Plaatsaanduidingen in de Bergse Buitenpoorterij (1812)

In de Bergse bevolkingsregisters begin 19e eeuw werd bij de sectie Buitenpoorterij zelden een nadere plaatsaanduiding vermeld. Behalve in de Franse tijd. In half frans, half nederlands werd de naam van straat of nabije hoeve vermeld. De huisnummers zijn hetzelfde als die in de wijklijsten van 1814 en 1815; bij die registers werd weer een huiseigenaar genoteerd zodat de plaats te koppelen is aan het kadaster over 1811-1832. Hieronder zette ik de plaatsaanduidingen uit 1812 op een rij, voor mede-onderzoekers. Er werd begonnen met Oud-Borgvliet (omvatte in ieder geval ’t Fort-Zeekant, de Augustapolder, delen van de Wouwse Plantage en Antwerpschestraatweg e.o.) en de telling begint daarna op nieuw met ‘Wouwscheweg’, de huidige Wouwschestraatweg. Toponiemen als ‘Clavervelden’, ‘Zéesuiper’, de Kragge, Vreedenburg (bij camping Vreedenburg), de Bommesee, en Bloemendaal (zuidkant van Meilust) kennen we nu nog wel. De andere zijn bijna allemaal te koppelen aan de scans van ‘t kadaster van de Dienst voor ’t Nationaal Erfgoed.

Sectie K (1812)

  • 1 t/m 11: Borgvliet
  • 13 t/m 23: Borgvlied
  • 1 t/m 7: Wouwscheweg
  • 9 t/m 14: Wouwscheweg
  • 15: Waalequartier
  • 16 & 17: Wouwscheweg
  • 19 & 20: Wouwscheweg
  • 22: in de Leegt
  • 23: de Leegt
  • 25: Clavervelden
  • 26: Vijfhoek
  • 27: de Lint
  • 28: Zéesuiper
  • 29: Zeezuiper
  • 31: Eengsmeer
  • 33: Wouwscheweg
  • 34 & 35: Zeesuiper
  • 36: de Kragge
  • 37: Leeuwerk
  • 39: Middelkragge
  • 40: Dernier Kragge
  • 43: Middelkragge
  • 46 & 47: Klijnen Drol
  • 49: Zandstraat
  • 50: Laagelint
  • 53: Jagersrust
  • 56 t/m 61: Zandstraat
  • 63: Zandstraat
  • 68-2: Vreedenburg
  • 69: Vreedenburg
  • 70: Bloemendaal
  • 71: la ferme Bleekerij
  • 72: de Kraaij
  • 74: Bommesée
  • 75: Zoomrust
  • 77: Baarsvlied, dans la ligne
  • 79: Bloemendaal
  • 82 & 83: Meylust
  • 85: Steenhoven
  • 86 & 87: Bommesée
  • 89: Meylust
  • 90: Kragge

Wouw met haar buurtschappen

Sinds Watwaswaar per 1 januari dit jaar opgeheven is, staat er een hoop online op de website van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Voor deze serie duik ik in het kadaster over de periode 1811-1832. Welke grond bezaten mijn voorouders? Waar op die grond woonden zij misschien? Aan de hand van de topografische atlas 1836-1843 probeer ik ook uit te leggen wat de “aardrijkskundige context” was van deze grond. Vandaag deel 13, (voorlopig) het laatste deel van deze serie: Wouw secties A t/m I en K: de hele gemeente Wouw maar dan zonder de dorpskern van Heerle, die deed ik eerder al. Sectie J heeft nooit bestaan. Klik hier voor de voorgaande delen en de overzichtskaart

De gemeente Wouw was tot het opheffen in 1997 vrij groot, en dan niet persé naar oppervlakte maar meer als men kijkt naar het grondgebruik: in het zuiden natuurlijk bos en heide (Wouwse Plantage), maar veel landbouwgrond. En de gemeente was ook relatief groot qua inwoners vergeleken met de rest van de regio.

In de ‘Looikensakker’, ten noorden van landgoed Altena en en ten oosten van Moerstraten, had een oude bekende een stuk weiland. Het gaat hier om Salomon Frank, en da’s waarschijnlijk dezelfde als uit het artikel over Hoogerheide: Salomon Nathan Frank (*Stabroek, Antwerpen, België, 2/12-1796, ✞ Woensdrecht, West-Brabant, 9/2-1879). Onder een net iets andere naam werd hij geregistreerd als eigenaar van een mooi groot pand aan de Bergsestraat in ‘t dorpscentrum. Hij werd eerder o.a. vermeld als winkelier, in dit register was hij leerlooijer. 

Salomon Frank, uit Bergen op Zoom

Looikensakker

  • C38: weiland

Salomon Junior Frank, looijer uit Wouw

het Dorp

  • L277: moestuin
  • L278: huis, looyerij en erf
frank

Let op: deze kaart is niet naar het noorden gezien! (Originele afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed)

frank3

Originele afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

In sectie D lag een hoek genaamd ‘Eijerdij’ (mooie naam, vind ik). Het lag ten oosten van de Spellestraat en ten noorden van de oude weg naar Roosendaal. In deze hoek lag een perceel dat eigendom was van ‘de weduwe van Cornelis Huijbs’.

weduwe Cornelis Huijbs, uit Roosendaal

Eijerdij

  • D185: bouwland

Dit kunnen volgens mijn bestand twee mensen zijn, twee weduwen van een Huijps die overleed in de periode die dit register omvat. De eerste is mijn voorouder Antonia van der Riet (*Wouw-Bulkenaar, West-Brabant, 8/3-1737, ✞ gemeente Roosendaal, 16/12-1817, kwartierstaatnummer 401). Zij was weduwe van Cornelis Gabriel Huijps (*Roosendaal, West-Brabant, 9/8-1736, ✞ Wouw-Bulkenaar, West-Brabant, 6/7-1802, kwartierstaatnummer 400). Een tweede mogelijkheid is Anna Maria Raaijmakers (*Wouw-Oostelaar, West-Brabant, 24/4-1774, ✞ Roosendaal, West-Brabant, 31/7-1834, schoonmoeder van B70), weduwe van Cornelis Huijps (*Wouw-Haïnk, West-Brabant, 28/11-1766, ✞ gemeente Roosendaal, West-Brabant, 4/4-1821, zoon van bovenstaande Cornelis en Antonia van der Riet en schoonvader van B70).

Een familielid Maryn Huijbs had veel grond om perceel D185 heen. Bij hem werd eveneens vermeld dat hij uit Roosendaal kwam, maar zoals ik bij mijn voorvader Jan Huijps schreef woonde deze familie op de Haïnk, een buurtschap daar vlakbij wat bestuurlijk onder Roosendaal en kerkelijk onder Wouw viel.

Maryn Huijbs, bouwman uit Roosendaal

Eijerdij

  • D180: bouwland
  • D181: weiland

Kleine Speldestraat

  • D214: bouwland
  • D215: hakhout
  • D216: bouwland
  • D217: bouwland
huijps

Afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

huijps2

Donkerrood omlijnd: de grond van de weduwe Cornelis Huijps. Lichtrood omlijnd de grond van Maryn Huijbs. De straat links is tegenwoordig bekend als de Kruislandseweg. De percelen zijn niet meer te herkennen op de kaart van nu. (Originele afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed)

Een ander familielid Huijps had grond op de Oostelaar. Dit was Antonia (Anthonetta) Jongeneelen (*Wouw-Haïnk, West-Brabant, 16/4-1775, ✞ gemeente Roosendaal of Wouw-Bulkenaar, West-Brabant, 26/11-1841, kwartierstaatnummer 201), weduwe van Gabriël Huijps (*Wouw-Bulkenaar, West-Brabant, 6/4-1775, ✞ gemeente Roosendaal, West-Brabant, 28/9-1819, kwartierstaatnummer 202). Belangrijk om te weten is hier dat er vijf buurtschappen zijn, Vroenhout, Vinkenbroek, Boeïnk, Haïnk en Bulkenaar, die kerkelijk onder Wouw vielen en bestuurlijk (in ieder geval na 1811) onder de gemeente Roosendaal & Nispen. Ik heb, voortbordurend op de DTB-boeken Wouw gebruikt als ‘voorvoegsel’ van deze buurtschappen. Soms vermeld ik ‘gemeente Roosendaal’, dit wijst erop dat iets plaatsvond onder ‘t bestuurlijk gebied van Roosendaal, en ik niet precies weet waar.

de weduwe Gabriel Huijps, uit Roosendaal

Oostlaar

  • E322: hakhout
  • E323: bouwland

Iets ten westen van de twee percelen lag een pad genaamd “Haïnksche Kerkpad”. De percelen zijn ook hier niet meer te herkennen op de huidige kaart, maar ze moeten ergens binnen het rode vierkant gelegen hebben. Het pad waar de pijl naar wijst loopt in dezelfde richting als het pad op de kaart uit 1811. Misschien een restant daarvan?

huijps4

Originele afbeeldingen: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed & Google.

In sectie E en F had een landbouwer genaamd Johannes Verbraak veel grond. Ik zag een overeenkomst met mijn voorouder Jan (Jean) Verbraak (*Wouw-Westelaar, West-Brabant, 13/3-1778, ✞ Roosendaal-Brembosch, West-Brabant, 16/3-1832, kwartierstaatnummer 202). Hij werd vermeld als landbouwer, werd geboren op Westelaar, maar woonde wel al sinds in ieder geval 1813 in de gemeente Roosendaal. Ik kan dus niet met zekerheid zeggen dat ‘t hier om dezelfde persoon gaat.

Johannes Verbraak, bouwman, ”landbouw” uit Westlaar

De Zaafzelsche akker

  • E807: bouwland
  • E808: bouwland
  • E809: bouwland

Westlaar

  • F668: hakhout
  • F680: bouwland
  • F689: weiland
  • F690: boomgaard
  • F691: moestuin
  • F692: huis, schuur en erf
  • F693: weiland
  • F706: bouwland

de Drietrap

  • F766: bouwland

In ‘de Vijfhoek’ in sectie I lag één stukje grond van Jan (Jean) van Eekelen (*Essen, Antwerpen, België, 29/4-1790, ✞ Heerle, West-Brabant, 10/4-1841, kwartierstaatnummer 236), eerder vermeld in ‘t artikel over Heerle. Misschien toevallig lag verderop in deze sectie, onder ‘t toponiem ‘Geizevelden’, had een naamgenoot een moestuin.

Joh’s van Eekelen, bouwman uit Bergen op Zoom

de Vijfhoek

  • I177: bouwland

Jan van Eekelen, arbeider van op Herel

Geizevelden

  • I286: moestuin
eekelenvanJ

Afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

Aan ‘t begin van dit artikel had ik het al even over de Bergsestraat in ‘t dorpscentrum. Een eindje verder naar het westen lagen aan deze straat huis, erf en moestuin van mijn voorouder Jacobus (Jakob) van Osta (*Wouw, West-Brabant, 5/1-1753, aldaar, 26/1-1829, kwartierstaatnummer 450). 

Jacobus van Osta, schoenmaker uit Wouw

het Dorp

  • L300: moestuin
  • L301: huis en erf
ostavanJ

Originele afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

Om ‘t artikel af te sluiten zet ik graag nog wat dingetjes die me opvielen op een rijtje. Zo was er in sectie A een grondeigenaar uit Bergen-Henegouwen (Mons hè), waarbij voor de zekerheid ‘provincie Henegouwen’ geschreven werd. Nederland had België immers nog niet erkend in 1832. Of in sectie G, waar een lap heide eigendom was van ‘t dorp Nispen. Nu was Nispen nooit een eigen gemeente, het was al sinds Napoleon samen met Roosendaal. Hoe omschrijf je ‘t dorp dan? Als “gehugt”, blijkbaar. 

bergenhenegouwen

Afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

nispen

Afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

begijntjes

Verder liepen er twee begijntjes rond in Wouw met een hoeveelheid grond waar ze waarschijnlijk goed van konden leven. Eén daarvan was Cornelia Kerstens, zij zat in Hoogstraten, de ander heette Elisabeth Vadde, uit Lier. Vadde is een achternaam die ik uit mijn eigen stamboom ken, en Elisabeth blijkt inderdaad uit Wouw te komen, zo bewijst een Vlaamse erfgoedsite. Een korte levensgeschiedenis: Elisabeth werd op 19 november 1743 gedoopt te Wouw als dochter van Dominicus Joosse Vadde en Maria Anna Janse Moerkints, werd op 24-jarige leeftijd in 1767 geprofest als begijn te Lier en ging daar wonen op het adres Grachtkant 14/15, in het huis ‘t Soete Naemke. Daar woonde ze tot haar overlijden te Lier op 31 oktober 1832, en was daarmee het laatste begijntje wat in het huis woonde. Elisabeth was trouwens een nicht van mijn voorouder Jacoba Anna (Jacqueline) Vaddé (zie nummer 369).

De vraag die mij opkwam was: hoe komt het dat een Wouwse die begijn wordt in Lier zoveel grond bezit in haar geboortedorp? Natuurlijk had de kerk meer wereldlijke macht (en dan bedoel ik hier vooral in de vorm van grond en goederen) in die tijd, maar je zou eerder verwachten dat Elisabeth dan eigendommen had in de omgeving van Lier. Het antwoord hierop lijkt te vinden in de familie van een andere Wouwse grondeigenaar, doctor Joh’s Jacobus de Ram, eveneens uit Lier. Hij komt meermaals voor in het register. Het artikel over het pand waar ze woonde vermeld het volgende:

“Elisabeth Vadden was verwant aan de gezusters Sanders en Adriana De Ram, die in Sint-Rosalia aan de Margaretastraat resideerden. In 1816 noteerde men er samen met Elisabeth Vadden, 72 jaar oud, haar nicht, Maria Godeschal (Goddichal), 42 jaar oud, ex-religieuze, als dochter van Jan Baptist Goddichal en Catharina Vadden, een zuster van de voornoemde Elisabeth.” 

De Roosendaalse notarissen J.J. Bosschart en J.C. de Bosson maakte in respectievelijk 1818 en 1838 akten op waarin Elisabeth Vadde samen met de familie de Ram vermeld werd. Eén daarvan (datum 26 mei 1818) is nogal belangrijk voor dit vraagstuk: 

“Verkoop door den Heer David de Ram Medicine Dokter wonende te Wouw, als gelaste van Mejuffrouw Elisabeth Vadden, begijntje wonende te Lier aan Adriaan Ruijten bouwman onder Wouw van een huis, schuur, hof, boomgaard en erf met omtrent een gemet zaailand, staande en gelegen op Oostelaar onder Wouw voor Vierhonderd en vijftig gulden.”

Een dokter David de Ram dus, ongetwijfeld familie van Johannes Jacobus de Ram en de familie de Ram in Lier. Het kan zijn dat alle grond die ze bezat in Wouw in deze verkoop inbegrepen was, of dat dit slechts een van meerdere verkopen door de familie de Ram aan Elisabeth Vadde was. Een interessant verhaal dat zeker nog een keer nader onderzoek verdient.

Elizabeth Vadde, begijn uit Lier

Oostlaar

  • E406: bouwland
  • E409: bouwland
  • E420: bouwland
  • E452: bouwland
  • E453: bouwland
  • E454: bouwland
  • E455: bouwland

Zuivelaar

  • E549: bouwland

de Bestert

  • E577: bouwland

de Donken

  • F56: bouwland (niet vermeld als begijn of als afkomstig uit Lier)

de Drooge Driessen

  • L28: weiland

Hageland, Moleneind, Hondseind

ossendrecht

Sinds Watwaswaar per 1 januari dit jaar opgeheven is, staat er een hoop online op de website van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Voor deze serie duik ik in het kadaster over de periode 1811-1832. Welke grond bezaten mijn voorouders? Waar op die grond woonden zij misschien? Aan de hand van de topografische atlas 1836-1843 probeer ik ook uit te leggen wat de “aardrijkskundige context” was van deze grond. Vandaag deel 12 van deze serie: Ossendrecht secties A t/m G: de hele gemeente OssendrechtKlik hier voor de voorgaande delen en de overzichtskaart

Over Brabantse Wal gesproken. U dacht toch niet dat ik Ossendrecht zou vergeten? Er is minder te vinden dan ik had verwacht wel. Dit artikel behandelt vooral sectie D. Sectie A, F en G zijn de polders, sectie B is Calfven, sectie C is de Groote Meer en sectie E het Hageland waar later in de 19e eeuw ‘n aantal van mijn Ossendrechtse voorouders woonden. In het bosgebied o.a. wederom de Bergse burgemeesters Cuypers en Vermeulen.

Beginnen we ook hier weer met de weduwe Adriaan van den Eijnde uit de artikelen over Hoogerheide en Woensdrecht. Zij bezat een stukje bos op het Moleneind binnen sectie D.

de weduwe Adriaan van den Eijnde, uit Ossendrecht

het Moleneind

  • D121: hakhout

ossendrecht2

paardekam

Verderop op ‘t Moleneind hadden twee directe voorouders een huis in bezit, de eerste Nicolaas Paardekam (*Ossendrecht, West-Brabant, 12/6-1772, ✞ aldaar, 4/11-1838, kwartierstaatnummer 206). 

Nicolaas Paardekam, arbeider uit Ossendrecht

het Moleneind

  • D127: tuin
  • D128: huis en erf

De tweede is Cornelis Adriaansen of Cornelius Adriaense (*Ossendrecht, West-Brabant, 27/6-1752, ✞ aldaar, 15/2-1832, kwartierstaatnummer 442 en de grootvader van Adriaan Adriaansen uit ‘t artikel over Woensdrecht). Hij was de buurman van Nicolaas Paardekam.

Cornelis Adriaansen, arbeider uit Ossendrecht

het Moleneind

  • D130: tuin
  • D131: huis en erf

Hoewel het Hageland sectie E genoemd werd in het kadaster, wordt de straat waaraan Nicolaas en Cornelius hun huis hadden wel Hageland genoemd anno 2016. In het kadaster werden zij tot sectie D gerekend en ‘Moleneind’, de straat die van ‘t dorp naar de Putseweg loopt, als toponiem gebruikt. Sterker nog, van beide heb ik een adres als zulks uit het oude bevolkingsregister: Nicolaas woonde op Hageland 179 in 1830 en 1832 en Cornelis op Hageland 181 in 1830. Waaruit ook af te leiden is dat beiden ook daadwerkelijk op dat adres woonden.

paardekam4

Inschrijving op de nummers 179 en 181. Op 178 woonde Cornelis’ dochter Petronella met haar echtgenoot Martien Buermans. (Afbeelding: Bevolkingsregister Ossendrecht 1830/RHC ‘t Markiezenhof)

paardekam2

Originele afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

paardekam3

De ligging van de twee huizen op de huidige kaart, ongeveer. Zie hoe de schuine lijnen ten westen van de straat (met o.a. een beek, de Vossenloop) overeenkomen met de kaart uit 1811. (Originele afbeelding: Google)

In het oude hart van het dorp was een vrij groot pand (met een vrij grote tuin) eigendom van mijn voorouder Pieter Jan van der Poel (*Woensdrecht, West-Brabant, 20/10-1787, ✞ Ossendrecht, West-Brabant, 12/10-1854, kwartierstaatnummer 102). Hij was een schoonzoon van Nicolaas Paardekam, hierboven vermeld. Van Pieter Jan is bekend dat hij herbergier was op Ossendrecht, en zijn adres in 1830: huis 60 ‘op ‘t dorp’. Gezien de grootte van zijn pand en de centrale ligging ervan kan ‘t volgens mij heel goed zijn dat dit ook zijn herberg was. 

Pieter Jan van der Poel, tapper uit Ossendrecht

het Dorp

  • D236: tuin
  • D237: huis en erf
poel

Originele afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Meer richting de Ossendrechtse Markt lagen huis en schuur van Jacobus Musters (*Ossendrecht, West-Brabant, 3/10-1759, ✞ aldaar, 6/3-1842, kwartierstaatnummer 424). 

Jacobus Musters, arbeider uit Ossendrecht

het Dorp

  • D296: huis en erf
  • D297: tuin
  • D298: schuur
mustersJ

Originele afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

Achter de Markt lag het Hondseind, een gebied met wat verspreide huizen waar blijkbaar geen straat o.i.d. langsliep. Dit stukje Ossendrecht is nu bekend als ‘de Kuil’, mij bekend omdat mijn betovergrootvader daar woonde. De percelen van 1811 zijn tegenwoordig niet meer te herkennen. Vlak achter de Koningin Wilhelminastraat lag een flink stuk grond met ‘n huis en zelfs wat heide, eigendom van mijn voorouder Johannes Franciscus (Francus) Theuns (*Hoevenen-Ertbrand, Antwerpen, België, 17/9-1778, ✞ Ossendrecht, West-Brabant, 28/8-1828, kwartierstaatnummer 430).

Francis Theuns, arbeider uit Ossendrecht

het Honseint

  • D360: bouwland
  • D361: huis en erf
  • D362: heide
theunsF

Originele afbeelding: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed