit Wittegoor, een heidegebied bij ‘t Antwerpse Wuustwezel, maar was in 1764 afgekomen op kansen in de regio Halsteren. De zeekleipolders waren nog niet heel oud, en ‘t was goed boeren daar; hij was zeker niet de enige die van zandgronden in de regio overging op de kleigronden naast de Brabantse Wal. Cornelis was in 1764 getrouwd met Maria Augustijn, maar zij overleed in 1770, op de Kladde. De Kladde was ook waar hij zijn bedrijf opgebouwd had: officieel in de Oud-Glymespolder op het kruispunt van de Kladde, Lepelstraat en Steenbergen. De Oud-Glymespolder was één van de heerlijkheden van Halsteren; wat op haar beurt weer onder het markiezaat viel. Uit notariële stukken blijkt dat zijn voormalige schoonzusters en zwagers nog dichtbij woonden. Inmiddels was hij hertrouwd met Joanna (Janna) de Grauw (*Oud-Gastel, West-Brabant, 1748, +Halsteren, 1779). Uiteindelijk zou Cornelis drie keer trouwen en achttien kinderen krijgen; en waar zijn naam gedurende zijn leven nogal onderhevig was aan de nieuwe hippe maar wisselende spelling van ambtenaren (Bernaers, Bernaarts, Bijnaert, Bijnaers, Bernarts, Bernaars, Bernards, Bernaards, Bijnaerts), zou hij uiteindelijk de stamvader worden van de familie Bernaards. Waaronder ondergetekende.

Om dit verhaal wat tot leven te brengen, heb ik mijn potloden weer ‘ns uit de kast gehaald. Deze tekeningen zijn niet waarheidsgetrouw; er was tenslotte nog geen fotografie in 1773 en portretten waren alleen voorbehouden aan de markies. Verder is alles afkomstig uit de gerechtelijke stukken en andere archiefstukken, inclusief getuigenverklaringen en roepnamen als Cees en Kees. 

Boer Bernaerts (ik houd zijn geboortenaam aan), moest dus op die koude januaridag verschijnen in een lokale herberg. Niet voor gezelligheid. Hij was gedagvaard voor een verhoor, afgelegd door baljuw Rupertus. Een baljuw was een soort manusje-van-alles; naar mijn inzicht het beste te omschrijven als de afgevaardigde van de hogere heer, in dit geval markies Karel Theodoor. Eén van de taken van de baljuw was zorgen dat gerechtelijke vonnissen goed werden uitgevoerd. Daarbij fungeerde hij ook als eiser, een soort van officier van justitie. Nu, het gros van de gerechtelijke stukken in ‘t Halsters dorpsarchief hebben betrekking op niet betaalde huur of grondkwesties. Maar hier lag dat wat anders. 

Afbeelding: RK Begraafboek Halsteren/WBA Bergen op Zoom

Bovenstaande begraafinschrijving was van Cornelis (Kees) Schuurweegen. Hij werd op 13 december 1773 begraven, met een gratis dienst. Dat deed de RK-kerk voor overledenen die te arm waren om te betalen. Vermeld werd ook dat hij woonde op de Kladde. Kees was geen onbekende van boer Bernaerts. Hij was namelijk knecht geweest bij hem. En.. de boer had hem een paar dagen daarvoor geslagen. Met een blaaspijp. En dat verklaart ook waarom boer Bernaerts een ruime maand later verhoord werd. De verhoortechnieken van baljuw Rupertus waren niet optimaal. Het waren nogal gesloten vragen. Maar het geeft wel een goeie schets van de gebeurtenissen die dag. De vragen heb ik vertaald naar modern Nederlands.

  1. Wat is uw naam, ouderdom en geboorteplaats? Den gedaagde zegt te heeten Cornelis Bijnaarts en oud te weesen omtrent 35 jaaren en gebooren te zijn te west Weesel.
  2. Klopt het dat in de laatste zomer Kees Schuurweegen bij u als knecht heeft ingewoond? Ja.
  3. Klopt het dat Kees Schuurweegen na zijn tijd als knecht uitgediend te hebben op Sint Andriesdag bij u is vertrokken? Ja.
  4. Klopt het dat Kees Schuurweegen op 3 december bij u langs is gekomen om wat spullen die hij had achtergelaten op te halen? Ja.
  5. En vroeg Kees Schuurweegen toen hij in uw keuken waar de meid was? Ja.
  6. Heeft u toen geantwoord met “ik heb met jou niets meer te maken, en met de meid ook niet”? Zegt neen maar op die vraag gesegt te hebben dat de meijt in de schuur was.
  7. Klopt het dat Kees Schuurweegen toen tegen u begon te vloeken en met zijn hoed u in het gezicht geslagen heeft? En dat uw pijp daardoor uw mond uit vloog? Ja.
  8. En zei u toen tegen Kees Schuurwegen dat hij een schurk is? Neen.
  9. Klopt het dat Kees Schuurweegen toen zijn mes getrokken heeft en in de deurpost is gaan staan? En daarbij zei “kom er maar uit boer!” terwijl hij met de schede over de deurpost sneed? Zegt neen maar dat Cornelis Schuurweegen zijn mesch heeft getrokken en zig in de midden van de deur van de keuken heeft geposteert zeggenden als in den articul verder vermelt staet. Zegt nader dat Schuurweegen gezegt heeft “komt er maer uijt God doome” namentlijk in plaes van “komt er maar uijt boer”.
  10. En stond u toen op om de ijzeren blaaspijp die aan de schoorsteen hing op te pakken? Ja.
  11. En kwam Kees Schuurweegen toen naar u toe met het mes in zijn hand? Ja.
  12. En stak hij naar u? Ja.
  13. Klopt het dat u toen met de ijzeren blaaspijp Kees Schuurweegen een klap op zijn hoofd heeft gegeven? En dat hij toen bewusteloos neerviel met zijn gezicht op de grond? Zegt ja dog niet te weeten waerhij hem Cornelis Schuurweegen geraekt heeft.
  14. U snapt toch wel dat u iemand makkelijk dood kan slaan met zo’n blaaspijp? Ja.
  15. Hoe komt u er dan bij om dat te doen? Zegt zulx gedaen te hebbe om dat denselven op hem gedaegde met een mesch aen kwam en om zijn lijff te defendeeren. 
  16. Waarom bent u niet weggerend toen Kees Schuurweegen op u af kwam? Zegt omdat niet uijt zijn huijs kon om dat de deur toewas.
  17. U had dus geen kans om u in te houden? Neen.

Samenvattend: Kees Schuurweegen was knecht bij boer Bernaerts, was samen met de meid ontslagen of gestopt (is wat onduidelijk) eind november 1773 en kwam terug om spullen te halen. Daarop werd Kees agressief, bedreigde de boer met een mes, waarop de boer hem bewusteloos sloeg met een blaaspijp. Dat klinkt als noodweer, maar het roept ook vragen op. Waarom werd Kees agressief, als hij alleen zijn spullen kwam halen? Waardoor overleed hij? In het verhoor wordt enkel gewag gemaakt van bewusteloosheid. En het voorval gebeurde op 3 december, terwijl Kees pas op 13 december begraven werd. Ze lieten zijn lijk toch niet tien dagen liggen; zeker in die tijd niet? Extra verwarring wordt opgeroepen door de eis van de baljuw. Daaruit blijkt zeker geen noodweer. 

“Zoo heeft de Heer Eijsser dan ook met kunnen afsijn om na bekomen decreet van w’edele Agtbaare den Gedaagde in Persoon te dagvaarden en tegens denselven te neemen den onderstaanden Eijsch en Conclusie. Mits welke en andere reeden in tijden en wijlen desnoods nader te allegueerende voorn’ Procureur in den naame als boven Eijsche doende concludeert dat de gedaagde ter zaake voors’ zal werden gebannen voor den tijd van tien Jaaren uijt de stad en Marquisaat van Bergen op den Zoom en Heerlijkheijd Borgvliet met Condemnade in de kosten en misen van justitie mitsgaders in de kosten van desen processe off tot anderen.”

Tien jaar verbanning uit het Markiezaat van Bergen op Zoom en de heerlijkheid Borgvliet, mét het betalen van de kosten van de rechtszittingen en het proces. Dat is een zware straf. Boer Bernaerts zou met zijn vrouw en (mogelijk) vier kinderen alles achter moeten laten. Zijn boerderij, zijn bedrijf, de familie van hem, zijn wijlen eerste echtgenote Maria Augustijn en zijn huidige vrouw Janna de Grauw. En het Markiezaat was groot, het strekte zich uit van Lillo tot Oudenbosch en van De Heen tot Schijf. Ik besef me nog iets. Ik stam zelf af van twee kinderen van boer Bernaerts: Adriana Bernaards, geboren in 1800, en Pieter Bernaards, geboren in 1775. Doordat laatste zoon in de Glymespolder werd geboren en te Halsteren werd gedoopt weet ik nu al dat de eis van de baljuw niet werd ingewilligd. Immers, in dat geval had het gezin niet meer in Halsteren gewoond in 1775. Maar ik stam direct af van die zoon Pieter Bernaards (1775-1854). Had het vonnis geweest zoals de eis, dan was er hoogstwaarschijnlijk geen familie Bernaards in deze regio! Ik dank mijn achternaam min of meer aan de uitspraak in deze rechtszaak. 

Deze kaart uit 1785 door de bekende landmeter J.B. Adan hangt tegenwoordig in het oude stadhuis. Men kijkt naar het oosten. Boer Bernaerts moet ergens helemaal links gewoond hebben.

Bij de eis zat een verklaring van de procureur, De Boet. Er waren getuigen gehoord, en dit was volgens hem wat er gebeurd was. Op 3 december rond half elf ‘s morgens was Cornelis (Kees) Schuurweegen, die van de zomer tot Sint Andriesdag als knecht had ingewoond bij boer Bernaerts, naar diens huis gekomen. Hij kwam spullen halen die hij nog had liggen daar. Boer Bernaerts zat in de keuken, bij de haard. Kees vroeg aan hem waar de meid was. Het antwoord ‘misnoegde’ Kees en hij begon te vloeken. Daarna nam hij zijn hoed af, sloeg daarmee in het gezicht van de boer waardoor diens pijp uit z’n mond vloog.

“En zijn hoed heeft genoomen van zijn hoofd en daarmee den Gedaagde voor sijn vreesen heeft geslagen, zoo dat de pijp die den Gedaagde in de mond hadde, daar uijt vloog, dat de Gedaagde daarop tegen gem’ Cornelis Schuurweegen hebbende gesegt “het is schelme werk dat gij dat doed”

Boer Bernaerts zei daarop: “het is schelmenwerk, wat jij doet!”, een uitspraak die de boer bij het verhoor overigens ontkende. Kees liep terug naar de deurpost van de middelste keukendeur en bleef daar staan, met zijn mes. De vrouw van de boer, Janna de Grauw, was door de andere keukendoor weggelopen en had deze dichtgetrokken. Kees sneedt met het mes over het hout van de deurpost en zei: “kom er maar uit boer” of “kom er maar uit, godverdomme”. Daarop was boer Bernaerts opgestaan, had hij de blaaspijp van de schoorsteen gepakt en in reactie daarop, sprong Kees met zijn mes in de hand naar de boer toe. Hij maakte steekbewegingen naar de boer toe, en de boer sloeg hem met de blaaspijp op z’n hoofd. Kees viel plat op z’n gezicht neer en lag daar ongeveer twintig tellen bewusteloos. Dan stond hij op en zei tegen Marijn Joppe, met wie hij gekomen was “morjue wat doet mijn kop zeer”. Vervolgens ging hij naar een kamertje om zijn spullen te pakken en de kist met spullen van de meid, Adriana, weg te brengen. Adriana was inmiddels ook in huis gekomen en had op verzoek van Kees wat water gehaald om het bloed van zijn kop te vegen. Zij zag een buil aan de linkerzijde van Kees’ voorhoofd, onder zijn haar. De buil bloedde. Kees is vervolgens die zaterdagavond 4 december op bed gaan liggen, en kreeg hij vlagen van hevige koorts. Op 10 december overleed hij. Zijn dode lichaam werd onderzocht door dokter en chirurgijn en zij concludeerden dat de slag met de blaaspijp op zich niet dodelijk was, maar alleen dodelijk bij verzuim. Oftewel, dodelijk als men geen medische behandeling ervoor zocht. Doordat Kees toch overleed door de klap, zij het indirect, stelde de procureur dat boer Bernaerts toch verantwoordelijk was voor zijn dood. 

Het lijkt op zich een redelijk verhaal. Maar toch blijven er ook vragen onbeantwoord. Zoals waarom Kees zo boos werd. En waarom de eis klaarblijkelijk niet werd ingewilligd. En waarom overleed de knecht door ‘versuijm’, als er ook gewag gemaakt wordt van een dokter en een chirurgijn?

Afbeelding: Schepenbank van Auvergnepolder en Oud Glymespolder; processtukken in de criminele zaak tegen Cornelis Beinaards inzake doodslag, 1774, WBA Bergen op Zoom.

 

Boer Bernaerts liet het er niet bij zitten. Hij trok een beerput open over wijlen knecht Kees. Daar kreeg hij ongetwijfeld hulp bij van een deskundige, gezien de juridische termen en het feit dat de boer analfabeet was. Het verweer moest een indruk geven van waarom noodweer in het geval van knecht Kees zeker op zijn plaats was. Het begint als volgt:

“Want daar de ged’e bij elk bekend staat, voor een braaff, eerlijk, seedig en vreedelievend man, warsch van alle rusien en oneenigheeden. Daar is het in teegendeel overkennelijk dat wijlen Cornelis Schuurwegen is geweest van een driftig en quieulleus humeur; geneegen tot Dronkenschap, en door den Drank verhit zijnde, tot vegten niet alleen, maar tot de vermoedste onderneemingen op ‘t leeven van sijn evenmensch geneijgd”

Die passage komt neer op: waar boer Bernaerts bekend staat als een braaf, eerlijk, zedig en vredelievend man, wars van ruzies en onenigheden, is het overduidelijk dat bij wijlen Kees Schuurweegen het tegenovergestelde het geval was. Hij was van een driftig humeur, genegen tot dronkenschap, en wanneer dronken in staat tot vechten en het pogen te ontnemen van het leven van zijn medemens. Amai.

In zijn leven gaf Kees meermaals blijk van bovenstaande. Men verteld dat hij twee maal als knecht in dienst was bij boer Cornelis la Meer op Vossemeer (waarschijnlijk Oud-Vossemeer, waar een familie Lameer woonde), maar ook twee keer vanwege ‘boosaardig’ conflict voortijdig werd weggejaagd daar. Hij zou La Meer zelfs een keer hebben willen aanvallen, maar dat zou door noodweer zijn belet door de boer. Niet lang daarna was hij met vier of vijf personen ‘van zijn alooi’ teruggegaan naar La Meer om hem te mishandelen of misschien zelfs te doden. Dat was volgens het verslag ook gebeurd, als La Meer niet voortijdig gewaarschuwd was. De boer had drie geladen pistolen in huis gehaald en een dragonder om hulp gevraagd. In de tijd dat Kees knecht was bij boer Bernaerts, kreeg hij het ook aan de stok met diens buurman, Pieter van Loon, met diverse anderen erbij. Op derde pinksterdag 1773 had hij ruzie met boer Bernaerts. Dat was dan nog voor dat hij als knecht in dienst kwam bij de boer. Terwijl hij ‘ijselijkste’ vloeken sprak, sloeg Kees met zijn tabaksdoos op tafel, zo hard dat de tabak in de schaal met salade vloog die bij de boer op tafel stond. Ook toen liep hij richting de deur en maakte hij aanstalten zijn mes te trekken. De meid bracht hem toen tot bedaren, door te zeggen: “Kees, zie nou wat je doet, laat je mes zitten!”. Bij dat voorval bleef boer Bernaerts stil in huis zitten.

“Ja de uijtspoorige verwoedhijt van de dikwils genoemde Schuurweegen is selfs zoo verre gegaan dat hij des ged’es Huijsvrouw, tot tweemaalen toe heeft gedrijgt, zoo haar als hem Ged’e te zullen snijden en steeken”

Kees had zich tegen anderen uitgelaten, terwijl hij zijn mes toonde, dat hij boer Bernaerts daarmee ging steken. Hij bedreigde ook meermaals Janna de Grauw, vrouw Bernaerts dus. Hij zou haar en boer Bernaerts snijden en steken. Heftig. Op een dag was boer Bernaerts van huis om klusjes te doen, en was Kees naar het huis van de schoonvader van Bernaerts gegaan, Pieter de Grauw (*Oud-Gastel, 1720, +Wouw, 1774, kwartierstaatnummer 514). Janna’s zus was daar ook, en zij had vriendelijk tegen Kees gezegd, dat hij beter niet meer kon drinken tot hij dronken was. De zus had blijkbaar niet mogen weten van zijn drinkgewoonten. Kees werd woest en zei vloekend: “dat heeft u niemand anders dan die Scheele Donder verteld”, waarmee hij Janna de Grauw bedoelde. “Ik ga eens naar huis toe, ze zal er van langs krijgen.” Hij ging daarop, al vloekend en dreigend (degene die dit optekende had gevoel voor drama) ook echt terug naar de Oud-Glymespolder en de zus van Janna rende achter hem aan; ze wist tenslotte van het ‘ondeugend karakter’ van Kees en wist ook dat Janna zwanger was, waarschijnlijk op dat moment van zoon Joannes Bernardts, die op 16 oktober 1773 geboren zou worden. Een dronken agressieve knecht en een zwangere huisvrouw, da’s geen ideale combinatie. Janna’s zus wilde haar beschermen. Kees kwam aan op de boerderij en Janna legde hem niets in de weg. Hij bedreigde haar, hij zou haar ‘het hart intrappen’. Toen Janna’s zuster aankwam probeerde zij hem te kalmeren, maar Kees moest daar niets van hebben, pakte een tang en dreigde de zus haar hersens in te slaan ermee. Volgens de verklaring zou dat ook gebeurd zijn als er niet toevallig nog ‘enige luijden’ in huis waren. 

Ik vraag me toch af waarom mijn voorvader in hemelsnaam Kees die zomer terug als knecht in huis nam. Zonder kant te willen kiezen, maar hij had zijn zwangere vrouw bedreigd. Meid Adriana, die we later weer terugzien in de stukken, verklaarde dat Kees telkens smeekte om vergiffenis en beterschap beloofde. Het moeten zeer overtuigende smeekbedes geweest zijn. Dan volgt er nog een verklaring over wat er op de dag des onheils, 3 december, gebeurd was bij het huis van de weduwe van Jan Mulders; de buurvrouw. De verklaring werd door boer Bernaerts aangeleverd en zal dus ongetwijfeld zijn standpunt overbrengen. Nadat Kees meermaals tegen jan en alleman gedreigd had de boer om het leven te brengen, kwam hij op die dag om half tien ‘s morgens aan bij de boerderij met Marijn Joppe om zijn spullen te halen. Boer Bernaerts was niet thuis en Kees ging toen naar de buurvrouw, de weduwe Mulders. Het moet een soort zoete inval zijn geweest op de Klad destijds, want als je naar alle verklaringen kijkt, liep iedereen de hele dag zomaar bij elkaar binnen. Bij de weduwe ging hij aan de drank, waardoor hij nog bozer werd. Samen met het uitbraken van vloeken en verzweringen vertelde hij, dat hij met opzet boer Bernaerts ging aanvallen.

“En zijn reeds gistend Bloed door het drinken van morgendrank ten huijse van de voorn’ wed’e Mulder meer en meer heeft aangeset, Alwaar hij onder het uijtbraaken van de ijselijkste vloeken en verschweeringen heeft betuijgt, dat hij met opset ge(..) de Ged’e te attaqueeren! En ten laasten, omtrent halff elff van daar gaande, schoon hem de selve weduwe vrugteloos tragte te weederhouden continueerende in sijn vloeken heeft geschrijt “gij sult den glimissen Boer (de noteerdende daar meede de ged’e) eens gauw teegens den Dijk zien leggen.”

De weduwe trachtte hem te bedaren, maar tevergeefs. Kees zei: “jij zal die Glymessenboer binnenkort tegen de dijk zien liggen”. Met Glymessenboer bedoelde hij boer Bernaerts, waarschijnlijk was het een verwijzing naar de kleine polder waar die woonde, de Oud-Glymespolder. Dit alles werd geuit zonder dat hij de boer nog gezien had, deze was immers niet thuis geweest. Ook een verklaring van Cornelia Augustein, huisvrouw van Jan Aards en zus van Bernaerts’ eerste vrouw, verklaarde iets soortgelijks. De boer zei daarop nog dat hij voor de haard een pijp zat te roken, met zijn vrouw erbij, dat Kees binnenkwam, naar de meid vroeg en hem in het gezicht sloeg.

Afbeelding: Schepenbank van Auvergnepolder en Oud Glymespolder; processtukken in de criminele zaak tegen Cornelis Beinaards inzake doodslag, 1774, WBA Bergen op Zoom.

Dan volgt een verklaring van Marijn Joppe, ongeveer negentien jaar oud, geboren te Steenbergen en als knecht inwonend bij de kinderen van Cornelis Sloots, die verklaarde dat hij in maart als knecht gewoond heeft bij Cornelis Beijnaards, woonachtig in de Oud-Glymespolder. Daar woonde ook Cees Schuurweegen, met wie hij kennismaakte. Marijn woonde maar acht dagen bij Bernaerts, omdat hij “niet met den boer kon accordeeren”. Misschien was boer Bernaerts ook niet de makkelijkste man.. Op 1 december ging Joppe uit de huur bij de kinderen Sloots en verbleef op ‘t moment van zijn verklaring in de Lepelstraat.

Joppe stond op 2 december aan de deur bij zijn ‘laposter’, de vrouw van Cees Slokkers. Cees kwam daar ook langs en zij hadden samen gegeten. Daarna ‘gingen zij ter lane’ naar het huis van de weduwe Mulder, waar Cees bleef slapen. Joppe bleef die nacht slapen bij Miermans, hetzelfde huis waar Schuurweegen ook zou overlijden. Op vrijdagmorgen 3 december, rond zes uur, ging Marijn weer langs het huis van Cornelis Slokkers. Cees Schuurweegen en ene Jacobus van Eekelen kwamen daar ook naartoe. Zij aten en dronken daar wat en gingen toen gedrieën naar de weduwe Mulder. Het was toen inmiddels acht uur. Tot ongeveer negen uur bleven zij daar; toen Cees tegen Marijn zei: “kom ga eens meede om mijn goed te haalen”. Rond half tien gingen zij dan naar het huis van Bernaerts, maar die was nog niet thuis. De twee gingen toen maar naar een kamertje in de boerderij van Bernaerts, waar de meid was, Adriana Albregts. Zij gaf een linnen keel (kiel?) en een blauwe, wollen kortrok aan Cees. Dan gingen zij weer naar het huis van Cornelis Slokkers en van daaruit door naar de weduwe Mulders. Bij de weduwe dronken zij één of twee ‘zoopjes’. Dat ochtenddrinken past wel in ‘t profiel van Schuurweegen zoals we dat eerder konden lezen. Omtrent half elf die ochtend probeerden ze opnieuw langs te gaan bij Bernaerts. Hij was inmiddels thuis, en zat in de keuken bij de hoek van de haard, klaar om te gaan eten. De tafel was gedekt. Zijn vrouw zat aan de andere kant van de tafel in het midden, recht voor het vuur. Verder waren alleen twee kinderen in de keuken. Cees ging de keuken in om spullen van hem te pakken, en vroeg waar de meid was. Hier begint het verhaal dat we eerder lazen, maar nu vanuit het perspectief van Marijn Joppe. Bernaerts antwoordde: “ik heb geen affaire meer met de meijd off met jouw ook niet, gij kunt maar gelijk optrekken”. Hij stuurde hem dus weg. Daarop sloeg Cees de boer, waardoor diens pijp uit zijn mond vloog. Vrouw Bernaerts liep naar buiten. Het hele gevecht met de blaaspijp en het mes vond toen plaats, waarbij Marijn opmerkte dat hij zeker wist dat Cees de boer wilde steken, en dat de boer geen kans had om weg te komen door de schuurdeur omdat Schuurweegen hem dan sowieso van achteren in zijn ribben gestoken zou hebben.

Na de klap met de blaaspijp lag Schuurweegen twintig tellen roerloos op de grond, waarna hij opstond, klaagde over dat z’n kop zeer deed en zijn spullen is gaan pakken. Hij moest ook de kist van de meid hebben, die ontslagen was, zo maak ik op uit de getuigenis. Vrouw Bernaerts, de meid Adriana en Jan Huijgen met zijn vrouw liepen terug het huis binnen. “Hoe bloed gij zoo?”, vroeg de meid aan Cees. “Swijg maar stil en doet de kist maar van het kamertje”, antwoordde hij. Toen vroeg ze het opnieuw, en hij antwoordde dat hij van zijn baas een klap met de blaaspijp had gehad. Hij vroeg om wat water, wat de meid haalde en waarmee zij vervolgens de buil op zijn hoofd afdeed. Samen droegen ze de kist van de meid naar het huis van Cornelis Slokkers. Ze, en ik weet even niet of dat meer mensen waren dan Kees en Marijn, liepen direct door naar de Lepelstraat, naar Jan Aards. Aards vroeg, waar zijn vrouw bij was, of Kees eens wilde ‘slokken’. Kees weigerde dat en Aards vroeg daarop “wat scheeld uw dat gij zoo triestig zijt?”. Kees vertelde over het voorval en vroeg toen aan Aards of hij even op bed mocht gaan liggen. Dat mocht. Het was inmiddels rond twaalf uur. Om elf uur ‘s avonds was Kees opgestaan en was daarna bij de hoek van de haard wat gaan kletsen met Marijn en ander gezelschap. Ze rookten nog wat pijpen. Wat volgt is nog wat datums en plaatsen. Op zaterdagochtend rond zeven uur gingen zij van het huis van Aards naar de Klad. Kees ging weg en zij zagen elkaar om vijf uur ‘s middags weer bij Cornelis Slokkers thuis. Marijn ging op verzoek van Kees bij Miermans vragen of zij daar konden slapen. Dat mocht. Kees heeft daar de hele nacht “getopt”. Om zeven uur de volgende morgen ging Marijn naar de ‘vroegkerk’ en heeft Kees sindsdien niet meer gezien.

De volgende getuigenverklaring. Jan Aards is meermaals vermeld in het verslag wat Marijn Joppe gaf. Jan woonde in Lepelstraat met zijn vrouw Cornelia Augustijn, een zus van de eerste vrouw van boer Bernaerts. Jan verklaarde dat op 3 december Kees met Marijn bij hem was gekomen, waarop hij vroeg om eens te slokken. Kees weigerde dat. In bijzijn van zijn vrouw vroeg Jan wat er gebeurd was; waarop Kees het hele verhaal vertelde. Hij had ‘gecrabbelvuijst’ met zijn boer. Vrouw Aards verklaarde daarna iets heel belangrijks. Kees had toen hij klaar was met zijn verhaal het volgende gezegd dat de boer gelijk had om ‘toe te tasten’. “Want als ik tot mijn vermeet had konne koomen souw ik het den boer ook gebakken hebben, maar nouw heb ik de slag weg.” Ook het slachtoffer bevestigt dus dat er sprake was van noodweer.

Jan Aards en vrouw hadden Kees aangeraden een chirurgijn erbij te roepen, maar hij vond dat niet nodig. “Het is sulk een nood niet.” Kees heeft met Jan wat kleermakersloon afgerekend, vroeg toen of hij even op bed mocht gaan liggen. Hij at nog een boterham en dronk thee voor hij ging slapen. Het was toen rond twaalf uur ‘s middags. Kees is ‘s avonds opgestaan, heeft nog wat gesproken met mensen in de hoek bij de haard en rookte men hen een pijp. De volgende morgen om zeven uur vertrok hij, naar eigen zeggen op weg naar zijn schoenmaker. Aards en zijn vrouw zagen hem daarna niet meer.

“Want als ik tot mijn vermeet had konne koomen souw ik het den boer ook gebakken hebben, maar nouw heb ik de slag weg.”

Vanaf het begin van dit verhaal heb ik al het idee dat de meid een grotere rol speelt hierin dan je zou denken. Haar getuigenverklaring zou meer helderheid moeten kunnen geven daarover. Adriana Albregt, ongeveer achttien jaar, woonde op het moment van het afleggen van de verklaring thuis bij haar moeder Bet Dietvorst en haar stiefvader Pieter de Jong in Nieuw-Vossemeer. Adriana verklaarde dat zij van de oogsttijd 1773 tot Sint Andriesdag bij boer Bernaerts had ingewoond als dienstmaagd. Na St. Andries had zij nog tot vrijdag 3 december bij hem mogen blijven. Die datum is inmiddels welbekend. Ze vertelde dat Kees daar ook woonde als knecht, en dat hij ruzie heeft gehad met vrouw Bernaerts. Ze kon zich niet herinneren waar die ruzie over ging, maar wel dat het bijgelegd was.

Op vrijdagmiddag 3 december 1773 rond half tien ‘s morgens, zat Adriana in de keuken te spinnen. Kees kwam binnen met Marijn en zei “goeden dag al te maal”. Zoals bekend was boer Bernaerts niet thuis en Adriana ging mee met de knechten om Kees’ linnen kiel en blauwe wollen kortrok te pakken voor ze. Vervolgens ging ze naar de stal om de beesten te verzorgen en dan naar de schuur om mee te helpen schoonmaken. In de schuur waren ook Jan Huijpen en Anna Augustijn van de Kladde (de zus van boer Bernaerts’ eerste vrouw) en knecht Jan Brand. Rond half elf kwam vrouw Bernaerts schrijend en zeer ontsteld de schuur binnenlopen. Huijgen, Anna Augustijn en vrouw Bernaerts liepen toen het huis terug in door de deur naast de schuur. Adriana vervoegde zich bij Kees en Marijn en vroeg, zoals in de verklaring van Marijn, waarom hij zo bloedde. Ze haalde water voor Kees, waarmee Marijn zijn hoofd afdeed. De woensdag erna, 8 december, was Adriana in het huis van Adriaan Miermans, tavernier op de Kladde. Kees lag daar met in zijn kamer zijn broer Jan Schuurweegen. Adriana hoorde dat Kees tegen zijn broer zei: “ik heb ‘er maar eene gehad maar het was een goede”, waarbij hij ongetwijfeld verwees naar de klap. Ze sprak verder niet met Kees. Mijn vermoeden dat de meid meer te maken had met de hele kwestie, was dus niet juist.

Jan Schuurweegen was de broer van Kees. En dat biedt mogelijk een aanknopingspunt om te kijken waar deze knecht vandaan kwam, want daar ben ik inmiddels wel benieuwd naar. Er is eigenlijk maar één kandidaat. Een Joannes (Jan) Schuurwegen, geboren rond 1736 te Merksem, was in 1764 in Bergen op Zoom getrouwd met Maria van Galle uit Brecht of West- of Oostmalle. Dit echtpaar had wel een zoon Joannes, die zelfs woonde in Halsteren en Nieuw-Vossemeer, maar deze werd pas geboren in 1770. Een zoon Cornelis was er niet. Dat, samen met de leeftijden, maakt het waarschijnlijker dat Kees een broer was van deze Jan Schuurwegen, en dat hij dus zelf ook in Merksem werd geboren. Dat zou betekenen dat hij net als boer Bernaerts uit de Antwerpse Kempen kwam, en dat geeft weer een extra dimensie aan de passages zoals die in voor die tijd correct Nederlands zijn opgetekend. Want die conversaties vonden waarschijnlijk plaats in plat Antwerps. En dat geeft het geheel nog wat extra dramatisch karakter. Overigens behoort het Halsters tot dezelfde dialectgroep, dus veel verschil tussen hen en de ‘locals’ was er vast niet.

Tot slot een verklaring van Wouter van der Lis, dokter in Bergen op Zoom en Gillis Selverans, chirurgijn, woonachtig ‘in de Lepelstraat’. Zij onderzochten het lijk van Schuurweegen op 11 december 1773. Het lichaam lag in het huis van Adriaan Miermans, woonachtig op de Klad. Hun lijkschouwing, en ik heb het vaker gezien, doet echt af aan het algemene idee dat men vóór de industriële revolutie geen flauw benul had van het lichaam en zorg. Het beeld van kwakzalvers en ruwe chirurgijnen. Natuurlijk was anatomisch lijkschouwen met de kennis die men toen voor handen had gemakkelijker dan behandelen, maar toch.

“Zijnde anders de bekleedsele, ongeschonden het bekkeneel van desselfs bekleedsele ontblood Zijnde, heeft men in het bekkeneel een Scheur ontdekt die tot de dura mater doorging, loopende naar het linker opperhoofdsbeen, en een Scheur in het voorhoofds been, deese laaste Scheur ging niet door, en eijndigd in het been dat des holligheijd van het linkeroog formeert bij de neus.”

Op het lichaam van knecht Kees vonden ze geen verwondingen behalve een wond, drie vingers boven het linkeroog, een duim groot. Dat was niet hun hele onderzoek. Ze sneden oprecht Kees’ gezicht open. In het bekkeneel, het deel van de schedel waar de hersenen in zitten, ontdekten zij een scheur die doorliep tot de dura mater. De scheur liep naar het linker opperhoofdsbeen. Er was nog een scheur in het voorhoofdsbeen, die scheur liep niet door, maar eindigde in het been dat langs de rand van de linkeroogkas loopt bij de neus. Beide scheuren hadden de grootte van ruim twee duimen. Toen zij het bekkeneel oplichtten, namen zij gestold bloed waar, en na het wegnemen van de dura mater en de pia mater namen ze waar dat er bloedingen waren geweest in de hersenen. In de ventrucili cerebri werd geen bloed gevonden maar wel een waterachtige weiachtige stof. De conclusie van de medici was dat de verwondingen op zichzelf niet dodelijk waren, maar wel bij toeval of.. verzuim. En dat laatste is dan nog de enige vraag die openstaat. 

Afbeelding: Schepenbank van Auvergnepolder en Oud Glymespolder; processtukken in de criminele zaak tegen Cornelis Beinaards inzake doodslag, 1774, WBA Bergen op Zoom.

Selverans, de chirurgijn uit Lepelstraat, verklaarde ook dat hij op 5 december 1773 naar het huis van Miermans op de Kladde was geroepen. Daar trof hij Cees Schuurweegen aan met een zware koorts. Hij vroeg wat er gebeurd was en Schuurweegen vertelde dat hij drie á vier dagen geleden door Bernaerts op ‘t hoofd geslagen was met een blaaspijp. Schuurweegen had koorts gekregen en Selverans nam hem ‘sestien oncen’ aan bloed af door een ader open te leggen. Aan de linkerzijde van Cees’ voorhoofd vond hij een kleine wond zonder zwelling. De volgende ochtend kwam Cees terug bij de chirurgijn en klaagde dat hij steeds de neiging had om over te geven. Hij gaf Cees wat ‘lactans’ en ‘s middags kwam Schuurwegen terug om aan te geven dat zijn braakneigingen weg waren en zijn hoofdpijn niet zo erg meer was. Severans vertelde hem dat het wel weer erger kon worden, en vroeg of hij een dokter erbij moest roepen, maar dat wilde Cees niet, dat was te duur voor ‘m. Op de 7de van die maand kwam Severans weer langs; hij had het er maar druk mee. De knecht had toen zware koortsen maar naar eigen zeggen voelde zijn hoofd veel beter. Een dag later, en de chirurgijn stond weer aan het bed van Cees. De hoofdpijn was nu weg, maar hij had zware pijn in zijn rug en leden, en zijn rug was verstijfd. Severans benadrukte nogmaals het belang van een dokter; hij was bang dat Schuurweegen ‘s avonds ‘toevallen’ zou krijgen, die tot kwade gevolgen zouden kunnen leiden. Zijn broer weigerde dat meermaals. Hij wilde nog wachten.

Ook een behandeling aan Cees’ nek werd geweigerd door zijn broer. Severans diende dan maar een ‘mixtuur’ in tegen toevallen van de koorts; waarvan hij elk uur een lepel moest innemen. ‘s Avonds was het dan toch raak: Severans liep bij Schuurweegen binnen, die hij ”genoegsaam zonder spraak” aantrof. Op de 9de, de volgende morgen, was de knecht in een “droevige toestant”, zonder spraak, duizelend en slaperig. Severans liet onmiddelijk Cees’ broer komen, die snel aankwam. Hij vroeg de broer alsnog om alsjeblieft toestemming te geven om de dokter van Bergen op Zoom op te roepen. Dat ging niet meer, maar dokter Roels te Hoogerheide zou ‘s anderendaags arriveren. De toestand van Schuurweegen bleef onveranderd. De volgende middag, 10 december 1773, was de situatie nog hetzelfde. De chirurgijn moest van de dokter twee ‘Spaansche vliegen’ op de benen van de patiënt aanbrengen. Ik heb even moeten zoeken naar wat dat zijn, maar het artikel “Twee plattelandschirurgijns in het graafschap Vlaanderen in de achttiende eeuw” (Universiteitsbibliotheek Gent, 2000) heeft het over “Spaanse vliegen en andere blaartrekkende plaasters”. Die avond kwam Severans terug aan, net nadat Schuurweegen was overleden.

Het gereedschap van een chirurgijn. (Afbeelding: Historisch Leersum).

Afbeelding: Schepenbank van Auvergnepolder en Oud Glymespolder; processtukken in de criminele zaak tegen Cornelis Beinaards inzake doodslag, 1774, WBA Bergen op Zoom.

Het hele gebeuren is tragisch. Wie heeft er nou echt schuld? Boer Bernaerts? Die gaf de klap tenslotte. Kees zelf? Hij was zo agressief. Jan Schuurweegen? Hij onthield zijn broer van zorg. Het lijkt erop dat baljuw Rupertus afhankelijk was van correspondentie om tot een uitspraak te komen. Het ging om twee neutrale rechtsgeleerden. En nou hoop ik niet dat boer Bernaerts in voorlopige hechtenis zat, want die uitspraak volgde pas op 1 oktober 1774, bijna een jaar later.

“Gezien meede het schriftelijk antwoord van den gedaagde, en de stukken en bescheiden aan beide zijden ingedient en overgelegt, en gelet op al het geene ter materie dienende is, en eenigzints heeft kunnen en mogen moveeren. Mijne voornoemde Heeren Regt doende na ingenome advis van twee neutrale regtsgeleerden ontzeggen den Heere Eisscher R.O. sijnen eisch en conclusie op en jeegens den gedaagde gedaan en genomen, en compenseeren niettemin de kosten van deezen processe om reedenen deesen geregte daar toe moveerende. Aldus (salvo meliori) geadviseert binnen Bergen op den Zoom den 1 oktober 1774.”

Vrijspraak dus.