Meisjes zijn slimmer

Er zijn nogal wat vooroordelen over ‘vroeger’. Bijvoorbeeld dat mensen meestal niet ouder werden dan dertig. Dat klopt niet. Of dat toen Napoleon kwam men nog geen achternaam had en moest kiezen. Da’s pertinent onwaar; alleen in Friesland en onder joden was dat soms het geval. Of dat jongens vroeger naar school gingen en de meisjes thuisbleven om te helpen in het huishouden. Daar leg ik even de trouwakte van mijn voorouders Cornelis Adrianus Hartmans (*Roosendaal, 1786, +Kruisland, 1857) en Adriana de Nel (*Kruisland, 1782. +aldaar, 1861) naast. Zij trouwden in de tijd van de voornoemde Napoleon, in 1811, op het stadhuis van Steenbergen. Zo’n trouwakte moet getekend worden door de bruid, bruidegom en getuigen, maar toentertijd ook door de ouders van het echtpaar. 

Afbeelding: Huwelijksregister gemeente Steenbergen en Kruisland 1811 (WBA).

Wat staat er bij de kruisjes: c’est la signature de Corneille Hartmans, lequil a declaré de ne pas savoir ecrire. De bruidegom kon niet schrijven. Da’s op zich niet bijzonder: mijn betovergrootvader Adriaan Franken bleef tot zijn dood in 1951 (!) ongeletterd. Maar nog opvallender: de bruid schreef haar naam wel! En haar moeder ook, en haar aanstaande schoonmoeder ook. Maar de vader van de bruidegom.. die tekende het kruisje. En we hebben het hier over een vrij arme schoenmakersfamilie: mensen die gewoon naar het dorpsschooltje gingen. En vooroordelen ten spijt: het was niet zo dat de meisjes wel naar school gingen en de jongens niet. Dus.. letten meisjes gewoon beter op in de klas? 

Hieronder nog zo’n voorbeeld bij het huwelijk van mijn voorouders (en die van wethouder Hopmans, maar dat terzijde) Christiaan van de Watering (*Wouw-dorp, 1785, +Bergen op Zoom-Wouwseweg, 1847) en Johanna Verbiest (*Bergen op Zoom-Hengstmeer, 1795, +Bergen op Zoom-Schoolstraat, 1861) in 1818. De bruidegom, zijn vader en getuige Pieter Kokke kunnen niet schrijven. De bruid en haar schoonmoeder wel. Nou zat de bruidegom in de jaren ervoor als flankeur in het leger (misschien wel met zijn broer op veldtocht met de wederom voornoemde Napoleon), maar daar zit het probleem niet. Immers kwamen de meesten echt niet verder dan de basisschool. Maar da’s toch genoeg om je naam te leren schrijven, lijkt me. Misschien redeneer ik teveel vanuit een 21ste-eeuwse bubbel.

Afbeelding: Huwelijksregister Bergen op Zoom 1818 (WBA).

Het hele verhaal van geletterdheid is sowieso wat gek. Het valt me op dat men in de 19de eeuw in de dorpen vaker geletterd was dan in de stad Bergen op Zoom. En dat soms ouders wél konden schrijven, maar hun kinderen niet; hun leven lang niet. En tuurlijk heb ik van al mijn voorouders meer handtekeningen van mannen dan vrouwen. Want het vooroordeel is niet helemaal onwaar. Maar vrouwen tekenden ook minder vaak akten. Eigenlijk alleen bij hun eigen trouwen of voor de notaris. En wat ook blijft.. de meeste mensen hadden het tot ver in de 19de eeuw (en misschien wel later nog) helemaal niet nodig om te kunnen lezen of schrijven. Toch werden er mooie pogingen gedaan. Zoals mijn voorvader Pieter de Jong (*Nieuw-Vossemeer, 1782, + aldaar, 1844), die zijn naam létterlijk fonetisch optekende als Pieter Toeiong. Geef toe, het klinkt ook wel zo, hardop. Of mijn voorouder Dijna Pooij (*Bergen op Zoom, 1711, +aldaar, 1792), die haar testament ondertekende met een volstrekt onleesbare zin. Notaris Hartman van Hoek schreef er maar bij “dit heeft de testatrice voor haar handmerk gesteld, als konnende door zwakheid niet anders schrijven”. Ik moet daar om lachen. De notaris moet wat moedeloos zijn geweest, want er staat in ieder geval niet ‘Dijna Pooij’.  

Als ik meer vind zal ik weer wat schrijven. Of typen, eigenlijk.